De internationale datasets van de OECD en de Wereldbank gaan in het algemeen uit van een brede definitie van geneesmiddelenuitgaven:
Stadig stelt dat Amerikaanse consumenten gemiddeld twee tot vier keer zoveel betalen voor geneesmiddelen als Europese. Hij wijst erop dat het verschil in uitgaven mede samenhangt met de inrichting van het zorg- en vergoedingssysteem.
In de Verenigde Staten verlopen prijsafspraken via een complex stelsel waarin zogenoemde Pharmacy Benefit Managers een belangrijke rol spelen. Dit systeem verschilt sterk van de meer door overheden gereguleerde prijs- en vergoedingsmechanismen die veel Europese landen toepassen om prijzen te drukken.
De grote vraag die in het ING-rapport wordt gesteld is wat er zal gebeuren met de Europese prijsonderhandelingen voor nieuwe innovatieve geneesmiddelen. Hoe gaan Europese beleidsmakers hierop reageren?
Als Europese beleidsmakers instemmen met hogere prijzen voor nieuwe geneesmiddelen, in combinatie met de verhoging van defensie-uitgaven, zal dit budgetten elders onder druk zetten. Als ze hier niet toe bereid zijn, zal de introductie van nieuwe behandelingen beperkt worden en lopen patiënten verbeterde zorg mis. Bovendien zou het geneesmiddelenbedrijven kunnen schaden omdat er minder geld beschikbaar komt voor innovatie en de R&D-pijplijn.
Dit zijn cruciale kwesties die op dit moment spelen en vragen om een gezamenlijke aanpak om Europa en Nederland weerbaar te maken.
Het volledige rapport van ING Research: Money (That’s What I Want): 2026 is the year of truth for Trump’s pharma policies