Thomas Buijsman, Lilly

Blog Thomas Buijsman: Reputatie is nooit voor eeuwig

16 jun 2020

Moet ik mij schamen als ik tijdens een barbecue vertel dat ik voor een farmaceutisch bedrijf werk? Is het terecht dat ik ter verantwoording word geroepen over mijn werk tijdens een verjaardagsfeestje? Bijna één op de acht Young Innovators of Medicines heeft hier regelmatig mee te maken.

Waarom, vraag ik me af? Ik zet me net als veel andere hardwerkende, jonge professionals meer dan 40 uur per week in voor nieuwe medische oplossingen voor patiënten. Waarom staat dan juist de reputatie van onze sector zo vaak in de schijnwerpers, en wat kunnen wij daar vanuit YIM aan veranderen?

Reputatie gaat over de perceptie van een organisatie door mensen buiten die organisatie. Niet alleen over het verleden, maar ook het heden én de toekomst. Voor de geneesmiddelensector geldt dat vaak getwijfeld wordt over onze motieven: private bedrijven die producten maken waar patiënten in de maatschappij afhankelijk van zijn. Dat schuurt.

Daarnaast gaat het in discussies nogal eens over de prijsstelling van geneesmiddelen. Deze overschaduwen de waarde van de innovaties die we naar de samenleving brengen. Ik begrijp de behoefte aan meer transparantie, maar hoeveel transparantie kan je als bedrijf geven in een private markt waarbij veel informatie concurrentiegevoelig is? Wat zijn de kaders als het gaat om transparantie? En waarom is transparantie vooral gewenst bij geneesmiddelen en in mindere mate bij de complexe DBC-systematiek en contractering met zorgverzekeraars? Dit zijn ingewikkelde vraagstukken waar we graag samen met de verschillende partijen in de zorg over na willen denken.

Reputatie komt te voet en gaat te paard. Daar proeven wij soms nog de wrange vruchten van. Want in het verleden, en gelukkig in mindere mate in het heden, zijn er incidenten geweest in de geneesmiddelenindustrie, waar wij als jonge generatie graag ver weg van willen blijven. Dat is exact de reden waarom het visiedocument van YIM de titel heeft: ‘Breuk met het verleden’. Ook de Code of Conduct voor de industrie is een idee afkomstig van de Young Innovators. Deze code is door de VIG vorig jaar overhandigd aan minister Bruins en wordt doorontwikkeld. Hierin laten we als sector zien dat we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Ik hoop dat het eraan bijdraagt dat er met meer redelijkheid gekeken wordt naar de toegevoegde waarde van de innovaties die naar de samenleving worden gebracht.

Gelukkig zijn er ook aansprekende voorbeelden die laten zien hoe geneesmiddelenbedrijven waarde toevoegen aan de maatschappij, inclusief de geneesmiddelen die zij ontwikkelen. Zo hebben bij de aanvang van de coronacrisis verschillende bedrijven geld, diagnostische en medische beschermingsproducten gedoneerd en stellen bedrijven hun laboratoria beschikbaar om testen voor COVID-19 uit te voeren. De race naar een vaccin tegen COVID-19 is in volle gang en de International Federation of Pharmaceutical Manufacturers & Associations (IFPMA) beloven samen met de WHO en ngo’s zich in te zetten voor gelijke toegang tot innovatieve behandelingen van COVID-19 voor iedereen.

Onlangs heeft een Oostenrijkse groep de economische impact van de industrie-geïnitieerde klinische onderzoeken beschreven met als conclusie dat elke euro die is geïnvesteerd in dergelijke onderzoeken, 1,95 euro oplevert voor de Oostenrijkse economie (Walter et al. 2020). Het zou interessant zijn om dit onderzoek ook te doen in Nederland.
Laten we niet vergeten dat niet alleen patiënten langer productief blijven dankzij geneesmiddelen, maar ook mantelzorgers langer hun steentje bij kunnen dragen aan de maatschappij. En dat er nu geneesmiddelen zijn voor ziektes waar mensen vroeger aan dood gingen, zoals HIV en hart- en vaatziekten. Dit zijn meerdere voorbeelden waar wij trots op zijn en we mogen hiermee best wat vaker naar buiten treden, ten faveure van de reputatie van onze sector.

Verandering begint bij jezelf. Daarom ondernemen we vanuit de YIM concrete acties om de reputatie van de sector waarin wij werken te verbeteren. Zo zijn wij onlangs samen met jong VWS aan de slag gegaan om te bepalen in hoeverre transparantie gewenst is: voor het ministerie, voor de fabrikanten en voor de patiënt. Ook organiseren wij ronde tafel discussies met verschillende belanghebbenden over mogelijke oplossingen voor het betaalbaar houden van de zorg. Tevens gaan wij op bezoek bij instanties die ons een kijkje in de keuken gunnen. Deze interacties zorgen voor meer begrip, vertrouwen en een constructieve houding. Een houding die we nodig hebben om niet alleen te werken aan de reputatie, maar vooral aan het samen bouwen aan een toekomstbestendig zorgsysteem, terwijl bedrijven de ruimte blijven houden om te innoveren.

Kortom, moet ik mij op een feestje verantwoorden dat ik voor een farmaceutisch bedrijf werk? Zeker niet. Ik ben trots op waar ik werk en weet dat ik met mijn werk elke dag een mooie bijdrage kan leveren aan het leven van mensen en de maatschappij.

Thomas Buijsman
(Young Innovators of Medicines)