Vereniging1

Prijsmodel geeft verkeerd beeld

Onderzoekers van de Erasmus Universiteit zijn bezorgd over de toegankelijkheid van medicijnen tegen kanker vanwege de soms hoge kosten bij introductie. De stelling dat geneesmiddelenmakers excessieve prijzen vragen, herkent de Vereniging niet.

Het is ook voor de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen helder dat er veel vragen bestaan rond de prijs van sommige dure geneesmiddelen. We willen allemaal dat iedere patiënt, ook als het gaat om een hele zeldzame aandoening, de best mogelijke behandeling krijgt. Daarvoor is veel geld nodig van investeerders die bereid zijn om grote risico’s te lopen.

Beheersbaar
Tegelijk willen we allemaal dat de kosten voor de zorg beheersbaar blijven. Dat allemaal voor elkaar krijgen, is een ingewikkelde opgave waar de geneesmiddelsector graag over meedenkt. De Vereniging staan dan ook open voor iedere bijdrage aan dit belangrijke debat.

Rekenmodel
Volgens het model van de hoogleraren Carin Uyl en Bob Löwenberg van de Erasmus Universiteit Rotterdam zouden geneesmiddelenmakers soms wel elf keer meer vragen voor een nieuw geneesmiddel dan de werkelijke kosten. Daar is veel op af te dingen. Dit is dan ook vooral een theoretisch model, dat weinig rekening houdt met de praktijk.

Astronomisch
Wanneer de stelling zou kloppen, zou zich dat moeten vertalen in astronomische winsten bij farmaceutische ondernemingen. Daar is geen sprake van. De gemiddelde winst van succesvolle geneesmiddelenbedrijven ligt tussen de tien en de twintig procent. Volgens dit model zou dat veel hoger moeten liggen.

Er gaat een aantal dingen mis in het model: 

  • Allereerst is het model gebaseerd op de openbare lijstprijzen. Die liggen vaak aanzienlijk hoger dan de daadwerkelijk betaalde prijs die tot stand komt na onderhandelingen.
  • Vervolgens benaderen de auteurs de prijs als een statisch gegeven. Dat is niet het geval. Meestal zijn er binnen zes maanden al nieuwe geneesmiddelen voor eenzelfde aandoening. Alhoewel de eerste aanbieder dan nog steeds een patent heeft, leidt dit tot een prijsdaling en tot een lager volume (omdat de totale patiëntenpopulatie dan meerdere geneesmiddelen gebruikt). Wanneer het patent afloopt, zien we de prijs vervolgens nog veel sterker dalen.
  • De terugverdienperiode voor de grote investeringen voor een nieuw geneesmiddel is dus veel beperkter dan gesuggereerd wordt. Daardoor loopt de winstberekening ook spaak. Immers, ze relateren kosten aan opbrengsten die veel lager liggen dan aangenomen wordt.
  • Daarom moeten we niet alleen kijken naar de introductieprijs van een nieuw middel, maar naar de prijs die voor dat middel betaald wordt gedurende de hele levenscyclus. De gemiddelde kosten over de gehele levenscyclus zijn veel lager dan de ‘startkosten’ tijdens de introductie. De introductieprijs van een geneesmiddel is niet de prijs die we de komende 10, 20 jaar of langer betalen voor dat middel.

Verkeerd beeld
Kortom, de nog niet uit onderhandelde verkoopprijs bij de introductie van een nieuw geneesmiddel is geen goed uitgangspunt om conclusies te trekken over de winst die op dat ene medicijn wordt gemaakt. Het gaat voorbij aan allerlei andere factoren. Zo ontstaat een verkeerd beeld.

Stilstand
Vooralsnog is het bestaande marktmodel het beste om nieuwe geneesmiddelen voor heel veel patiënten mogelijk te maken. Het staat overheden en andere partijen natuurlijk altijd vrij om middelen vrij te maken om nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen. De Nederlandse overheid heeft regelmatig laten weten daarvoor geen mogelijkheden te zien, zoals onlangs ook bevestigd werd in een beantwoording op Kamervragen van minister Bruins over het zelf ontwikkelen van geneesmiddelen in een nationaal fonds. Zonder het aantrekken van kapitaal van institutionele en particuliere beleggers zou de ontwikkeling van innovatieve geneesmiddelen tot stilstand komen. Daar zijn ook de patiënten die de onderzoekers een goed hart toedragen uiteindelijk de dupe van.

Uitgaven stabiel
Wel is het goed dat de overheid de vinger aan de pols houdt om een verantwoorde prijs mogelijk te maken en excessen tegen te gaan. Gezien het feit dat er steeds meer innovatieve geneesmiddelen voor patiënten beschikbaar zijn en de uitgaven aan geneesmiddelen in Nederland al jarenlang stabiel blijven, lijkt de Nederlandse overheid daar goed in te slagen. Uiteindelijk gaat het erom wat de samenleving overheeft voor oplossingen voor ziektes die nu nog veel levens kosten.