Die achterstand heeft niet alleen gevolgen voor de gezondheid en het welzijn van vrouwen zelf. Ze raakt ook de samenleving en de economie. Volgens de analyse kan het dichten van de kloof in vrouwengezondheid zelfs leiden tot een wereldwijde economische winst van 1 biljoen dollar in 2040. Een astronomisch bedrag dat nauwelijks is voor te stellen. Het laat zien dat investeren in vrouwengezondheid niet alleen een gezondheidsvraagstuk is, maar ook bijdraagt aan bredere economische ontwikkeling.
Vrouwengezondheid verbeteren is dan ook geen opgave voor één partij. Het vraagt iets van het hele ecosysteem rond gezondheid van en zorg voor vrouwen en meisjes. Denk aan onderzoekers, zorgprofessionals, beleidsmakers, patiëntenorganisaties en bedrijven die nieuwe behandelingen ontwikkelen. Als we willen dat vrouwen niet alleen langer leven, maar ook langer gezond blijven, moeten we kennis, beleid en praktijk beter met elkaar verbinden.
Een belangrijk punt in de publicatie is de zogenoemde genderdatakloof. In veel onderzoek worden mannelijke gegevens nog altijd als standaard gebruikt. Daardoor blijven verschillen tussen mannen en vrouwen onderbelicht, terwijl die juist relevant zijn voor diagnose, behandeling en preventie.
Dat begint al vroeg in het onderzoeksproces. Ondanks dat in de jaren 90 er wetgeving is gekomen om ongelijkheid tegen te gaan, zijn vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd in studies naar specifieke aandoeningen, zoals bijvoorbeeld hart-en vaatziekten. Zelfs in preklinisch onderzoek worden vaak mannelijke celsystemen gebruikt, met als gevolg dat kennis over hoe ziekten zich bij vrouwen manifesteren of hoe behandelingen bij vrouwen uitpakken minder uitgebreid is.
De gevolgen daarvan zien we ook in de praktijk. Bijwerkingen van medicijnen komen bij vrouwen bijna twee keer zo vaak voor als bij mannen. Verschillen in lichaamsbouw, hormonen en stofwisseling spelen daarbij een rol, maar worden niet altijd voldoende meegenomen in onderzoek en ontwikkeling.
De publicatie maakt ook duidelijk dat vrouwengezondheid verder reikt dan de medische praktijk. Het raakt aan arbeid, participatie en economische ontwikkeling.
Zo komt migraine drie tot vier keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, terwijl de aandoening wereldwijd nog altijd ondergediagnosticeerd en onderbehandeld blijft. Tegelijkertijd is het een belangrijke oorzaak van beperkingen in het dagelijks leven.
Ook chronische pijn komt vaker voor bij vrouwen en wordt regelmatig onderschat of later herkend. Daarnaast dragen vrouwen wereldwijd nog altijd het grootste deel van de onbetaalde zorg. Naar schatting kunnen 708 miljoen vrouwen niet deelnemen aan de arbeidsmarkt vanwege zorgtaken. Gezondheidsproblemen, van henzelf of van naasten, vergroten die druk verder.
Juist daarom is het belangrijk dat vrouwengezondheid structureel op de agenda staat. De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen heeft onlangs de pledge ‘Samen in actie voor betere vrouwengezondheid’ ondertekend. Daarmee spreken wij uit dat we vanuit onze rol willen bijdragen aan betere kennis over sekseverschillen, aan innovatie die rekening houdt met die verschillen en aan een sterker gesprek hierover in beleid en praktijk.
Dat betekent ook dat we samenwerking zoeken met andere partijen in het zorgveld. Immers, inzichten uit onderzoek krijgen pas echt betekenis wanneer ze hun weg vinden naar de klinische praktijk, naar regelgeving en naar de keuzes die we als samenleving maken.
Wat mij uiteindelijk het meest bijbleef uit de publicatie van WifOR, is een eenvoudige gedachte. We moeten de gezondheid van vrouwen niet langer zien als een kostenpost, maar als een investering. En wel een investering:
De kennis groeit. Het bewustzijn groeit ook. Nu is het zaak om die inzichten samen om te zetten in actie.
Verder lezen