Europa beschikt nog steeds over sterke wetenschap, een robuuste sector en een aanzienlijke handelspositie, zo blijkt uit nieuw onderzoek van EFPIA dat maandag is besproken tijdens een persbijeenkomst in Den Haag van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG). Toch worden die kwaliteiten onvoldoende omgezet in investeringen, klinisch onderzoek en snelle toegang tot nieuwe medicijnen. Zo daalde het Europese aandeel in commerciële klinische studies tussen 2013-2023 van 22 naar 12 procent. Investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D) groeien trager dan in de VS en vooral China. Als Europa de achterstand inhaalt, kan dat 105 miljard euro extra investeringen opleveren in tien jaar tijd. Ook kunnen dan 158.000 meer patiënten meedoen aan klinische studies met nieuwe behandelingen.
‘Nederland is binnen de EU een van de koplopers in het aantal R&D-stimuleringsregelingen’, zegt Mark Kramer, voorzitter van de VIG. ‘Maar door strengere beoordelingen (HTA’s) en vertragingen in dat proces komen nieuwe geneesmiddelen hier later of zelfs beperkter op de markt. Daardoor daalt volgens EFPIA de aantrekkelijkheid van Nederland voor onderzoek en investeringen. Dat heeft negatieve gevolgen voor patiënten, de zorgsector en de economie.’
Europa werkt aan nieuw geneesmiddelenbeleid om de economische en strategische ambities waar te maken. Met initiatieven als het Europese farmapakket, gezamenlijke Europese klinische beoordelingen, de Critical Medicines Act en de Biotech Act, wil de EU snellere beschikbaarheid van medicijnen, meer leveringszekerheid en een sterkere concurrentiepositie realiseren.
Alleen zijn bijna al deze initiatieven voorgesteld vóórdat de wereld geopolitiek instabieler werd en het handelsbeleid van de VS veranderde, met importheffingen en zogeheten MFN-beleid. De EU komt onder meer met nieuwe verplichtingen, waaronder de mogelijkheid van EU-landen om bedrijven te verplichten om een geregistreerd geneesmiddel in hun land op de markt te brengen. Dat kan als averechts effect hebben dat bedrijven terughoudend worden om geneesmiddelen in de EU te registreren. Een verplichte marktintroductie in de EU kan door het nieuwe prijsreferentiebeleid in de VS gevolgen hebben voor de omzet in de grotere en aantrekkelijkere Amerikaanse markt.
De innovatieve geneesmiddelensector draagt bij aan betere gezondheid, maar ook aan werkgelegenheid, productiviteit en economische waarde. In Nederland werken circa 26.000 mensen in de sector, die zo’n €8,5 miljard aan bruto toegevoegde waarde levert, met daarnaast €1,6 à €2,6 miljard aan indirecte waarde via toeleveranciers. Het belang van strategischer Nederlands geneesmiddelenbeleid neemt toe. Nederland is in vergelijking met andere EU landen namelijk kwetsbaar voor de druk vanuit de VS en China, doordat het een relatief kleine markt is, met trage toegang en lage uitgaven aan geneesmiddelen.
Met beleidsaanpassingen zoals het aankomende Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen (TSG) wordt weliswaar erkend dat het huidige stelsel onder druk staat, maar ontbreekt de positieve impuls voor innovatie. Het TSG richt zich nu vooral op het aan de voorkant beperken van risico’s, terwijl de gevolgen voor toegang tot innovatie, klinisch onderzoek en investeringsbeslissingen nog onvoldoende in beeld zijn. De VIG pleit daarom voor een onafhankelijke impactanalyse, zodat er beter zicht komt op de gevolgen voor het behandel- en innovatieklimaat en de positie van Nederland als vroege innovatiemarkt.
Lees hier het volledige rapport van EFPIA: Turning EU excellence in science into commercial success could add more than €120billion to EU economy in 10 years