‘Het probleem is niet dat er geen behandeling mogelijk is’, zegt Dineke Amsing, directeur beleid en samenwerking bij de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. ‘Het probleem is dat patiënten vaak laat in beeld komen bij de zorg. Als hartfalen eenmaal in een vergevorderd stadium zit, is de schade al groot. Met vroege herkenning en behandeling kan veel ellende worden voorkomen.’
Dat hartfalen vaak laat wordt ontdekt, heeft meerdere oorzaken. Klachten worden geregeld afgedaan als ouderdom of een verminderde conditie. In de eerste lijn is herkenning niet altijd eenvoudig. Ook patiënten zelf trekken vaak pas laat aan de bel. Slechts één op de vijf mensen weet wat hartfalen precies inhoudt, terwijl het om een zeer ernstige aandoening gaat.
Eén op de vier Nederlanders krijgt ooit hartfalen. De prognose is slechter dan bij meerdere vormen van kanker. Elke dag overlijden 22 mensen in Nederland aan de gevolgen van hartfalen en jaarlijks worden 33.000 patiënten opgenomen in het ziekenhuis. De verwachting is dat het aantal mensen met hartfalen richting 2030 met ruim 40 procent toeneemt.
‘Het is nodig om mensen met hartfalen eerder op de radar te krijgen’, zegt Amsing. ‘Dat vraagt om betere diagnostiek, meer kennis in de eerste lijn en gerichte aandacht voor risicogroepen. Maar ook om bewustwording bij het publiek: mensen moeten hun klachten leren herkennen.’
Met de Nationale Hartfalenweek willen de Hartstichting, de Dutch Cardiovascular Alliance en het Netherlands Heart Institute samen de bewustwording rondom hartfalen vergroten. Dat gebeurt tijdens zowel landelijke als regionale bijeenkomsten. Daarbij gaat het nadrukkelijk niet alleen om patiënten, maar ook om zorgprofessionals en beleidsmakers.
Opvallend is dat vooruitgang in behandeling niet automatisch leidt tot betere uitkomsten. De afgelopen jaren zijn nieuwe medicijnen ontwikkeld die de prognose van hartfalen kunnen verbeteren. Toch blijkt dat deze middelen bij slechts een minderheid van de patiënten worden voorgeschreven.
‘Er is echt vooruitgang geboekt op het vlak van therapieën’, zegt Amsing. ‘Maar die komen niet vanzelf bij de patiënt terecht. Daar zit frictie in het systeem. Denk aan opname in richtlijnen, bekostiging en de implementatie van nieuwe behandelmogelijkheden. Voor patiënten is die onderbehandeling wrang, maar ook voor het zorgsysteem. Tijdig en passend behandelen voorkomt bovendien onnodige druk op de zorg, zoals ziekenhuisopnames.’
Naast passende behandeling draait de aanpak van hartfalen ook om samenwerking en organisatie van zorg. Het principe van ‘de juiste zorg op de juiste plek’ vraagt om betere afstemming tussen huisartsen, ziekenhuizen en gespecialiseerde centra, met de patiënt als uitgangspunt.
Ook data en technologie spelen een steeds grotere rol. Betere registratie van patiënten en het gebruik van data-analyse kunnen helpen om sneller in te grijpen en behandelingen beter af te stemmen. ‘Vroege herkenning vormt de spil’, benadrukt Amsing. ‘Zolang we hartfalen te laat ontdekken, blijven we achter de feiten aanlopen.’
Daarom ondersteunt de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen de Nationale Hartfalenweek van harte. Amsing: ‘Als deze week ertoe leidt dat we klachten eerder herkennen en sneller handelen, maken we al een groot verschil. Vanuit onze rol binnen de DCVA blijven we ons inzetten om innovatie sneller bij de patiënt te krijgen en belemmeringen in de praktijk weg te nemen.’
Meer weten?