Wouter Schelfthorst
29-09-2026

Wie karig zaait, zal karig oogsten

Blog van Wouter Schelfhorst, directeur Public Affairs & Communicatie

Scroll om meer te ontdekken
De Algemene Financiële Beschouwingen staan deze week op de agenda. Hét debat tussen Tweede Kamer en minister van Financiën over de rijksbegroting. Bij begrotingen gaat het altijd over vragen als: waar gaat geld naartoe? Waar kan geld af? Waar zit een meevaller of tegenvaller?

 

In aanloop naar het debat legde de Algemene Rekenkamer een probleem bloot dat fundamenteler is dan plussen of minnen met budgetten [1]. Te vaak hebben ministeries wel geld, maar geen doel en geen plan. Ze kopen wel zaad, maar weten niet wat ze willen oogsten.

Samenhang mist

Behalve inzicht geven in geldstromen, hoort een begroting doelen, resultaten, keuzes en risico’s te beschrijven. Anders blijft onduidelijk wat de samenleving uiteindelijk terugkrijgt voor de ruim 500 miljard euro die het Rijk naar verwachting in 2027 uitgeeft [2].

Boerenverstand, zou je denken. Toch gaat het debat over geneesmiddelen al jaren vooral over de uitgaven (het middel) en nauwelijks over wat we hopen te bereiken (het doel).

Elders oogsten

Wanneer een geneesmiddel op de markt komt, verschijnt het als uitgave op de VWS-begroting. De opbrengsten verschijnen elders in de maatschappij [3]. Minder ziekenhuisopnames. Minder arbeidsongeschiktheid. Meer arbeidsproductiviteit. Meer kwaliteit van leven. Minder druk op mantelzorgers.

Kortom, VWS betaalt voor het zaad en de oogst komt binnen op de akker van anderen. Wie alleen naar de VWS-begroting kijkt, ziet dus vooral kosten. Geen wonder dat het debat steeds over besparen gaat.

Uitgaven onder controle

Nederland is al jaren één van de landen in Europa die de uitgaven aan geneesmiddelen het best in de hand houden. De uitgaven zijn relatief laag. Het aandeel van innovatieve geneesmiddelen ten opzichte van de medisch-specialistische zorg is beperkt en daalt zelfs [4], terwijl steeds meer patiënten medicijnen nodig hebben. De minister van VWS erkent zelf dat de uitgaven onder controle zijn [5].

Nederland is dus al zuinig. Waarom gaat het debat dan nog steeds over verder besparen?

Wat is ons doel?

Hier komt het punt van de Rekenkamer terug. Een begroting die geen doel noemt, zegt weinig over wat het geld oplevert.

Welk doel kiezen we? Zo min mogelijk uitgeven? Of willen we dat mensen langer gezond blijven, dat werknemers langer inzetbaar zijn en dat Nederland aantrekkelijk blijft voor innovatie, onderzoek en investeringen? Elk doel levert een totaal andere begroting op.

Een boer bepaalt eerst wat hij wil oogsten. Daarna kiest hij wat hij zaait. Stel dat Nederland kiest voor een gezondere bevolking. Dan valt de oogst nu tegen. We leven weliswaar langer, maar het aantal jaren dat we in goede gezondheid leven neemt af. En de gezondheidsverschillen tussen mensen met veel en weinig opleiding of inkomen worden niet kleiner. Geneesmiddelen kunnen helpen om dat te verbeteren.

Ook een economische keuze

De keuze voor gezondheid is ook een economische keuze. Wie langer gezond blijft, kan bijvoorbeeld langer blijven werken. Peter Wennink waarschuwde in zijn rapport over onze toekomstige welvaart [6] dat Nederland te veel kijkt naar de jaarlijkse kosten en te weinig naar wat iets in de toekomst oplevert. De manier waarop Nederland begroot, vormt een serieuze bedreiging voor onze welvaart en ons toekomstig verdienvermogen.

In zijn rapport benoemt Wennink life sciences en biotechnologie als onmisbaar voor hoe Nederland in de toekomst geld verdient. Toch ziet de overheid innovaties uit diezelfde sector vooral als kostenpost. Daardoor zijn steeds meer geneesmiddelen niet bereikbaar voor patiënten. Zonder goede thuismarkt verliest Nederland haar aantrekkelijkheid voor innovatie.

Het echte debat

Natuurlijk gaan de Algemene Financiële Beschouwingen over geld. Daarnaast hoort ook de meer fundamentele vraag op de agenda. Helpt de manier waarop we begroten Nederland om gezond en welvarend te blijven?

Dat vraagt om een begroting die meer stuurt op maatschappelijke doelen en meer inzicht biedt in resultaten. En om een onderscheid tussen geld dat nu wordt uitgegeven en geld dat later wordt terugverdiend. Voor geneesmiddelen betekent dit ook kijken naar de opbrengsten buiten de VWS-begroting.

Ook oogsten

Een boer die trots constateert dat hij nauwelijks geld uitgeeft aan zaad, moet niet raar opkijken wanneer zijn oogst tegenvalt.Niet elk zaadje groeit uit tot een bloeiend gewas. Maar dat wil niet zeggen dat je minder moet zaaien. Wél dat je slimmer moet zaaien.

Als sector gaan we daar graag het gesprek over aan. Want er is in Nederland een vruchtbare bodem voor een nieuwe benadering van de waarde van geneesmiddelen. Dan gaat het debat bij de volgende Algemene Financiële Beschouwingen ook over de oogst.

Bronnen:

[1] Algemene RekenkamerL Aandachtspunten bij de ontwerpbegrotingen 2027
[2] Rijksoverheid.nl Prinsjesdag: Miljoenennota en Rijksbegroting
[3] VIG: datarapport Medicijnen voor morgen
[4] Zorgcijfersdatabank.nl: Zorgkostenontwikkeling Medisch Specialistische Zorg 2022-2026
[5] Tweede Kamer der Staten-Generaal: Antwoord op vragen van het lid Wiersma over het bericht ‘Nederlanders patiënt kan voor nieuwe behandeling of medicijn beter naar Duitsland verhuizen
[6] rapport Wennink ‘De route naar toekomstige welvaart’