Het aantrekken van extra klinisch onderzoek is noodzakelijk voor het realiseren van de adviezen in het recente rapport van oud-ASML-topman Peter Wennink. Daarin benadrukt hij dat Nederland zijn concurrentiekracht alleen behoudt als het blijft investeren in kennisintensieve activiteiten en sterke innovatie-ecosystemen. ‘Klinisch onderzoek is zo’n activiteit’, aldus Dineke Amsing, directeur beleid & samenwerking bij de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen en bestuurslid bij de Dutch Clinical Research Foundation (DCRF). ‘Het trekt internationale investeringen aan, versterkt de samenwerking tussen ziekenhuizen, universiteiten en bedrijven, en zorgt voor hoogwaardige werkgelegenheid.’
Amsing wijst erop dat Nederland die investeringen in klinisch onderzoek alleen kan aantrekken als patiënten ook daadwerkelijk toegang krijgen tot de geneesmiddelen die eruit voortkomen. ‘Bedrijven kunnen de geneesmiddelen die ze ontwikkelen alleen maar vergelijken met bestaande geneesmiddelen in die landen waar deze ook daadwerkelijk gebruikt worden door patiënten. Daarom is het, ook in het kader van onze kenniseconomie, belangrijk dat er een vlot en voorspelbaar traject is naar vergoeding van nieuwe geneesmiddelen.’
Europa raakt al jaren marktaandeel kwijt in klinisch onderzoek, terwijl het aantal studies wereldwijd juist toenam. In 2013 vond nog 22 procent van de wereldwijd door geneesmiddelenbedrijven gesponsorde klinische studies plaats in Europa. In 2023 bedroeg dat aandeel nog 12 procent. In dezelfde periode groeide het aandeel van China van 8 procent naar 18 procent.
‘Dat is zorgelijk’, duidt Amsing. ‘De zorgstandaard ontwikkelt zich daar waar onderzoek plaatsvindt. Als nieuwe middelen hier niet beschikbaar komen voor patiënten, kunnen zij ook niet worden meegenomen in vervolgonderzoek. Dat betekent dat op termijn de standaard van zorg in Europa achteropraakt bij internationale ontwikkelingen.’
De VIG juicht daarom toe dat de Europese Commissie, het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) en de hoofden van de geneesmiddelenagentschappen (HMA) het aantal klinische onderzoeken in Europa met 11 procent willen laten groeien [1]. Het gaat om ongeveer 500 extra multinationale studies in vijf jaar tijd: een groei van 900 naar 1.000 per jaar. Dat betekent voor Europa €4 miljard extra per jaar, 18.000 banen en drie miljoen minder ziektedagen. Amsing: ‘Het behalen van de Europese doelstelling is een eerste, noodzakelijke stap.’
Frontier Economics analyseerde ook twee andere, meer ambitieuze scenario’s. De scenario’s maken inzichtelijk wat het Europa en de afzonderlijke Europese landen oplevert als zij ervoor kiezen om hun aantrekkelijkheid voor klinisch onderzoek te herstellen.
Door geneesmiddelenbedrijven-geïnitieerd klinisch onderzoek levert Nederland momenteel ruim €1,2 miljard aan economische waarde op. Daarvan bestaat €423,5 miljoen uit de klinische studies zelf, €98,3 miljoen uit de spill-over effecten van onderzoek en ontwikkeling, en €723,3 miljoen aan verbeterde arbeidsproductiviteit door het voorkomen van ziektedagen. In totaal ondersteunt klinisch onderzoek in Nederland 3.200 banen. In de Europese Economische Ruimte (EER) gaat het om €35,7 miljard per jaar en 165.000 banen.
Klinisch onderzoek levert niet alleen een belangrijke bijdrage aan de economie en de positie van Nederland als kennisregio, Het draagt ook bij aan gezondheidswinst voor patiënten en de kwaliteit van zorg. Amsing: ‘Klinische studies geven patiënten toegang tot nieuwe therapieën, vaak 10 tot 15 jaar voordat deze breed beschikbaar zijn. Daarnaast versterken studies de kwaliteit van zorg. Ziekenhuizen doen kennis op, zorgverleners werken met de nieuwste inzichten en innovaties worden sneller ingevoerd.’
‘Daarom moet het behalen van de Europese doelstelling het minimum zijn’, stelt Amsing. ‘Het vergt eigenlijk ambitieuzere doelstellingen als Europa relevant wil blijven en wil voorkomen dat de standaard van zorg achter gaat lopen op andere regio’s. In Nederland werkt de VIG, samen met andere partners, binnen de DCRF aan het Nationaal Actieplan Klinisch Onderzoek. Dat actieplan richt zich op snellere opstart van studies, betere betrokkenheid van patiënten en het versterken van onderzoekersnetwerken. Het onderzoek van Frontier bevestigt dat deze inzet hard nodig is om Nederland aantrekkelijk te houden voor klinisch onderzoek.’
Bronnen