Een vaccin is een middel dat je afweersysteem traint om een ziekte te herkennen en te bestrijden, zonder dat je zelf echt ziek wordt. Je kunt het zien als een soort oefening: als je later met het virus in aanraking komt, weet je lichaam al precies wat het moet doen.
Klassieke vaccins gebruiken een onschadelijk gemaakt virus of bacterie, terwijl moderne vaccins (zoals mRNA- en vectorvaccins) je lichaam tijdelijke genetische instructies geven. In alle gevallen leert je afweer het echte virus sneller herkennen.