Ze roepen nationale regeringen op om nieuwe geneesmiddelen als investering te zien. Bestuurders van AstraZeneca, Boehringer Ingelheim, Chiesi Group, Ipsen, GSK, Novo Nordisk, Novartis, Roche en Sanofi ondertekenden de brief. Volgens de VIG geldt die oproep ook voor Nederland.
De ondertekenaars wijzen onder meer op de terugloop van klinisch onderzoek. In 1990 vond 43% van het wereldwijde farmaceutische onderzoek in Europa plaats; nu nog maar 31% (een relatieve daling van 28%). Het Europese aandeel in commerciële klinische studies halveerde in tien jaar tot 9 procent van alle studies wereldwijd.
De Verenigde Staten en China trekken juist innovatie aan met flinke investeringen. De landen kondigden in twee jaar tijd meer dan 600 miljard dollar aan farmaceutische investeringen aan.
De EU kan bijdragen aan het verbeteren van het Europese innovatieklimaat, bijvoorbeeld met passende regelgeving die klinische studies kan versnellen en beter beschermen van intellectueel eigendom.
Maar het beleid van de afzonderlijke lidstaten geeft volgens de ondertekenaars de doorslag. Dat bepaalt onder meer de hoogte van het geneesmiddelenbudget en hoe snel nieuwe middelen worden beoordeeld en vergoed.
De bestuurders pleiten ervoor dat geneesmiddelen als vitaal voor de weerbaarheid van de samenleving worden beschouwd, net als defensie en energie. Ook daarvoor wil een land niet afhankelijk zijn van andere landen of regio’s.
Een aantrekkelijk innovatieklimaat kan niet zonder een voorspelbare thuismarkt. Dat wil zeggen dat innovaties ook de patiënten bereiken voor wie ze zijn gemaakt. Maar de Nederlandse toegangsprocedure voor nieuwe geneesmiddelen is stroperig, waarbij eisen en referenties steeds meer afwijken van de internationale standaard.
Daardoor verslechtert de toegang tot nieuwe geneesmiddelen voor patiënten gestaag. Het Europees geneesmiddelenagentschap EMA keurde tussen 2021 en 2024 168 nieuwe geneesmiddelen goed. Begin 2026 zaten er daarvan 91 in het Nederlandse basispakket, oftewel 54 procent. In 2019 was dat nog 67 procent. Patiënten wachten gemiddeld 493 dagen op een nieuw geneesmiddel, twee keer zo lang als in 2019.
Voor mensen met kanker is de situatie nog schrijnender. Van de nieuwe, door de EMA goedgekeurde geneesmiddelen tegen kanker is nog maar vier op de tien beschikbaar voor Nederlandse patiënten. In 2019 was dat nog acht op de tien.
VIG-directeur Carla Vos: ‘Wat de bestuurders over Europa schrijven, zien we ook in Nederland. Bijna de helft van de nieuwe geneesmiddelen is hier niet beschikbaar voor patiënten. Bedrijven wegen dat gegeven mee als ze kiezen waar ze klinisch onderzoek doen en investeren.’ Als de thuismarkt blijft verslechteren, zal Nederland behandelingen, onderzoek en banen verliezen.
‘Snelle toegang tot innovaties is in eerste instantie van belang voor patiënten’, vervolgt Vos. ‘Daarnaast is het een strategische factor; een randvoorwaarde voor het vestigings- en investeringsklimaat. Daarom willen we samen met alle partijen in de LSH-sector aan een samenhangend beleid werken, waarvan zowel de zorg als de economie en het innovatieklimaat profiteren.’
Volgens de bestuursvoorzitters kan Europa zijn positie terugwinnen als regeringen geneesmiddelen als strategische investering gaan zien. Alleen al met het inlopen van de achterstand op China en de VS in klinische studies kan Europa 53 miljard euro en 82.000 banen winnen. Die keuze ligt nu bij de nationale regeringen, ook in Nederland.
Lees hier de open brief.