In Nederland is een sterke focus op de prijs van een medicijn. Dat heeft geresulteerd in een zwaar opgetuigd proces met commissies, adviezen, enzovoort, vóórdat een medicijn wordt vergoed. Er is bureaucratie in geslopen die het doel, snelle toegang tot patiënten, voorbijschiet.

Labyrinth

In een stroomdiagram, dat ook wel wordt aangeduid als ‘het labyrinth’, is te zien welke stappen er in ons land nodig zijn. Bepalend hierbij is dat er voor geen enkele tussenstap in dit traject tijdslimieten gelden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Duitsland. Daardoor kan het in principe eindeloos duren. En dat gebeurt soms ook. Er zijn voorbeelden van nieuwe medicijnen die 800 dagen in de sluis zitten voor prijsonderhandelingen. In die periode zit de patiënt letterlijk en figuurlijk in de wachtkamer.

Betaalbaar

Niemand wil dat de patiënt onnodig lang moet wachten op een (soms baanbrekend) nieuw geneesmiddel. Tegelijkertijd snapt ook iedereen dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van onder meer overheid, verzekeraars, artsen en geneesmiddelenbedrijven dat de zorg betaalbaar blijft. Een euro kan slechts één keer worden uitgegeven, dus de prijs doet er toe. Maar in landen om ons heen, met een vergelijkbaar welvaartsniveau en vergelijkbare geneesmiddelenprijzen, wordt óók stevig onderhandeld over de prijs. Toch kan het daar aanzienlijk sneller. Treffend is bijvoorbeeld de grafiek die laat zien hoe snel nieuwe kankermedicijnen in Europese landen beschikbaar komen.

Meer patiënten

Slepende prijsonderhandelingen, in een stroperig ingericht proces, zorgen dus voor veel vertraging. Dat zou niet hoeven. Het is goed om te beseffen dat medicijnen, ondanks alle innovaties, nog steeds maar 8% van het Nederlandse zorgbudget beslaan. En een onderzoek van Deloitte maakte in 2020 duidelijk dat de groei van het medicijnbudget vooral komt doordat steeds meer mensen gebruik maken van innovatieve medicijnen. En dat komt weer door de vergrijzing en het aantal innovaties.