marcpomp

Overschatting budgetimpact vraagt nadere studie

Het is belangrijk om te weten waarom het Zorginstituut Nederland de budgetimpact van nieuwe medicijnen vaak overschat, en wat de effecten daarvan zijn. Dat stelt de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen, in een reactie op een rapport van econoom Marc Pomp.

30 jan 2019

In opdracht van de Vereniging onderzocht Pomp 23 nieuwe geneesmiddelen, gericht op de periode 2012-2016. Bij maar liefst 21 van deze geneesmiddelen overschatte het Zorginstituut de budgetimpact. In totaal waren de ramingen van het Zorginstituut bij deze middelen minstens € 66 miljoen per jaar hoger dan de werkelijke kosten. Deze overschatting komt overeen met 51 % van de budgetimpact.

Later bij patiënt
Het effect van systematische overschatting is dat de patiënt in een aantal gevallen later toegang krijgt tot het nieuwe geneesmiddel, bijvoorbeeld omdat het voor prijsonderhandelingen in de zogeheten sluis komt. Nadere studie moet de omvang van dit probleem in kaart brengen.
Intramurale geneesmiddelen – voor ziekenhuizen en verpleeghuizen – die in de sluis belanden, doen er na de registratie gemiddeld 853 dagen over om in het verzekerd pakket te komen. Zonder sluis krijgt een patiënt doorgaans twee keer zo snel toegang tot een nieuw geneesmiddel.
Naast patiënten kunnen ook andere partijen worden geraakt door overschattingen. Het kan er bijvoorbeeld toe leiden dat zorgverzekeraars onnodig hoge zorgpremies vragen. Ook in ziekenhuizen kan het ongewenste effecten opleveren, omdat zij hun benodigde medicijnbudget zo moeilijk kunnen inschatten. Tot slot kan het betekenen dat de overheid onnodig op de rem trapt bij toelating van nieuwe geneesmiddelen.

Redenen
Als een farmaceut vergoeding vanuit het verzekerd pakket aanvraagt voor een nieuw medicijn, kunnen de werkelijke kosten om diverse redenen afwijken van de ramingen die het Zorginstituut maakt. Ten eerste kan de prijs per medicijn te hoog worden ingeschat, bijvoorbeeld omdat de prijs in de Verenigde Staten als referentiepunt wordt gebruikt. Ten tweede kan het aantal patiënten dat er gebruik van maakt uiteindelijk lager zijn dan verwacht. Dat gebeurt bijvoorbeeld als er al snel een concurrerend middel met een soortgelijke werking een registratie krijgt. Ten derde kunnen systematische overschattingen ook een politieke keuze zijn. De praktijk laat de laatste jaren zien dat er bij medicijnkosten steeds meevallers zijn op de begroting van het ministerie van VWS.

Oplossingen
Scherpere monitoring van ramingen en realisaties kan zorgen voor nauwkeurigere inschattingen, beveelt Pomp aan in zijn eerste verkenning. De Vereniging onderschrijft die aanbeveling.
Daarnaast zou het goed zijn om de Horizonscan Geneesmiddelen verder te verbeteren, vindt de Vereniging. Zo ontstaat er al in een eerder stadium goed zicht op de impact van geneesmiddelen die de komende jaren een registratie krijgen.

Betere Horizonscan
Verbetering van de Horizonscan is op twee manieren mogelijk. Ten eerste is het van belang dat farmaceutische bedrijven en het Zorginstituut al bij de ontwikkeling van de Horizonscan een betrouwbare inschatting maken van de toekomstige prijs per medicijn. Daarvoor is het nodig om niet de prijs van dat specifieke medicijn in de Verenigde Staten als uitgangspunt te nemen, maar de Europese prijzen van soortgelijke medicijnen voor dezelfde ziekte. Die geven namelijk een betrouwbaardere indicatie van de latere budgetimpact. Ten tweede wordt de Horizonscan accurater als de verwachte aantallen patiënten beter worden ingeschat. Samenwerking met bijvoorbeeld artsenkoepels en patiëntenorganisaties is daarvoor essentieel.

Overleg
De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen wil graag in overleg met het Zorginstituut, om snel helder krijgen wat de belangrijkste reden is voor de veelvuldige overschattingen. Waarschijnlijk is nader onderzoek nodig, om te voorkomen dat de patiënt onnodig lang moet wachten op nieuwe, soms baanbrekende medicijnen.

Rapport Marc Pomp: ‘De budgetimpact van nieuwe geneesmiddelen’

Horizonscan Geneesmiddelen