27-01-2026

‘Blijf investeren in innovatie in gezondheid’

Scroll om meer te ontdekken
Het innovatieklimaat voor geneesmiddelen in Europa, en in het bijzonder Nederland, verbeteren. Daar maakt Jan Güse, head public affairs van Novartis Nederland, en Casper Paardekooper, partner bij Vintura, zich hard voor tijdens het recente Opening Doors to Innovation event.

 

Wie nog altijd denkt dat Europa de ontwikkeling en productie van medicijnen domineert, zit ernaast. Azië is een grote grondstoffenleverancier en de VS zijn dominant als het gaat om investeren in farmaceutisch klinisch onderzoek en R&D, hoewel ook China snel opkomt als belangrijke speler. De Amerikanen leggen de vinger op de zere plek; investeringen in innovatie moeten vooral daar vandaan komen, terwijl Europa als een free rider meelift.

Paardekooper ziet een kern van waarheid: ‘Het Amerikaanse beleid legt het achterblijven van Europa bloot. Je kunt de vergelijking trekken met defensie. Daar vinden we met elkaar dat Europese landen meer moeten bijdragen. Waarom zouden we voor innovatieve geneesmiddelen ook niet onze fair share betalen?’

Europese markt aantrekkelijker maken

Het zou goed zijn als we in Europa weer meer zelf gaan investeren en onze markt aantrekkelijker maken. Zonder hervormingen van bijvoorbeeld regelgeving verliest het oude continent concurrentiekracht, vindt Güse. ‘Het is voor de Europese economie en zorg belangrijk dat we hier meer medicijnen zelf ontwikkelen. Ook voor de beschikbaarheid wil je een sterke positie behouden.’

Paardekooper: ‘We willen niet dat met de farmaceutische industrie hetzelfde gebeurt als met de auto-industrie. Dat risico bestaat wel. Gezondheidszorg is te veel een discipline van de afzonderlijke lidstaten, terwijl we eigenlijk als één Europa moeten optreden. We hinken op twee gedachten. Tegenover het belang dat we in Europa hechten aan innovatie staat Europees beleid dat de farmaceutische industrie afremt.’

Nederland blijft achter

Het hinken op twee gedachten dat we in Europa doen, zien Güse en Paardekooper ook in Nederland. De consistentie in het beleid kan volgens hen beter. De overheid heeft aan de ene kant life sciences & health bestempeld als een topsector voor innovatie. Terwijl dezelfde overheid vergaande beperkingen oplegt voor de geneesmiddelenmarkt. Nederland loopt in Europa niet voorop. Integendeel, vindt Güse.

Hij somt op: ‘Het duurt hier steeds langer om de procedures voor vergoeding te doorlopen en we lopen met name binnen de oncologie steeds meer achter in het aantal middelen dat wordt vergoed.’ Vooral het verschil met Duitsland is opvallend: van de 35 geneesmiddelen die in 2023 door EMA zijn goedgekeurd zijn er begin van dit jaar 12 beschikbaar gekomen voor Nederlandse patiënten tegen 32 in Duitsland (IQVIA). Bovendien besteden we met circa 6,6 procent (bruto) uitgaven aan geneesmiddelen als percentage van totale zorguitgaven naar verhouding nagenoeg het minste aan geneesmiddelen van alle Europese landen (OECD).

Er is volgens Güse een link tussen landelijke uitgaven aan medicatie en beleid en de bereidheid en mogelijkheid bij farma om in een land te investeren. ‘Als medicijnen hier de patiënt niet bereiken, dan zal volgend klinisch onderzoek veel moeilijker in ons land kunnen plaatsvinden. Dat komt omdat nieuwe behandelingen waarmee vergeleken moet worden niet beschikbaar zijn.’

Dialoog over innovatie

Onterecht worden uitgaven in de zorg, evenals uitgaven aan innovatieve geneesmiddelen, louter als kostenpost gezien, vindt Guse. ‘Het is juist een investering in gezondheid en de maatschappij’, stelt hij daar tegenover. Vanwege het grote belang van innovatie voor betere zorguitkomsten, organiseerde Novartis samen met Vintura voor de tweede keer het event Opening Doors to Innovation. Partijen uit het gehele veld gingen met elkaar in dialoog; van bedrijven en zorgeconomen tot zorgverzekeraars, ministeries, onderzoekers, zorgkoepels en patiëntenorganisaties. Güse: ‘Gedwongen door mondiale ontwikkelingen neemt de urgentie toe om met elkaar om tafel te gaan. Dat is goed. Er is meer begrip nodig over elkaars agenda, beweegredenen en plek in het systeem.’

Güse en Paardekooper vinden dat overheid, zorg en bedrijfsleven nauwer kunnen en moeten samenwerken. Volgens hen kunnen we iets leren van landen als Zwitserland en Duitsland waar dat gemakkelijker gaat. In Zwitserland werkt de farmaceutische industrie nauw en natuurlijk samen met de academie. En in Duitsland heeft de overheid een life science-strategie die beide elementen aan elkaar verbindt, vertelt Paardekooper. ‘Daar loont het bijvoorbeeld om bepaalde kortingen confidentieel te hebben. Dat doen de Duitsers onder de voorwaarde dat er meer klinisch onderzoek in hun land wordt gedaan. In Nederland vinden we het spannend om die werelden te verbinden.’

Güse: ‘Nederland heeft een mooi innovatiemodel en een mooi zorgsysteem, maar die twee kunnen beter op elkaar aansluiten. Het zou goed zijn als we als overheid, zorg en bedrijfsleven elkaar meer vertrouwen en open zouden staan voor elkaars ideeën. Als we daarin bewegen, liggen er in ons land heel veel kansen.’

Dit artikel is eerder verschenen op Zorgvisie.nl.

Meer weten over Novartis?