05-05-2026

‘Geopolitieke druk op geneesmiddeleninnovatie neemt toe’

Presentatie van Richard Kempen aan Europarlementariër Ingeborg ter Laak (CDA) tijdens haar werkbezoek aan Johnson & Johnson Innovative Medicine.

Scroll om meer te ontdekken
Europa dreigt zijn positie in de ontwikkeling van innovatieve geneesmiddelen te verliezen door geopolitieke verschuivingen en versnipperd beleid. Dat beeld schetste Richard Kempen, adviseur European affairs bij de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG), tijdens een werkbezoek van Europarlementariër Ingeborg ter Laak (CDA) aan Johnson & Johnson Innovative Medicine op het Leiden Bio Science Park (LBSP).

 

Kempen presenteerde tijdens het bezoek een analyse van de internationale ontwikkelingen die doorwerken in investeringen, klinisch onderzoek en de beschikbaarheid van nieuwe medicijnen voor patiënten in Nederland en Europa. ‘De geopolitieke druk op geneesmiddeleninnovatie neemt toe’, stelde hij. ‘Er is een strategisch meerjarenbeleid nodig, waarbinnen de ministers van gezondheid, sociale zaken en financiën samen optrekken, om te voorkomen dat ons zorgstelsel achterop gaat raken.’

Driestrijd tussen regio’s

Volgens Kempen is er wereldwijd sprake van een duidelijke driestrijd tussen China, de Verenigde Staten (VS) en Europa. China verschuift zijn focus van generieke productie naar innovatieve geneesmiddelen. Daarnaast investeert het land fors in onderzoek en klinische studies. ‘China heeft zijn basis op orde. Daardoor neemt het aantal klinische studies daar snel toe en bovendien voldoen die studies aan mondiale standaarden’, stelde hij.

De VS hebben ondertussen nog een dominante positie dankzij hun marktgrootte, durfkapitaal en omvangrijke R&D‑investeringen. Europa bevindt zich in een lastigere positie. ‘Waar de VS en China duidelijke keuzes maken, opereert Europa gefragmenteerd. Dat maakt ons minder aantrekkelijk voor investeringen in innovatie’, legde Kempen uit.

Klinisch onderzoek loopt terug

Een concreet gevolg daarvan is de daling van het aantal klinische studies in Europa. Wereldwijd neemt het aantal studies toe. Maar in Europa, en ook Nederland, is juist een afname te zien. Kempen lichtte toe waarom dat problematisch is: ‘Minder klinisch onderzoek betekent uiteindelijk dat patiënten later of minder toegang krijgen tot nieuwe behandelingen. Dat verzwakt vervolgens het fundament onder de biotechnologieclusters in Nederland, zoals het LBSP, met als dreiging een structurele kennisvlucht.’

Volgens hem vraagt dit om actie vanuit zowel Brussel als Den Haag. Snellere procedures, voorspelbare regelgeving en een aantrekkelijk onderzoeks- en investeringsklimaat zijn nodig om Europa aantrekkelijk te houden voor het uitvoeren van klinische studies.

Amerikaanse beleidsdruk

Kempen ging tijdens zijn presentatie ook in op recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten. De Amerikaanse overheid zet sterker in op het tegengaan van zogenoemd ‘free‑riden’. Dat houdt in dat andere landen profiteren van Amerikaanse investeringen in innovatie en hier zelf een beperkter aandeel aan bijdragen. Ten opzichte van de Amerikanen geven Europeanen (veel) minder uit aan geneesmiddelen.

Om free-riden tegen te gaan, zijn de VS van plan om Europese prijzen een expliciet referentiepunt voor de prijzen van geneesmiddelen in de VS te maken. Kempen: ‘Dat maakt nationale prijs- en vergoedingssystemen ineens onderdeel van een mondiale dynamiek. Nederland voelt die impact extra, omdat het zelf in meerdere internationale prijsmandjes als referentieland fungeert.’

Deze ontwikkeling vergroot volgens hem de druk op de beschikbaarheid voor patiënten en daarmee uiteindelijk Europese investeringen. Grote bedragen aan aangekondigde investeringen verschuiven inmiddels richting de VS, ten koste van Europa en Nederland.

Bescherming intellectueel eigendom

Kempen stipte ook het belang van bescherming van intellectueel eigendom aan in zijn presentatie. ‘De keuzes die Europa maakt over intellectueel eigendom bepalen of we aantrekkelijk blijven voor innovatie en investeringen’, stelde Kempen. ‘Als die bescherming onder druk komt te staan, wijken investeringen uit naar regio’s waar het speelveld voorspelbaarder is.’

Tegen die achtergrond besprak hij de kansen en risico’s van aankomende Europese wetgeving, waaronder de EU Biotech Act en de herziening van de Europese farmaceutische regelgeving. Deze initiatieven hebben de ambitie om het Europese biotech‑ecosysteem te versterken, maar vragen volgens Kempen om samenhang en realisme. ‘Europa moet samenwerken aan een aantrekkelijk en voorspelbaar innovatieklimaat. Alleen dan kan de Biotech Act echt verschil maken.’

Gesprek tussen politiek en praktijk

Na de presentatie volgde een inhoudelijk gesprek tussen de Europarlementariër, vertegenwoordigers van Johnson & Johnson Innovative Medicine en de VIG. Aansluitend kregen de bezoekers een inkijkje in een van de labs van het geneesmiddelenbedrijf, waar R&D‑medewerkers het dagelijkse werk toelichtten.

Het werkbezoek maakte volgens Kempen duidelijk hoe groot de samenhang is tussen geopolitiek, Europees beleid en wat er uiteindelijk in Nederlandse laboratoria en ziekenhuizen gebeurt. ‘De beslissingen die nu in Brussel worden genomen, bepalen waar geneesmiddelen van morgen worden ontwikkeld en voor wie ze beschikbaar zijn’, concludeerde hij.