Bourdon verwijst naar recente EFPIA-cijfers. De Europese koepelorganisatie meldt dat China met 35 procent wereldwijd koploper is geworden in de ontwikkeling van nieuwe werkzame stoffen. Daarmee laat het land de VS (31 procent) en Europa (22 procent) achter zich. Op het vlak van risicokapitaal is de achterstand nog groter. De EU is goed voor slechts 7 procent van het wereldwijde aandeel, tegenover 63 procent voor de VS en 14 procent voor China. Ook in investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D) en de aantrekkelijkheid voor klinische studies scoort Europa zwakker dan beide concurrenten.
Tegelijkertijd heeft Europa nog veel sterke punten, zoals goede universiteiten, talent en een sterke industrie. De sector levert bijvoorbeeld 2,3 miljoen banen en een economische bijdrage van meer dan 200 miljard euro. Maar die sterke punten vertalen zich onvoldoende naar waarde voor patiënten en voor de economie. ‘We moeten de life sciences zien voor wat ze zijn: een strategische factor die investeringen in concurrentievermogen, maatschappelijke veerkracht en toekomstige groei stimuleert’, stelt Bourdon.
Zonder actie verschuiven investeringen, onderzoek en samenwerkingen steeds vaker buiten Europa. En dat is zorgelijk, stelt Bourdon. Medische innovatie is broodnodig om chronische en onderbehandelde aandoeningen aan te pakken. Hij noemt huidziekten als voorbeeld. Voor meer dan 1.000 van deze aandoeningen bestaat nog geen goede behandeling.
Om het tij te keren, pleit Bourdon voor een geïntegreerde aanpak rond vier pijlers, te weten:
Europa hoeft de VS of China niet te kopiëren, stelt Bourdon, want het beschikt over de wetenschap, het talent en de infrastructuur om opnieuw een leidende rol te spelen. Wat Europa wel moet doen, is een duidelijke keuze maken. Willen we die leidende rol spelen in innovatie? Of afhankelijk worden van ontwikkelingen elders?
Verder lezen
Lees hier het volledige opiniestuk van Christophe Bourdon, gesponsord door EFPIA, op Politico.