Dorota Mazurkiewicz_2

Dorota Mazurkiewicz: ‘Onze sector heeft een sterk verhaal’

De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen heeft sinds 5 september een nieuw bestuurslid: Dorota Mazurkiewicz. Wie is deze nieuw aanwinst? En hoe gaat zij de Vereniging klaarstomen voor de toekomst? We stellen haar graag aan u voor.

1 okt 2019

Wie ben je en wat doe je?
‘Mijn naam is Dorota Mazurkiewicz, ik ben geboren in het Verenigd Koninkrijk, maar van Poolse afkomst. Sinds drie jaar ben ik General Manager van Biogen Nederland. Daarvoor heb ik in verschillende functies gewerkt voor MSD in Groot-Brittannië, maar ook vanuit het hoofdkantoor in New Jersey als Europese marketingdirecteur. Sinds 2000 woon en werk ik in Nederland.’

Waarom bent u toegetreden tot het bestuur van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen?
‘Ik ben al dertig jaar werkzaam in de geneesmiddelensector en ik heb heel wat zorgstelsels in verschillende landen van dichtbij gezien. Ik durf wel te stellen dat de gezondheidszorg in Nederland tot de beste van de wereld behoort. Ook dankzij een bijdrage van de geneesmiddelenbedrijven. En daar mogen we best trots op zijn!
Ik vind dat onze sector een sterk verhaal heeft te vertellen. Ik wil me inzetten om dat naar buiten te blijven brengen. Het debat over geneesmiddelen is de laatste jaren erg verhard. Ik wil daar verandering in brengen, niet alleen vanuit Biogen, maar ook namens de Vereniging.’

Wat zijn de grote uitdagingen van de sector in Nederland?
‘Hoe kunnen we er samen voor zorgen dat patiënten sneller toegang krijgen tot nieuwe behandelingen, zonder onnodige vertragingen? Er komen grote innovaties aan, zoals gen- en celtherapie, behandelingen die vaak bestemd zijn voor kleine patiëntengroepen, terwijl het huidige systeem veel meer gericht is op brede oplossingen voor grote groepen. Daarnaast moeten we zorgen dat de gezondheidszorg betaalbaar blijft, ook met het oog op de vergrijzing. Dat is echt een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Tot slot is het belangrijk dat we naar het totaalplaatje blijven kijken: dus niet alleen naar de kosten, maar ook naar de toegevoegde waarde voor de patiënt, en in bredere zin voor de maatschappij. Niet alleen Nederland worstelt met zorgbudgetten, ik zie dit ook elders. Maar een groot verschil met Engeland bijvoorbeeld is dat in Nederland voortdurend naar de prijs van een geneesmiddel wordt gekeken, en minder naar de toegevoegde waarde. In Engeland is dat anders; het debat is daar veel minder gepolariseerd.’

Wat wilt u daaraan bijdragen?
‘Ik wil met alle partijen werken aan een gezamenlijke oplossing, in een constructieve dialoog met elkaar. Altijd via diplomatie en gebaseerd op feiten in plaats van emoties. Want de feiten vertellen een ander verhaal: als we bijvoorbeeld kijken naar het aandeel van geneesmiddelenkosten in het totale zorgbudget, dan is dat al jaren stabiel. Ook de rol van biosimilars blijft onderbelicht in het debat. Deze leveren een enorme kostenbesparing op. Enkele jaren geleden waren TNF-alfaremmers nog één van de grootste kostenpost binnen de intramurale zorg, maar deze zijn inmiddels verkrijgbaar als biosimilars en met fikse kortingen verkrijgbaar voor ziekenhuizen. Daarmee komen besparingen vrij die we kunnen gebruiken om nieuwe innovatieve geneesmiddelen te bekostigen. Dat is een continue cyclus.’

Hoe is het om te werken in een sector die nogal eens onder vuur ligt?
‘Ik ben trots op mijn werk. Ik vind het nog steeds ongelooflijk wat er is bereikt op het gebied van geneesmiddelenontwikkeling. Als ik alleen al kijk naar oncologie; met nieuwe geneesmiddelen hebben we een waanzinnige bijdrage geleverd aan de kwaliteit van leven van veel patiënten. En zo zijn er veel meer voorbeelden te noemen. Daar zet ik mij nog elke dag met hart en ziel voorin, net als al die andere 60.000 mensen werkzaam in deze sector.
Er moet van alle partijen een bereidheid zijn om met elkaar aan tafel te gaan. We lossen niks op als mensen dingen blijven roepen die niet gebaseerd zijn op feiten. Met emoties lossen we niks op. De sector komt graag met voorstellen, maar de gesprekken moeten op meerdere plaatsen gevoerd worden, en op een respectvolle manier.’

Wat wilt u bereiken binnen uw werk?
‘Ik wil graag een verschil maken, daarom heb ik ooit voor een carrière in de gezondheidszorg gekozen. Het klinkt misschien als een cliché, maar dat is voor mij de belangrijkste motivatie binnen mijn werk. Ik wil me blijven inzetten voor het ontwikkelen en beschikbaar stellen van innovaties aan patiënten. Daar hoort ook bij dat bedrijven succesvol zijn. Financieel succes is nodig om te blijven investeren en innoveren. Dat is de basis van ons model.’