De sector geneesmiddelenproducenten investeert jaarlijks circa €55 miljard in onderzoek en ontwikkeling (R&D) in Europa en realiseert een exportwaarde van ongeveer €320 miljard. Daarmee levert de sector de grootste bijdrage aan het Europese handelsoverschot, groter dan die van alle andere sectoren samen. De economische betekenis van innovatieve geneesmiddelen is daarmee nauw verweven met de brede welvaart, werkgelegenheid en strategische autonomie van Europa. Tegelijkertijd staat de Europese positie onder druk. In de afgelopen twintig jaar verloor Europa ongeveer 25% van zijn wereldwijde aandeel in farmaceutische investeringen aan andere regio’s. Waar de R&D-uitgaven in de Europese Unie tussen 2010 en 2022 gemiddeld met 4,4% per jaar groeiden, lag dit groeitempo in de Verenigde Staten op 5,5% en in China zelfs op 20,7% per jaar. Deze verschillen illustreren hoe snel het mondiale speelveld verschuift en hoe kwetsbaar de Europese concurrentiepositie is geworden. Deze ontwikkeling raakt niet alleen de industrie, maar ook de beschikbaarheid van nieuwe behandelingen voor patiënten en de strategische weerbaarheid van Europa in tijden van geopolitieke en gezondheidscrises. Ook Nederland levert een concrete bijdrage aan deze Europese positie. De Nederlandse geneesmiddelenproductie vertegenwoordigt een jaarlijkse productiewaarde van circa €6,8 miljard. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek steeg in 2024 de exportwaarde van geneesmiddelen en farmaceutische producten samen met €5,3 miljard ten opzichte van een jaar eerder, vooral door een toename van het exportvolume. Deze productgroep behoort structureel tot de belangrijkste Nederlandse exportcategorieën, naast onder meer machines en apparaten, overige chemische producten, aardolieproducten en landbouw- en voedingsmiddelen. Deze cijfers onderstrepen dat innovatieve geneesmiddelen niet alleen van belang zijn voor gezondheid en zorg, maar ook een wezenlijke rol spelen in het Nederlandse en Europese verdienvermogen. Voor Nederland geldt dat deze sterke uitgangspositie geen vanzelfsprekendheid is. In het rapport-Wennink wordt benadrukt dat Nederland alleen internationaal concurrerend kan blijven in sleuteltechnologieën – waaronder farmaceutische innovatie en biotechnologie – als gericht wordt geïnvesteerd in talent, infrastructuur, opschalingscapaciteit en een voorspelbaar innovatieklimaat. Initiatieven zoals het plan voor Biotech Nexus sluiten hierbij aan door te streven naar een samenhangend ecosysteem voor biotechnologie, van onderzoek en klinische ontwikkeling tot productie en markttoepassing. Zonder dergelijke gerichte keuzes dreigt ook Nederland terrein te verliezen in een internationaal steeds competitiever speelveld. Om het concurrentievermogen, de veiligheid en de welvaart van Europa te versterken, heeft EFPIA tien concrete voorstellen gepresenteerd. Deze voorstellen vormen een samenhangend pakket en bestrijken zowel het Europese innovatie-ecosysteem als de nationale toegang tot innovatieve geneesmiddelen: Volgens EFPIA is het essentieel dat deze voorstellen in samenhang worden opgepakt. Alleen dan kan Europa zijn positie als wereldwijde koploper in geneesmiddelenontwikkeling behouden en versterken. De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen onderschrijft deze analyse. Een sterk, voorspelbaar en samenhangend innovatieklimaat is essentieel om Europa en Nederland aantrekkelijk te houden voor onderzoek, ontwikkeling en productie van innovatieve geneesmiddelen. Dat is nodig om het concurrentievermogen van de economie te versterken, maar ook om te borgen dat patiënten in Nederland en Europa tijdig toegang blijven houden tot nieuwe en effectieve behandelingen.Europa verliest terrein
Nederlandse bijdrage
De tien voorstellen van EFPIA
Investeren in gezondheid én concurrentiekracht
Bronnen