Samenvatting

Medicijnen voor Morgen brengt in beeld wat de innovatieve geneesmiddelensector betekent voor patiënten, de zorg en de samenleving. Tegelijk laat de publicatie zien waar het schuurt en waar het beter moet.
Scroll om meer te ontdekken

De cijfers in deze uitgave zijn volledig gebaseerd op openbare bronnen. We leggen bewust één gezamenlijke basis neer met feiten die voor iedereen inzichtelijk en controleerbaar zijn, zodat het publieke debat over geneesmiddelen ook op basis van feiten kan worden gevoerd.

Vanuit die gedeelde basis wil de VIG het gesprek met andere partijen verder brengen. Als branchevereniging zien we het als onze rol om mensen en perspectieven bij elkaar te brengen, van patiënten en zorgverleners tot beleidsmakers en geneesmiddelenbedrijven. Zo willen we toewerken naar wat ons allen bindt en motiveert: de beste zorg voor alle mensen in Nederland.

Ons innovatieproces

Geneesmiddelenontwikkeling

De innovatieve geneesmiddelensector heeft wereldwijd een enorme innovatiekracht. Begin 2026 waren er bijna 23.000 kandidaat-geneesmiddelen en vaccins in ontwikkeling, gerekend vanaf de preklinische fase. Wel ligt dit aantal 3,9% lager dan een jaar eerder.

Oncologie blijft het grootste indicatiegebied met 9.036 kandidaat geneesmiddelen, goed bijna 40% van de wereldwijde R&D-pijplijn. Neurologische en spijsverteringsaandoeningen staan op plek 2 en 3. Binnen alle indicatiegebieden worden ook geneesmiddelen ontwikkeld tegen zeldzame ziekten. Eén op de drie kandidaat-geneesmiddelen wordt ontwikkeld tegen een zeldzame ziekte.

Het overgrote deel van de pijplijn bevindt zich in een vroeg stadium: 47,6% van alle kandidaat geneesmiddelen zit in de preklinische fase, gevolgd door 17,7% in fase I en 17,1% in fase II. Slechts een klein deel bevindt zich in fase III (6,4%) of de preregistratiefase (1,3%). Dit illustreert hoe risicovol geneesmiddelenontwikkeling is; slechts een fractie haalt de eindstreep als medicijn.

Innovatiemodel

Om te kunnen blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling worden octrooien aangevraagd voor veelbelovende kandidaat-geneesmiddelen. In 2025 werden er in Nederland 231 aangevraagd voor een farmaceutische vinding.

Na jaren van onderzoek volgt toelating tot de Europese markt via het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA). In 2025 keurde het EMA 49 innovatieve geneesmiddelen goed, tegen 46 in 2024. Binnen deze groep nam het aantal goedgekeurde geneesmiddelen tegen een zeldzame ziekte toe van 15 naar 21, een stijging van 40%.

Uit deze cijfers blijkt dat veel ideeën worden onderzocht, maar dat alleen de meest kansrijke innovaties verder komen. Dat maakt het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen een uiterst risicovol en kapitaalintensief proces. Het kost gemiddeld ruim € 3,3 miljard dollar om een nieuw medicijn te ontdekken, te testen en beschikbaar te maken voor patiënten. Daarvoor zijn investeringen nodig. Een flink deel van de ontwikkelkosten van een nieuw geneesmiddel bestaan dan ook uit kapitaalkosten.

Ecosysteem

Binnen de LSH-sector telt Nederland 225 bedrijven die zich direct bezighouden met de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en diagnostica, aangevuld met een grote groep gespecialiseerde R&D-dienstverleners. Geneesmiddelen ontwikkelen gebeurt in samenwerking met andere partijen, waaronder universiteiten, ziekenhuizen, onderzoeksinstituten, startups en patiëntenorganisaties. In kennisclusters, zoals in Leiden, Oss, Amsterdam en Utrecht, werken zij samen in alle fasen van ontwikkeling, van fundamenteel onderzoek tot toepassing in de praktijk.

Naast fysieke clusters spelen publiek-private samenwerkingen (PPS) een belangrijke rol binnen de Nederlandse Life Sciences & Health-sector. Binnen de LSH-sector werken publieke en private organisatie samen in honderden projecten en tientallen strategische partnerschappen.

Onze waarde

Waarde voor patiënten

De waarde van innovatieve geneesmiddelen en vaccins komt tot uiting in het leven van patiënten. Bijna tweederde van de Nederlandse bevolking gebruikt één of meer geneesmiddelen. Bij 70-plussers geldt dit voor negen op de tien mensen. De meeste patiënten gebruiken (extramurale) geneesmiddelen via de openbare apotheek. Daarnaast krijgen bijna 440.000 mensen geneesmiddelen toegediend in het ziekenhuis.

Door de inzet van geneesmiddelen en vaccins, in combinatie met o.a. preventie, vroege opsporing en hogere welvaart, is de gemiddelde levensverwachting sinds 1950 met tien jaar gestegen. De overlevingskans en de kwaliteit van leven bij verschillende ziekten zijn structureel verbeterd. Zo is bij hart en vaatziekten de sterfte sinds 1980 meer dan gehalveerd en mensen met diabetes leven gemiddeld zes jaar langer dan begin jaren 2000. Ook bij kanker stijgt de vijfjaarsoverleving. Inmiddels is gemiddeld 70% van de kankerpatiënten vijf jaar na diagnose nog in leven. Deze verbeteringen hangen samen met nieuwe behandelopties, zoals immunotherapie en doelgerichte therapieën, naast vroegere opsporing en betere zorgorganisatie.

Ook vaccins leveren een directe bijdrage aan de gezondheid door infecties of ernstig ziek worden te voorkomen. Over de lange termijn heeft het Rijksvaccinatieprogramma naar schatting 6.000 tot 12.000 sterfgevallen voorkomen. Bepaalde ziekten, zoals polio, difterie en rubella, komen (zo goed als) niet meer voor in ons land. En HPV-vaccinatie blijkt zeer effectief in het voorkomen van HPV-infecties en (voorstadia van) baarmoederhalskanker.

Waarde voor het zorgstelsel

Vaccins beschermen mensen tegen infecties en ernstig ziek worden en ontlasten het zorgstelsel. Zo daalde het aantal ziekenhuisopnames na invoering van het vaccin tegen het rotavirus bij jonge kinderen met 86-93%. Bij het RS-virus leidde vaccinatie tot een afname van 75% van de IC opnames. Ook vaccinaties voor volwassenen, zoals de vaccins tegen pneumokokken, griep, COVID 19 en gordelroos, laten dergelijke effecten zien. Zo verlaagt vaccinatie tegen griep bij ouderen en risicogroepen de kans op ziekenhuisopname met ongeveer 40%, en bij mensen van 75 jaar en ouder bood COVID 19 vaccinatie na twee doses gemiddeld 94% bescherming tegen ziekenhuisopname.

Behalve vaccineren, draagt het tijdig of anders inzetten van geneesmiddelen ook bij aan het ontlasten van de zorg. Door passende inzet kan 14% van het tekort aan zorgpersoneel worden opgelost, het equivalent van 6.000 voltijdbanen. Een Belgische studie koppelt een afname van circa 20% van het aantal ziekenhuisdagen aan geneesmiddelen die na 1999 zijn geïntroduceerd. Doorvertaling naar de Nederlandse situatie betekent dat in 2023 naar schatting 1,8 miljoen ziekenhuisdagen zijn vermeden, wat ongeveer. €1,15 miljard heeft bespaard. In een zorgstelsel met oplopende personeelstekorten en een oplopende zorgvraag door een vergrijzende bevolking is dit een waardevolle bijdrage.

Waarde voor de maatschappij

Ook economisch levert de innovatieve geneesmiddelensector een grote bijdrage. De sector levert werk aan tienduizenden mensen, zowel direct als indirect. Zo’n twintigduizend mensen werken direct bij een geneesmiddelenbedrijf, waarvan ruim tienduizend in de productie. Ongeveer 3200 mensen werken aan klinisch onderzoek.

De bruto toegevoegde waarde van de gehele Nederlandse innovatieve geneesmiddelensector bedroeg in 2024 naar schatting €8,5 miljard. En klinisch onderzoek dat door geneesmiddelenbedrijven wordt uitgevoerd, levert Nederland een bruto toegevoegde waarde van ruim €1,2 miljard op. Een deel daarvan, €423,5 miljoen, komt rechtstreeks voort uit de klinische studies zelf. Denk daarbij aan investeringen in onderzoek, personeel en faciliteiten.

Door het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen en vaccins die de kwaliteit van leven verbeteren, heeft de sector ook een positief effect op de arbeidsinzet van patiënten en mantelzorgers: zij kunnen vaker en langer blijven werken. Elke euro die wordt geïnvesteerd in vroegtijdige opsporing en behandeling van niet-overdraagbare ziekten kan 1,1 tot 4,9 euro opleveren door lagere zorgkosten en hogere productiviteit.

Onze inzet

Voorspelbare en tjidige toegang

Geneesmiddelen en vaccins maken hun waarde pas waar als patiënten er ook tijdig toegang toe hebben. Hoewel Nederland nog altijd beter scoort dan het Europese gemiddelde, verslechtert de toegang tot nieuwe geneesmiddelen al jaren. Van de 168 geneesmiddelen die het EMA tussen 2021 en 2024 goedkeurde, waren er begin 2026 in Nederland 91 toegankelijk via het basispakket (54%), tegen 58% in 2025 en 67% in 2019. Zodra een geneesmiddel wordt vergoed, geldt wel volledige en gelijke toegang voor patiënten.

Bij geneesmiddelen tegen kanker en zeldzame ziekten is de terugval nog sterker. Van de 56 nieuwe oncolytica was 41% toegankelijk, tegenover 81% in 2019. Voor geneesmiddelen tegen zeldzame ziekten ging het om 39%, tegen 57% in 2019. Daarmee is Nederland voor beide groepen onder het Europese gemiddelde gezakt en staat het in 2025 respectievelijk op positie 22 (kanker) en 17 (zeldzame ziekten).

Ook de tijd tot toegang neemt toe. Patiënten wachten in Nederland gemiddeld 493 dagen op een nieuw geneesmiddel, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2019. Voor kankergeneesmiddelen is dat 525 dagen en voor geneesmiddelen tegen zeldzame ziekten 561 dagen; middelen in de sluis kennen met gemiddeld 655 dagen de langste wachttijd. Hoewel deze wachttijd in 2024 voor het eerst iets daalde, blijft het schrijnend dat patiënten zo lang geen toegang hebben tot nieuwe geneesmiddelen.

Beheerste uitgaven

In 2024 bedroegen de netto uitgaven aan geneesmiddelen 4,2% van de totale zorguitgaven, tegenover 5,0% in 2020. In absolute termen stegen de netto uitgaven naar €6,6 miljard (+13% sinds 2020), terwijl de totale zorguitgaven met 33% stegen naar bijna €155 miljard.

Ook binnen de ziekenhuiszorg daalt het aandeel van intramurale geneesmiddelen: van 10,1% van de uitgaven in 2020 naar 8,8% in 2024. En de uitgaven per patiënt per jaar daalden van €7.670 naar €6.135. Per hoofd van de bevolking liggen de geneesmiddelenuitgaven in Nederland bovendien ver onder die van de Verenigde Staten: circa 29% van het Amerikaanse niveau.

IJzerstrek innovatieklimaat

De focus op kostenbeheersing en de verslechterde toegang tot nieuwe geneesmiddelen en vaccins zetten het Nederlandse innovatieklimaat onder druk. Nederland behoort met concurrentiepositie 10 op de World Competitiveness Ranking van IMD nog steeds tot de meest concurrerende economieën, maar verliest terrein. In 2024 stond Nederland nog op plek 9 en in 2020 zelfs op plek 4. Vooral economische prestaties en het investeringsklimaat blijven achter.

Investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn medebepalend voor concurrentiekracht. De Life Sciences & Health sector investeert met 13,4% van de netto omzet het grootste aandeel in R&D ten opzichte van andere sectoren, maar internationaal verschuift de innovatiekracht.

Tussen 2010 en 2022 groeiden de farmaceutische R&D uitgaven in Europa met gemiddeld 4,4% per jaar, tegenover 5,5% in de Verenigde Staten en 20,7% in China. In Nederland investeerde de farmaceutische industrie in 2024 circa €900 miljoen in R&D, aanzienlijk minder dan in België, Denemarken en Zwitserland.

Ook het aantal klinische studies is een belangrijke indicator voor het innovatieklimaat. Na jaren van stabiliteit rond 600 studies per jaar daalde het aantal gestarte studies in Nederland vanaf 2021 scherp naar 354 in 2025. De farmaceutische industrie neemt het grootste deel voor haar rekening: in 2025 zeven van de tien studies.

Deze trend is ook zichtbaar in het aantal klinische studies (fase I t/m IV) per miljoen inwoners in Europa. Nederland laat één van de sterkste dalingen zien: van 37,8 studies per miljoen inwoners in 2021 naar 19,6 in 2025 (-48%). Binnen de oncologische klinische studies is een vergelijkbare terugval zichtbaar: van 11,6 per miljoen inwoners in 2021 naar 6,7 in 2025 (-40%). Ook andere landen laten dalingen zien, maar Nederland raakt relatief verder achter.

Deze ontwikkeling past in een bredere internationale trend, waarbij klinisch onderzoek verschuift van West Europa naar Azië. Het Europese aandeel daalde tussen 2011 en 2024 van 34,0% naar 19,8%, terwijl Azië groeide naar 57,6%. Kosten, snellere procedures en strategische investeringen maken landen als China en India steeds aantrekkelijker, waardoor Nederland en Europa relatief snel terrein verliezen.

Tot slot

De data in dit rapport illustreren dat investeren in geneesmiddelen en vaccins een driedubbel rendement oplevert. Ze verbeteren, verlengen en redden levens van patiënten, verlichten de druk op het zorgstelsel door minder ziekenhuiszorg en dragen bij aan onze economie via onderzoek, ontwikkeling, hoogwaardige werkgelegenheid, productie en export. Daarmee is de geneesmiddelensector van groot strategisch belang voor Nederland.

Maar die maatschappelijke en economische waarde blijft niet vanzelfsprekend behouden. Daarvoor is een stabiel en voorspelbaar klimaat nodig dat onderzoek, ontwikkeling, productie en snelle toegang tot nieuwe behandelingen ondersteunt. Alleen met samenhangend beleid blijven innovaties behouden voor Nederland, bereiken ze Nederlandse patiënten en blijven samenleving, zorgstelsel en economie profiteren van de waarde die deze sector creëert.