Presentator Nina van den Dungen spreekt in de uitzending met Wim Goettsch, hoogleraar Health Technology Assessment aan de Universiteit Utrecht en adviseur bij Zorginstituut Nederland, Carla Hollak, hoogleraar geneesmiddelen en samenleving aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van RareNL, en Peter Bertens, strategisch adviseur innovatie bij de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. Alle gesprekspartners constateren dat het huidige stelsel onder druk staat en dat patiënten te lang moeten wachten op nieuwe behandelingen.
Patiënten in Nederland wachten gemiddeld ruim anderhalf jaar op toegang tot nieuwe geneesmiddelen. In omringende landen zijn diezelfde medicijnen vaak al eerder beschikbaar. Dat geldt in het bijzonder voor weesgeneesmiddelen: Nederland vergoedt 43 procent van de beschikbare middelen, wat volgens Peter Bertens neerkomt op een rapportcijfer van 4,3. De wachttijd en beperkte toegang raken patiënten direct en vormen een structureel knelpunt in het huidige vergoedingssysteem.
Wim Goettsch legt in de uitzending uit hoe het beoordelingsproces werkt. De Europese medicijnautoriteit EMA beoordeelt of een geneesmiddel veilig is en werkt, maar niet of het beter is dan bestaande behandelingen. Die beoordeling vindt plaats op nationaal niveau, bijvoorbeeld door het Zorginstituut. Goettsch vindt dat de prijs van nieuwe medicijnen in verhouding moet staan tot de daadwerkelijk aangetoonde meerwaarde. Daar is echter meteen na de beoordeling van het EMA nog onzekerheid over, dus wil het Zorginstituut graag meer informatie om zorgvuldig te kunnen beoordelen.
‘Er is niets mis mee dat Nederland extra bewijs wil zien over de werking van een geneesmiddel, want we krijgen in de loop der jaren steeds meer kennis over bestaande geneesmiddelen’ zegt Peter Bertens. ‘Het Nederlandse systeem alleen is zo ingericht dat patiënten geen toegang tot die middelen hebben zolang die onderzoeken nog lopen. In andere landen zitten ze met dezelfde onzekerheden, maar kiezen ze ervoor dat intussen patiënten wel toegang hebben tot die geneesmiddelen.’
Volgens Carla Hollak worden patiënten met een zeldzame ziekte dubbel geraakt door het huidige stelsel. Juist bij weesgeneesmiddelen is bewijs bij introductie vaak schaars en onzeker, wat leidt tot langdurige sluistrajecten. Zij pleit daarom voor een dynamischer aanpak, waarbij geneesmiddelen voorwaardelijk worden toegelaten en onder gecontroleerde omstandigheden worden ingezet.
Als concreet voorbeeld noemt zij het Orphan Drug Access Protocol: een lopende pilot waarbij weesgeneesmiddelen via gecontroleerd gebruik en gefaseerde, dynamische beprijzing toegang hebben gekregen. In een toekomstbestendig stelsel zou de sluis volgens Hollak idealiter overbodig moeten worden. Dat vraagt wel om een systeemverandering.
In de uitzending wordt vooruitgekeken naar het Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen dat momenteel in ontwikkeling is. Tijdens het gesprek komen elementen ter sprake als cyclisch pakketbeheer, herbeoordeling op basis van nieuwe inzichten, betalen naar prestatie en dynamische beprijzing. Daarbij erkennen de sprekers in de uitzending dat bij introductie van een geneesmiddel nog niet alles bekend is over effectiviteit en kosteneffectiviteit, en dat deze kennis zich in de praktijk verder ontwikkelt.
Ook Peter Bertens ziet kansen in dynamisch en risicogestuurd pakketbeheer, waarbij aanpassingen mogelijk zijn wanneer nieuwe inzichten beschikbaar komen. Tegelijkertijd wijst hij op het belang van de bredere context. Nederland is een kleine markt in een internationale omgeving. Geopolitieke ontwikkelingen, zoals spanningen met de Verenigde Staten over Europese geneesmiddelprijzen – waarbij prijzen in Nederland als referentie dienen voor prijzen in de VS – kunnen gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van medicijnen in Nederland.
Wim Goettsch benadrukt het belang van Europese samenwerking. Gezamenlijke beoordeling en gezamenlijke prijsonderhandelingen kunnen volgens hem bijdragen aan een toekomstbestendiger systeem en snellere toegang voor patiënten. Over één punt zijn alle gasten het eens: zonder meer dynamiek, aanpassingsvermogen en samenwerking loopt het huidige stelsel vast, met patiënten als gedupeerden.