Koos

Koos van der Hoeven: ‘Breng medicijn sneller bij patiënt’

Hoogleraar oncologie Koos van der Hoeven maakt zich zorgen. Zijn adagium dat alle patiënten recht hebben op de beste geneesmiddelen, is in de praktijk niet altijd haalbaar. Van der Hoeven ziet voldoende verbetermogelijkheden.

31 aug 2017

Innovatieve geneesmiddelen zijn kostbaar en kunnen om deze reden niet altijd verstrekt worden. Medicijnen moeten daarom sneller beschikbaar komen, vindt hij. ‘Als bedrijven nieuwe middelen sneller op de markt brengen, hebben zij langer de tijd om hun investeringen terug te verdienen en kunnen de prijzen omlaag. Geneesmiddelenbedrijven, dokters en de overheid moeten gezamenlijk werken aan een korter registratieproces van nieuwe medicijnen, om patiënten de beste medicijnen te bieden.’

Zorgvuldig afwegen
Voor alle drie partijen heeft Van der Hoeven dan ook een opdracht in petto: ‘Wij dokters moeten zorgvuldig afwegen welke patiënten echt baat hebben bij een medicijn en welke niet. En ook op tijd een behandeling stoppen als deze niet effectief is. De overheid en de patiënt moeten zich op hun beurt realiseren dat meer behandelingen voor ernstige ziekten ook meer investeringen vergen. En hoewel ik hen absoluut hun winst niet misgun, mogen bedrijven zich afvragen of de prijzen voor bijvoorbeeld oncolytica per se op dit niveau moeten liggen.’

Financiële impact
Hoewel dus ook dokters een bijdrage kunnen leveren aan de betaalbaarheid van geneesmiddelen rekent Van der Hoeven het meewegen van de financiële impact in de spreekkamer, in de keuze van een behandeling, niet tot zijn taken: ‘Ik vind dat als een patiënt bij mij komt, dat ik ook echt een bondgenoot van hem of haar moet zijn. En dat ik hem of haar dus de best mogelijke behandeling voorschrijf en niet gehinderd word door de begroting van het ziekenhuis.’

Goede patiëntregisters
Van der Hoeven denkt dat goede patiëntregisters ook kunnen bijdragen aan toegankelijke en betaalbare geneesmiddelen. Hij noemt als voorbeeld het Dutch Melanoma Treatment Register (DMTR), een database voor patiënten met melanoom, dat hij mede hielp ontwikkelen. ‘Om nieuwe medicijnen tegen melanoom doelmatig in te kunnen zetten, moeten artsen duidelijkheid hebben of de resultaten uit fase 3 studies overeenkomen met de real world populatie. In het DMTR staan alle gegevens van patiënten met melanoom, waardoor we precies weten of medicijnen in het echt net zo goed werken als in de onderzoeksfase.’ De resultaten zijn bemoedigend: Sinds de introductie van het melanoomregister in 2013 steeg de 2-jaars overleving van melanoompatiënten van 22% naar 44%.

Arbeidsintensief proces
Van der Hoeven ziet dan ook graag dat dergelijke registers ook voor andere medicijnen worden geïntroduceerd, maar constateert dat dit maar moeizaam van de grond komt. ‘Het opzetten van zo’n databank is een arbeidsintensief proces en kost, in het geval van melanoom, tussen de 600 en 800 euro per patiënt. Grote vraag is wie daarvoor wil opdraaien. Nu betalen geneesmiddelenbedrijven dit grotendeels, maar ook ziekenhuizen zouden hier een bijdrage aan kunnen leveren. Het geld moet ergens vandaan komen, want het is belangrijk om te weten of medicatie wel of niet werkt. Zo kunnen we leren van onze keuzes en uiteindelijk steeds gerichter te werk gaan.’

Wie is Koos van der Hoeven?
Koos van der Hoeven (63) werd op 1 januari dit jaar benoemd tot hoogleraar Medische Oncologie aan de Radboud Universiteit/het Radboudumc. Sinds 2015 is hij verbonden aan het Radboudumc als hoofd van de afdeling Medische Oncologie, opleider en hoofd a.i. Kinderoncologie. Daarvoor werkte Van der Hoeven als internist-oncoloog en bestuurder in diverse ziekenhuizen, waaronder het Ziekenhuis Amstelland in Amstelveen.