Het Amerikaanse beleid kent drie pijlers. Om de consequenties voor Nederland goed te begrijpen, is het nuttig om de onderlinge samenhang van die drie pijlers te kennen:
Op 19 december 2025 publiceerde het Centers for Medicare & Medicaid Services (CMS) twee verplichte prijsmodellen. Het GLOBE–model richt zich op geneesmiddelen die worden toegediend in ziekenhuizen en klinieken (Medicare Part B – het programma dat medische behandelingen dekt). Het GUARD–model richt zich op geneesmiddelen die via de apotheek worden verstrekt (Medicare Part D – het programma voor medicijnen op recept). Eerder, in november 2025, was al het vrijwillige GENEROUS–model gelanceerd voor Medicaid, de ziektekostenverzekering voor Amerikanen met een laag inkomen.
CMS hanteert per geneesmiddel een internationale prijsbenchmark op basis van negentien economisch vergelijkbare OESO-landen. Voor GLOBE en GUARD wordt de netto vergoeding in Medicare afgestemd op deze internationale referentie. Als de ontvangen vergoeding boven de vastgestelde referentie uitkomt, zijn aanvullende kortingen verschuldigd. Bij niet-naleving kan een boete worden opgelegd die kan oplopen tot 125% van het verschuldigde bedrag. De negentien referentielanden zijn: Australië, België, Canada, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Israël, Italië, Japan, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Korea, Zweden en Zwitserland.
De modellen gebruiken internationale prijsdata (publiek of door producenten aangeleverd) om een benchmark te bepalen. Als Nederlandse (netto) prijsinformatie daarin wordt meegenomen, kan een lage Nederlandse prijs doorwerken in de Amerikaanse prijsreferentie, en daarmee druk zetten op de Nederlandse onderhandelingspositie.
GLOBE richt zich in eerste instantie op dure geneesmiddelen in de oncologie, reumatologie, immunologie, oogheelkunde en endocrinologie met meer dan 100 miljoen dollar aan jaarlijkse Medicare–uitgaven. Het model start op 1 oktober 2026 en loopt tot en met 2031, met een nazorgperiode tot 2033. GUARD start op 1 januari 2027.
Het online platform TrumpRx.gov biedt bij lancering 43 geneesmiddelen aan, waaronder de populaire afslankmiddelen Wegovy en Zepbound. Het platform werkt niet als een webwinkel, maar meer als doorverwijsloket: patiënten zoeken hun geneesmiddel op, ontvangen een kortingscoupon die ze bij de apotheek kunnen inleveren, of worden doorverwezen naar de directe verkoopsite van de fabrikant. Bij de lancering zijn geneesmiddelen van de eerste vijf bedrijven die MFN–deals sloten beschikbaar: AstraZeneca, Eli Lilly, EMD Serono, Novo Nordisk en Pfizer. De overige bedrijven met deals volgen in de komende maanden.
Een cruciale beperking: TrumpRx is alleen bedoeld voor Amerikaanse patiënten die rechtstreeks betalen. Wie een verzekering heeft, betaalt via de reguliere vergoedingskanalen doorgaans minder. Aankopen via TrumpRx tellen bovendien niet mee voor het eigen risico van een verzekering. De daadwerkelijke impact van het platform op de Amerikaanse geneesmiddelenmarkt is nog onduidelijk, maar het signaal is krachtig: de Amerikaanse overheid zet de laagste internationale prijs als publieke norm.
De overeenkomsten achter TrumpRx zijn formeel vrijwillig, maar komen tot stand in een context van duidelijke politieke en handelsdruk. De Amerikaanse overheid heeft aangegeven dat geneesmiddelenproducenten die meewerken aan het Most Favored Nation-beleid kunnen rekenen op beleidsmatige stabiliteit. Producenten die niet deelnemen, lopen het risico op aanvullende maatregelen, waaronder invoerheffingen op geneesmiddelen.
De derde pijler betreft het streven om niet alleen Amerikaanse prijzen te verlagen, maar juist de uitgaven in andere landen te verhogen. De redenering: als buitenlandse uitgaven stijgen, kunnen de prijzen die VS betaalt omlaag zonder dat geneesmiddelenproducenten omzet verliezen.
Dit streven is beschreven in meerdere beleidsdocumenten. De Executive Order van 12 mei 2025 spreekt expliciet over het beëindigen van ‘global freeloading’ (het meeliften van andere landen op Amerikaanse innovatie–investeringen). Het Great Healthcare Plan, gepresenteerd aan het Congres op 15 januari 2026, roept op tot het wettelijk vastleggen van de MFN–overeenkomsten. En in de handelsovereenkomst die de VS op 27 juli 2025 sloten met de EU is afgesproken dat eventuele invoerheffingen op geneesmiddelen – opgelegd naar aanleiding van Amerikaanse nationale veiligheidsonderzoeken – maximaal 15% mogen bedragen. Tegelijkertijd bleven invoerheffingen een middel waar de Amerikanen druk mee blijven uitoefenen in onderhandelingen over geneesmiddelenprijzen.
In een factsheet van 19 december 2025 stelt het Witte Huis bovendien dat deelnemende geneesmiddelenproducenten extra buitenlandse opbrengsten op bestaande producten moeten “repatriëren” ten gunste van Amerikaanse patiënten. De precieze financiële uitwerking daarvan wordt in de publieke documentatie niet nader gespecificeerd.
Dat dit beleid ook aan de overkant van de oceaan effect heeft, is al gebleken in het Verenigd Koninkrijk. Op 1 december 2025 sloot het VK als eerste land een bilateraal farmaceutisch prijsakkoord met de VS. De kern: het VK verhoogt de uitgaven aan innovatieve geneesmiddelen met 25%. Concreet gebeurt dat door de drempel waartegen de effectiviteit van een geneesmiddel wordt afgewogen voor het eerst in twintig jaar te verhogen, en door de korting die fabrikanten achteraf moeten terugbetalen op hun omzet aan de Britse overheid te verlagen. In ruil wordt de export van geneesmiddelen van het VK vrijgesteld van Amerikaanse importheffingen. Bovendien meldt de Britse overheid dat het VK ‘mitigaties’ heeft bedongen onder het Amerikaanse MFN–beleid, zodat Britse patiënten toegang houden tot de nieuwste behandelingen. Dit akkoord fungeert als blauwdruk: de VS kunnen vergelijkbare afspraken nastreven met andere landen.
Het MFN–beleid verandert de onderlinge dynamiek binnen Europa. Overal op het continent zoeken landen naar manieren om zich te verhouden tot de nieuwe realiteit, met uiteenlopende strategieën die stuk voor stuk gevolgen hebben voor Nederland.
Duitsland kiest voor een opmerkelijke innovatie in het eigen systeem. Daar kunnen fabrikanten sinds kort kiezen voor vertrouwelijke prijsstelling: de onderhandelde prijs wordt niet gepubliceerd, waardoor deze niet als referentie kan dienen in het Amerikaanse MFN–systeem. De keerzijde is een extra korting van 9% bovenop de onderhandelde prijs. Eli Lilly was in augustus 2025 het eerste bedrijf dat hiervan gebruik maakte, voor het GLP–1–middel Mounjaro. Het bedrijf accepteerde de extra korting om te voorkomen dat een publiekelijk lage Duitse prijs via het MFN–systeem de veel grotere Amerikaanse markt zou beïnvloeden. Dit illustreert een nieuwe werkelijkheid: bedrijven nemen al concrete beslissingen op basis van het MFN–beleid, met directe doorwerking naar de prijzen en beschikbaarheid in Europa.
Tegelijkertijd is er in landen als Zwitserland nauwelijks politieke ruimte om meer te betalen. De Zwitserse minister van Binnenlandse Zaken stelde onomwonden dat Zwitsers niet met hun zorgpremies mogen opdraaien voor Amerikaanse prijsverlagingen. En Canada, dat op de Amerikaanse referentielijst staat, implementeert gelijktijdig eigen beleid dat juist neerwaartse prijsdruk beoogt. Het land zit klem tussen twee onverenigbare systemen.
Nederland wordt door het MFN–beleid op meerdere niveaus geraakt en is door zijn specifieke positie extra kwetsbaar. Nederland maakt direct of indirect deel uit van de referentielijsten voor alle drie de Amerikaanse prijsmodellen. De Nederlandse geneesmiddelenprijzen kunnen daarmee onderdeel worden van het Amerikaanse prijssysteem. Uit cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit blijkt dat de uitgaven per patiënt aan innovatieve geneesmiddelen al dalen, terwijl het aantal patiënten stijgt. Nederland is kampioen kostenbeheersing. Maar voor een gemiddeld geneesmiddelenbedrijf vertegenwoordigt Nederland slechts circa 1% van de mondiale afzetmarkt. Noord-Amerika is daarentegen goed voor 54,8% van de mondiale omzet, en een nog groter deel van de mondiale winst. Als het MFN-beleid ertoe leidt dat een Nederlandse prijsafspraak automatisch doorwerkt als referentie in de VS, ontstaat een fundamentele scheefgroei: de opbrengst die een bedrijf in Nederland kan verwachten, weegt niet meer op tegen het verlies dat een lage Nederlandse referentieprijs veroorzaakt op de Amerikaanse markt. Dat maakt het voor bedrijven in zo’n scenario rationeel om de Nederlandse markt pas laat te bedienen of zelfs helemaal te vermijden.
Het MFN–beleid verandert de afwegingen voor bedrijven bij de introductie van nieuwe geneesmiddelen fundamenteel. Internationale prijsvergelijkingen gaan een rol spelen vóór marktintroductie: netto prijsniveaus in andere landen zijn al relevant op het moment dat bedrijven besluiten waar en wanneer zij een nieuw middel introduceren.
Voor Nederland kan dit betekenen dat nieuwe geneesmiddelen later beschikbaar komen, of dat fabrikanten terughoudender worden in prijsonderhandelingen. De keerzijde van het Nederlandse kostenbeheersingsbeleid wordt zo steeds zichtbaarder: bedrijven besluiten steeds vaker nieuwe middelen hier niet of later aan te bieden, en investeringen in klinisch onderzoek verschuiven naar regio’s met voorspelbaarder beleid.
Tegelijkertijd is er opwaartse druk op prijzen. Uit analyse van 46brooklyn, een onafhankelijk onderzoeksbureau voor geneesmiddelenprijzen, blijkt dat alle bedrijven die MFN–deals tekenden in januari 2026 de catalogusprijzen op 872 merkgeneesmiddelen verhoogden. Als de VS de laagste buitenlandse prijs als referentie hanteert, hebben fabrikanten een directe prikkel om die buitenlandse prijzen te verhogen. Voor het Nederlandse systeem, dat op zichzelf ook werkt op basis van internationale referentieprijzen, kan dit leiden tot een opwaartse prijsspiraal.
Tot slot verschuiven investeringen in productie naar de VS. De bedrijven die MFN–deals sloten, hebben gezamenlijk voor vele miljarden aan investeringen in Amerikaanse productiecapaciteit toegezegd. Dit zijn investeringen die dus niet in Europa terecht komen.
Het internationale geneesmiddelenprijslandschap is fundamenteel aan het verschuiven, en Nederland staat er middenin. De VIG constateert dat passiviteit geen optie is. De combinatie van Amerikaans referentiebeleid, internationale handelsdruk en verschuivende investeringsstromen vraagt om een actief en samenhangend antwoord, nationaal en Europees.
Het coalitieakkoord biedt daarvoor aanknopingspunten. Het kabinet omarmt het rapport-Wennink als leidraad voor een innovatieve economie en kiest ervoor om geopolitiek besef te laten doorklinken in alle beleidsterreinen. Dat is precies wat hier nodig is. Maar die ambitie moet consequent worden doorvertaald naar het zorgbeleid. De VIG noemt in dat licht een aantal overwegingen:
Bronnenlijst:
TrumpRx.gov
White House — The Great Healthcare Plan
White House Fact Sheet: MFN-deals met Eli Lilly en Novo Nordisk
White House Fact Sheet: negen nieuwe MFN-deals, publicatie GLOBE/GUARD, $150 mld investeringstoezeggingen
Becaris Publishing — ‘Nine more companies sign US most-favored-nation pricing deals’
Johnson & Johnson — MFN-overeenkomst
NPR — ‘Trump struck deals with 16 drug companies.’
EFPIA — The Pharmaceutical Industry in Figures 2025
UK Government — ‘Landmark UK-US pharmaceuticals deal to safeguard medicines access and drive vital investment for UK patients and businesses’
CSIS — ‘Securing the Future of the U.S. Biopharmaceutical Industry: The Most-Favored-Nation Paradox’
Pharmaceutical Technology — ‘Transforming US drug access and production: MFN pricing deals and historic manufacturing investments’
Fierce Pharma — ‘J&J strikes MFN deal with Trump, reveals plan to build 2 US manufacturing sites’
Kamerbrief Voortgang financiële arrangementen geneesmiddelen 2024
Mintz — ‘Pharmaceutical Policy in Motion: Updates on the Trump Administration’s Drug Pricing Initiatives’
AMCP — ‘Federal Update: Trump Administration Announces Deal to Bring Most-Favored-Nation Pricing to GLP-1s’
Pharmaceutical Technology — ‘AstraZeneca Is Next to Reach MFN Deal with White House’