Het meest trots is Holl op de meer proactieve rol die we als geneesmiddelenbranche hebben opgepakt. ‘We hebben de luiken verder opengegooid, duidelijker toegelicht hoe innovatie tot stand komt en wat we doen om dat ook in de toekomst te kunnen waarmaken. Dat heeft meer begrip en vertrouwen opgeleverd bij andere partijen in de zorg, zoals medische- en farmaceutische beroepsverenigingen en patiëntenorganisaties. En we zijn het er met zijn allen over eens dat er actie nodig is om patiënten ook in de toekomst toegang te blijven bieden tot passende zorg.’
Holl licht toe hoe de VIG van koers is gewijzigd in de afgelopen jaren. ‘We vertellen nu hoe we als industrie werken, waar we voor staan en waarom het de moeite waard is dat onze geneesmiddelen bij patiënten komen. Dat doen we constructief en samen met de andere lidbedrijven. Als branche communiceren we veel consistenter.’ Dat de VIG een voorzitter heeft van buiten de sector en dat we in taskforces aan specifieke doelen zijn gaan werken, hielp daarbij.
Enkele jaren geleden lag dat anders. ‘Het was versnipperd. Als sector waren we meer terughoudend. Op wat we doen, mogen we trots zijn. Maar als we dat lieten horen, kregen we vaak kritiek. Nu vertellen we ons verhaal nog steeds en kunnen we beter op die kritiek reageren.’
Als vicevoorzitter schoof Holl vaak aan bij gesprekken met overheid, zorgverzekeraars en andere zorgpartijen. De directeur of voorzitter van de VIG bracht daar het brancheperspectief in. ‘Als directeur van een geneesmiddelenbedrijf kon ik met concrete voorbeelden uitleggen hoe onze industrie werkt, waar we als internationaal bedrijf mee te maken hebben. Bovendien heb ik in verschillende landen gewerkt, waardoor ik ook kon aangeven waar Nederland afwijkt van andere landen.’
Dat verschil ziet hij in zijn nieuwe rol nog scherper. ‘Veel landen moeten budget vrijmaken voor defensie. Omdat de gezondheidszorg een grote begroting heeft, kijken overheden vaak of ze daarop kunnen bezuinigen. Maar Nederland gaat verder. De meeste landen staan een gecontroleerde groei van het geneesmiddelenbudget toe. Hier wil de overheid de uitgaven vlak houden of zelfs laten dalen, terwijl er wel de verwachting is dat steeds meer patiënten behandeld kunnen worden. Dat is een onhoudbare situatie’
Kritisch kijken naar toegevoegde waarde van nieuwe geneesmiddelen vindt hij terecht. ‘Het wordt een probleem als geneesmiddelen met duidelijke meerwaarde, die de beroepsgroep volledig steunt, er niet meer komen. Neem ik dan Johnson & Johnson Innovative Medicines als voorbeeld, dan is een aantal van onze nieuwe geneesmiddelen in 26 van de 27 EU-landen beschikbaar. Alleen niet in Nederland.’
J&J heeft acht producten met veertien indicaties in de sluis. ‘Bij de geneesmiddelen die het hele traject hebben afgerond hebben we een prijsvoorstel gedaan dat past bij het advies van het Zorginstituut. Dan vraag je je af waarom ze er nog steeds niet zijn.’ Holl noemt een behandeling die werd goedgekeurd op basis van een kleine studie. Via een compassionate use-programma kregen honderden Nederlandse patiënten gratis toegang tot het middel. ‘De resultaten in de Nederlandse praktijk waren zelfs beter dan in de eerste studie en dat terwijl patiënten het minder vaak kregen toegediend dan in de studie. Toch is het middel er nog niet.’
De oplossing ligt volgens Holl in onder andere voorlopige toelating en overbruggingsfinanciering. De VIG deed daar al voorstellen voor. ‘Veel patiënten zijn ernstig ziek en kunnen niet wachten. Geef hen sneller toegang, met duidelijke afspraken over het risico. Daar zijn de bedrijven vaak toe bereid.’
J&J heeft in Nederland bijna 5.000 medewerkers en investeert zo’n 280 miljoen euro per jaar in onderzoek. Vanuit Leiden levert het bedrijf een aantal medicijnen aan de hele wereld. ‘Het is lastig uit te leggen dat wat je hier onderzoekt en maakt, de Nederlandse patiënt niet bereikt. Je kunt niet de investeringen in het land willen en dan de patiënt hier de innovatie onthouden. Het is aan ons om geneesmiddelen te maken die echt beter zijn. We vragen wel een systeem dat de waarde daarvan grondig en snel beoordeelt.’
En die innovaties komen eraan. Als voorbeeld noemt Holl een celtherapie die in de toekomst mogelijk in het lichaam zelf kan plaatsvinden. ‘Nu worden nog bloed en afweercellen bij de patiënt afgenomen, naar een laboratorium gestuurd, daar aangepast en vervolgens weer toegediend bij de patiënt. Een nieuwe toedieningsvorm direct in het lichaam versnelt dit proces aanzienlijk; een duur van dagen in plaats van weken.’
‘Of neem een chemotherapie die gericht bij kankercellen komt, met minder bijwerkingen als gevolg. Laten we positief blijven en ervan uitgaan dat deze therapieën ook de Nederlandse patiënt zullen bereiken. Daarvoor is het nodig om blijvend, constructief met elkaar in dialoog te blijven en samen oplossingen te vinden.’
Dat werk zet Martijn Bax van AstraZeneca nu voort als vicevoorzitter. Beiden traden in maart 2024 als lid toe tot het VIG bestuur. De afgelopen 2,5 jaar trokken zij nauw met elkaar op en voerden zij samen tal van gesprekken met de overheid, zorgverzekeraars en andere zorgpartners om het bedrijfsperspectief namens de sector over het voetlicht te brengen. ‘Martijn kent de dossiers goed. Hij begrijpt de belangen van de verschillende partijen en weet zo te komen tot een oplossing die voor iedereen werkt. Ik wens hem veel succes bij deze belangrijke taak.’