In het gesprek lichtte Mark Kramer toe dat in het maatschappelijke en politieke debat de wens klinkt om meer zicht te krijgen op hoe geneesmiddelenprijzen tot stand komen. Omdat kostprijs-plusmodellen daarbij geregeld worden genoemd, wilde de VIG inzichtelijk laten maken welke effecten deze systematiek in de praktijk heeft.
Uit het rapport blijkt dat kostprijs-plus diverse nadelen kent. In internationale voorbeelden leidt het model onder meer tot vertragingen in de toegang tot nieuwe behandelingen, onzekerheid over beschikbaarheid en minder prikkels voor innovatie. De analyse laat daarnaast zien dat landen die kostprijs-plus toepassen geen structurele voordelen behalen in betaalbaarheid of houdbaarheid van het systeem.
Tijdens de uitzending benadrukte Kramer dat de Nederlandse uitgaven aan geneesmiddelen al jaren stabiel zijn en tot de laagste van Europa behoren. Tegelijkertijd lopen de wachttijden op voor patiënten, onder meer door strikte procedures rond toelating en vergoeding.
Dit leidt volgens Kramer tot zorgelijke effecten: patiënten moeten langer wachten op nieuwe behandelingen, en bedrijven kiezen Nederland minder vaak voor vroege introducties.
Ook de internationale ontwikkelingen kwamen aan bod. Het Amerikaanse prijsbeleid, dat steeds meer uitgaat van internationale referenties, kan druk zetten op Europese toegang. Binnen Europa wordt tegelijkertijd gewerkt aan een nieuw farmapakket, terwijl strategische denkers zoals Peter Wennink benadrukken dat sectoren als biotech en geneesmiddelen juist cruciaal zijn voor de toekomstige economische kracht van Nederland en de EU.
Kramer benadrukte dat voorspelbare en snellere toegang essentieel is om het innovatieklimaat te versterken en om Nederland aantrekkelijk te houden als locatie voor onderzoek en ontwikkeling.