28-04-2023

VIG: samen tempo maken bij nieuwe medicijnen

Wachtkamer met patienten
Het aantal dagen dat Nederlandse patiënten moet wachten op nieuwe medicijnen, is in 2022 weer verder opgelopen: van 294 naar 328. Dat blijkt uit de nieuwe Patients WAIT Indicator, die de Europese Federatie van Farmaceutische Bedrijven en Verenigingen (EFPIA) op 28 april publiceerde.

‘We zien dat er veel ongelijkheid is tussen patiënten binnen Europa als het gaat om toegang tot nieuwe innovaties. In veel landen zijn nieuwe medicijnen niet of nauwelijks beschikbaar, terwijl in andere landen dit een stuk beter gaat’, zegt Carla Vos, adjunct-directeur van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG).
Vooral Duitsland en Denemarken lopen flink voor op Nederland, met wachttijden van respectievelijk slechts 128 en 191 dagen. In totaal zijn zes landen in Europa sneller dan Nederland.

Wachttijden

De Patients WAIT Indicator van Efpia laat zien dat de wachttijden al jaren steeds verder oplopen. Maar alleen signaleren gaat dit niet oplossen. Daarom heeft de Charles River Association een onderzoek gedaan naar de oorzaken van de vertragingen. Het onderzoek laat zien dat vertragingen in de toegang tot geneesmiddelen in de EU voor een groot deel (75%) liggen aan de nationale gezondheidsstelsels. Ieder land heeft zijn eigen vergoedingsbeleid, met eigen kaders, regels en barrières, waar de geneesmiddelenbedrijven geen invloed op hebben. Ongeveer een kwart komt door vertragingen bij het indienen van aanvragen door bedrijven, en vraagt dus ook van de geneesmiddelensector duidelijke acties.

Oplossingen

Vos: ‘Het is duidelijk dat iedereen een rol speelt bij deze vertragingen, en dus ook bij de mogelijke oplossingen. Daarom willen we graag samen met het ministerie van VWS en het Zorginstituut kijken naar de oorzaken én verbeteringen. Natuurlijk kijken we daarbij ook naar de rol van de bedrijven. Wat wij zeker kunnen doen, is binnen twee jaar in elk EU-land vergoeding aanvragen en prijsonderhandelingen aangaan.’

Beschikbaarheid onder druk

Naast de wachttijd, staat ook de beschikbaarheid van nieuwe medicijnen in Nederland onder druk, door het steeds strengere toelatingsbeleid. Een deel van de nieuwe medicijnen komt in Nederland niet meer op de markt. Dat is zorgelijk, vooral bij een ziekte als kanker. Van de 46 medicijnen die de EMA de afgelopen jaren goedkeurde, waren er begin 2023 maar 29 beschikbaar, dat betekent een magere score van 63%. Daarmee valt ons land buiten de top 10, die de beschikbaarheid laat zien van geneesmiddelen in Europese landen.

Recent zagen we dat Nederland twee geregistreerde medicijnen tegen kanker en een stofwisselingsziekte niet vergoedt. Terwijl landen om ons heen dat wel doen. Dat kan er toe leiden dat geneesmiddelenbedrijven vaker geen vergoeding meer aanvragen in Nederland, waardoor patiënten deze geneesmiddelen dus niet kunnen krijgen.

Zeldzame ziektes

Nederland is qua snelheid van beschikbaarheid van geneesmiddelen tegen zeldzame ziektes (weesgeneesmiddelen) ook uit de Europese top 10 gevallen. Inmiddels duurt dat 415 dagen. Vos: ‘Dat is echt te lang. Je zal maar een zeldzame ziekte hebben en zo lang moeten wachten op een oplossing. We moeten echt samen tempo maken om dit te versnellen.’ Bij deze geneesmiddelen voor zeldzame ziekten gaat het vaak om cel- en gentherapieën, waar het Nederlandse toelatingssysteem niet optimaal op is ingericht.

Analyse van oorzaken

De VIG wil graag samen met VWS en het Zorginstituut aan de slag om de wachttijden te verkorten. Een dashboard sluis, verwacht in het najaar van 2023, kan daarbij behulpzaam zijn. Daarmee komt meer inzicht in hoe lang en waar medicijnen in het onderhandelingsproces zitten. Ook op Europees niveau wordt gewerkt aan een dergelijke ‘access portal’. Idealiter zouden deze dashboards elkaar versterken. Daarbij is een goede analyse van de oorzaken van belang. Naast de analyse van de Charles River Association, maakt de VIG ook een eigen analyse op basis van onderzoek onder haar leden. Hierbij moet duidelijk worden waarom bepaalde dossiers niet worden ingediend of incompleet zijn, zoals Minister Kuipers recent in de Kamer meldde.

Daarnaast is de VIG ook graag betrokken bij de verdere ontwikkeling van de sluis met het Zorginstituut en VWS. Verder is het zinvol om te onderzoeken of we op bepaalde onderdelen iets kunnen leren van de snellere landen, zoals Duitsland, Frankrijk en Denemarken. ‘Eigenlijk zijn we allemaal aan zet om de neerwaartse spiraal te stoppen en te voorkomen dat de Nederlandse patiënt volgend jaar nog lager op de lijst komt.’

Zie ook: European Access Hurdles Portal: initial results