16-05-2023

Nederlandse kankerpatiënt in de kou door strengere criteria

Kanker oncologie
De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG) vindt het belangrijk dat beroepsgroepen verantwoordelijk zijn voor de toepassing en het gebruik van nieuwe medicijnen. Ons uitgangspunt daarbij is wel dat artsen zich vooral richten op de optimale kwaliteit van zorg voor de patiënt. De beoordeling van beroepsgroepen neemt een steeds belangrijkere plek in bij de vergoedingsbeslissing. De VIG is daarom teleurgesteld over het besluit van de Nederlandse Vereniging van Medische Oncologie (NVMO) en de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT), om aangescherpte criteria te hanteren voor het gebruik van nieuwe innovatieve geneesmiddelen.

Het Financieele Dagblad (FD) schreef hierover op maandag 15 mei.

De nieuwe criteria worden - mogelijk onbedoeld - gebruikt voor vergoedingsbeslissingen en budgetbeheersing van oncologische medicijnen, waardoor steeds meer geneesmiddelen in Nederland niet meer vergoed worden en niet beschikbaar zijn. Ook niet voor patiënten die daar wel baat bij hebben.

Toegang houden

‘Deuren dichtgooien is niet in het belang van de Nederlandse patiënt’, zegt Carla Vos, adjunct-directeur van de VIG. ‘Het gaat erom dat patiënten toegang kunnen houden tot de voor hun beste behandeling. Natuurlijk begrijpen wij dat oncologen kritisch kijken naar kosten en opbrengsten van nieuwe geneesmiddelen. In het Integraal Zorg Akkoord, het IZA, worden zij ook medeverantwoordelijk gehouden voor de ziekenhuisuitgaven. Maar het is de vraag of overwegingen over de kosten van een behandeling in de spreekkamer thuishoren. Daar moet het toch vooral gaan om de beste behandeling voor de patiënt.’
Uiteindelijk ligt het besluit over toelating en vergoeding van nieuwe behandelingen bij het Zorginstituut, VWS en verzekeraars. Zij zijn aan zet om samen met geneesmiddelenbedrijven tot een maatschappelijk verantwoorde prijs en passend budget te komen. Het is de verantwoordelijkheid van de oncologen om nieuwe behandelingen gepast in te zetten.

Meer nadelen

De aanscherping van de zogeheten PASKWIL-criteria zet niet alleen de huidige patiënt in de kou. Er zijn nog vier andere belangrijke nadelen:

  • Toekomstige innovaties komen niet meer in de gereedschapskist van de arts, waardoor de keuzevrijheid over de inzet van een behandeling wordt beperkt. Dit betekent minder nieuwe behandelopties voor patiënten en minder maatwerk.
  • In andere Europese landen krijgen patiënten die behandelopties wél. Daarmee raakt de Nederlandse patiënt verder achterop vergeleken met Europese patiënten met dezelfde vorm van kanker. Dat is niet uit te leggen.
  • Deze aanscherping verkleint de kans van Nederland om nieuwe klinische studies te krijgen. Dat is slecht voor de Nederlandse patiënt en voor de Nederlandse arts, die studiemogelijkheden mist.
  • Het maakt het moeilijker voor beoordelende instanties om nieuwe medicijnen te vergelijken met behandelingen die in Nederland niet (meer) beschikbaar zijn.

De VIG deelt dan ook de zorgen die de Nederlandse Federatie van Kankerorganisaties (NFK) over de aanscherping van de criteria. De NFK noemde, naast het gebrek aan maatwerk en de achterstand binnen Europa, nog een ander belangrijk argument. Behandelingen die in het buitenland standaard zorg zijn, maar in Nederland niet zijn toegelaten, worden als controlemiddelen in klinische studies gebruikt. Nederland kan niet meer aan deze studies deelnemen. Daarmee wordt patiënten de kans op innovatieve behandelopties onthouden.

Patiënten echt helpen

De PASKWIL-criteria zijn in 2000 door de CieBOM in het leven geroepen om onderdelen van het steeds grotere behandelarsenaal met elkaar te kunnen vergelijken. Maar de criteria worden inmiddels steeds vaker ingezet als instrument voor kostenbeheersing.
‘Het is altijd goed om met elkaar te kijken naar effectiviteit van nieuwe medicijnen’, zegt Vos. ‘Als daar onduidelijkheid of onzekerheid over is, staan wij als sector absoluut open voor het gesprek. Maar het uitsluiten van goede geneesmiddelen is geen oplossing. Betere diagnostiek, meer inzet van biomarkers en data kunnen wél helpen bij de juiste inzet van een behandeling voor een patiënt. Daarmee is de Nederlandse patiënt echt geholpen.‘