Het Nederlandse vergoedingsstelsel voor geneesmiddelen is aan herziening toe. In 2023 gaf de minister van VWS daarvoor de aanzet in een Kamerbrief over een ‘toekomstbestendig stelsel’ voor de vergoeding van (nieuwe) dure geneesmiddelen. Sindsdien werken overheid en zorgpartijen samen aan de uitwerking, onder meer in het Landelijk Overleg Dure Geneesmiddelen (LODG), waarin zorgverleners, patiëntenkoepels, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheidspartijen vertegenwoordigd zijn. VWS heeft Zorginstituut Nederland gevraagd het TSG samen met andere partijen verder uit te werken, met als doel het proces rond toelating en vergoeding te verduidelijken en waar mogelijk te versnellen.
De VIG steunt de ambitie om het geneesmiddelenbeleid toekomstbestendig te maken en ziet elementen in het concept die kunnen bijdragen aan meer samenhang en voorspelbaarheid. Wel vinden we dat de kernvraag scherper moet worden beantwoord: kiest Nederland expliciet voor tijdige patiënttoegang, of wordt toegang vooral een gevolg van steeds zwaarder wordende processtappen? Toegang tot innovatie is een systeemindicator die nu onder druk staat: innovatieve geneesmiddelen bereiken Nederlandse patiënten steeds later, met een gemiddelde doorlooptijd van ruim 459 dagen, en in individuele gevallen nog aanzienlijk langer.
Impactanalyse
Juist daarom is één stap wat ons betreft onmisbaar vóórdat het TSG verder wordt uitgewerkt of geïmplementeerd: eerst het totaalbeeld scherp krijgen met een impactanalyse door een onafhankelijke derde partij. Zo’n analyse moet niet alleen kijken naar uitvoeringscapaciteit en procesinrichting, maar ook naar de bredere gevolgen voor het behandelklimaat, het onderzoekslandschap en het investeringsklimaat in Nederland. Die effecten reiken verder dan VWS en zijn zbo’s en vragen om interministeriële samenhang en bestuurlijke reflectie. Daarbij geldt dat de impact in de komende jaren extra relevant is door samenlopende Europese ontwikkelingen (waaronder European Pharma Legislation, Critical Medicines Act, European Health Data Space en European Biotech Act), die in de context van het TSG moeten worden meegewogen.
Slot op de achterdeur
In de praktijk zien wij dat financiële onderhandelingen na een positief advies maanden, soms jaren kunnen duren; patiënten mogen daarvan niet de dupe worden. Daarom pleiten wij voor ruimte om te experimenteren met werkbare oplossingen zoals een overbruggingsregeling. Wat ons betreft werken we samen aan een passend slot op de achterdeur, in plaats van de voordeur te barricaderen.
Weesgeneesmiddelen
Bij het TSG is het bovendien cruciaal dat weesgeneesmiddelen niet automatisch in de zwaarste route belanden. Juist omdat deze middelen per definitie bedoeld zijn voor kleine patiëntgroepen, is het vaak onmogelijk om vooraf alle onzekerheden “weg te bewijzen” met grote datasets, terwijl de medische nood hoog is en tijdige toegang voor patiënten doorslaggevend kan zijn. De VIG pleit daarom voor een aparte, passende route voor weesgeneesmiddelen en vergelijkbare innovaties voor kleine, afgebakende subpopulaties, zodat therapeutische meerwaarde niet wordt behandeld als een risico dat vooral vertraging oplevert, maar als een kans, zeker wanneer patiënten niet kunnen wachten.
De VIG gaat hierover graag verder in gesprek met zowel het ministerie van VWS als het Zorginstituut Nederland, om te voorkomen dat juist deze patiënten de dupe worden van langdurige procedures.