Hoewel de Biotech Act op onderdelen verbetering brengt, blijft Europa achter bij andere regio’s en neemt de relatieve aantrekkelijkheid als investeringslocatie af. In het onderzoek laat CRA zien dat Europa op geen van de vijf onderzochte investeringsfactoren een concurrentievoordeel heeft: toegang tot kapitaal, klinisch onderzoek, productievoorwaarden zoals personeel en toeleveranciers, markttoelating en vergoeding van nieuwe geneesmiddelen, en randvoorwaarden om activiteiten in Europa te behouden.
Europa heeft een sterke positie in wetenschap en onderzoek, maar weet die minder goed om te zetten in investeringen en nieuwe geneesmiddelen. Zo gaat een klein deel van de wereldwijde investeringen door venture capital-bedrijven naar Europese biotechbedrijven, terwijl het grootste deel naar bedrijven in de Verenigde Staten gaat.
Het rapport laat zien dat structurele factoren hierin een rol spelen. Europese procedures voor klinisch onderzoek, toelating, beoordeling en vergoeding van nieuwe geneesmiddelen zijn relatief complex en versnipperd, wat leidt tot langere doorlooptijden en minder voorspelbaarheid voor bedrijven.
De voorgestelde Biotech Act bevat weliswaar stappen om deze knelpunten aan te pakken, maar volgens de analyse is dit niet voldoende om de kloof met de Verenigde Staten en China te dichten.
‘Europa heeft veel in huis om een sterke biotechsector te hebben. Maar bedrijven kijken naar het totaalplaatje: toegang tot kapitaal, snelheid en voorspelbaarheid van klinisch onderzoek, toelating en vergoeding, en een helder regelgevend kader,’ zegt Carla Vos, algemeen directeur van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen en bestuurslid van EFPIA. ‘Op die punten blijft Europa achter bij andere regio’s. Dat weegt mee in de keuze waar bedrijven hun investeringen doen.’
De Europese ontwikkeling heeft consequenties voor Nederland, want investeringsbeslissingen worden internationaal gemaakt. Nederland heeft een sterke kennisbasis en een goede positie in klinisch onderzoek, maar wanneer processen langer duren of minder voorspelbaar zijn, kunnen studies en investeringen naar andere regio’s verschuiven.
In Europa spelen onder meer langere doorlooptijden voor klinisch onderzoek en complexere markttoegang een rol. Ook Nederland heeft dus belang bij snellere en beter voorspelbare procedures, zowel op Europees als nationaal niveau. Als onderzoek en investeringen afnemen, wordt het lastiger om kennis te vertalen naar toepassingen voor patiënten en economische waarde.
‘Nederland heeft een sterke basis in onderzoek en samenwerking,’ zegt Carla Vos.
‘Om die positie te benutten, is het belangrijk dat procedures voorspelbaar zijn en dat bedrijven toegang hebben tot financiering. Dan wordt het aantrekkelijker voor bedrijven om hier onderzoek te doen en te investeren.’
Het rapport biedt inzicht in waarom de huidige Europese maatregelen nog niet volstaan. Voor bedrijven zijn vooral snelheid en voorspelbaarheid in klinisch onderzoek, toelating en vergoeding doorslaggevend, naast duidelijke regelgeving en toegang tot kapitaal.
Dat vraagt om:
‘Als Europa en Nederland aantrekkelijk willen blijven voor investeringen in het ontwikkelen en produceren van innovatieve geneesmiddelen, moeten de randvoorwaarden op orde zijn,’ aldus Carla Vos. ‘Dat bepaalt waar onderzoek plaatsvindt en waar nieuwe behandelingen worden ontwikkeld.’