In de afgelopen weken en maanden heb ik daar veel over nagedacht. Dat kwam door gesprekken met onderzoekers, beleidsmakers en artsen over hoe aantrekkelijk Nederland en België zijn voor klinische studies. Maar vooral ook door een persoonlijke ervaring, dichtbij huis, die liet zien wat klinische studies kunnen betekenen voor patiënten en, in dit geval mijn eigen, familie. Dat perspectief maakt me trots op de rol die wij als geneesmiddelenbedrijf spelen, en op de investeringen die Gilead Sciences heeft gedaan om klinisch onderzoek in de Belgie, Nederland en Luxemburg te versterken.
Aan het begin van mijn carrière, als moleculair bioloog en promovendus, draaide mijn wereld om fundamentele vragen. Ik hield me bezig met het begrijpen van ziektemechanismen, het verzamelen van data, nieuwe inzichten op moleculair niveau en het vinden van extra financiering voor onderzoek. Vaak was dat jaren voordat er ook maar sprake was van toepassing bij patiënten. De weg van het laboratorium naar de patiënt voelde toen lang en onzeker.
Nu ik daarop terugkijk, zie ik juist hoe belangrijk dat vroege, fundamentele werk is. Het maakt alles mogelijk wat daarna komt. Dat bepaalt hoe ik nu naar klinisch onderzoek kijk. En het is ook waarom het thema van World Clinical Trials Day dit jaar, ‘Research Rising’, mij zo aanspreekt [1]. Want ook al gaat de wetenschap vooruit, de omstandigheden die nodig zijn om onderzoek bij de patiënt te krijgen, zijn niet overal op orde.
Op World Clinical Trials Day staan we stil bij iedereen die onderzoek mogelijk maakt: patiënten, klinische onderzoeksteams, onderzoekers en partners in de academische wereld, de zorg en de industrie. Het thema ‘Research Rising’ is een eerbetoon aan mensen die blijven vernieuwen en dagelijks omgaan met de uitdagingen van klinisch onderzoek. Zij zorgen voor nieuwe mogelijkheden en hoop voor mensen die dat het hardst nodig hebben.
Toch moeten we eerlijk zijn: onderzoek groeit niet overal. Europa, dat lange tijd een logische plek was voor vroege innovatie, verliest terrein. Het aantal door de industrie gesponsorde klinische studies daalt. Het wereldwijde aandeel van Europa is gedaald van 18% in 2013 naar 9% in 2023 [2].
Die verschuiving heeft verregaande gevolgen. Naar schatting hadden 60.000 patiënten minder toegang tot een klinische studie en dus ook minder kans op nieuwe, experimentele geneesmiddelen [3]. Dit gebeurde ondanks de invoering van de Europese verordening voor klinisch onderzoek in 2022. Die was juist bedoeld om goedkeuring van studies eenvoudiger en sneller te maken en Europa aantrekkelijk te houden voor klinisch onderzoek [4].
Dit ligt niet aan de kwaliteit van de wetenschap of aan de onderzoekers. Europa levert nog steeds onderzoek van wereldklasse. Maar versnipperde processen en onvoorspelbare beslissingen over toegang maken Europa minder concurrerend. Daardoor verhuizen studies die hier hadden kunnen plaatsvinden steeds vaker naar andere regio’s.
Met die studies verdwijnen ook investeringen, kennis, innovatie en vroege toegang voor patiënten. Landen die weinig onderzoek aantrekken, lopen het risico achter te blijven. Zij krijgen behandelingen later en hebben minder invloed op het bewijs en de zorgstandaarden die wereldwijd worden gebruikt.
Ik heb van dichtbij gezien hoeveel werk er schuilgaat achter elke therapie die uiteindelijk wordt goedgekeurd. Klinische studies zijn de plek waar eerder onderzoek samenkomt en daadwerkelijk verschil maakt voor patiënten. Landen die klinische studies aantrekken, winnen bovendien veel meer dan alleen onderzoeksactiviteiten:
In de afgelopen vijf jaar hebben wij, Gilead Sciences, ongeveer 42 miljoen euro geïnvesteerd in klinisch onderzoek in de Benelux. Dat laat zien hoe sterk de wetenschappelijke basis van deze regio is. Tegelijk zijn de criteria voor het toewijzen van studies wereldwijd veranderd. Volgens een rapport van EFPIA [6] is het aandeel van Europa in klinisch onderzoek gedaald. Veel studies zijn verschoven naar Azië en de Verenigde Staten. Daar zijn processen sneller, regels voorspelbaarder en is de toegang tot de binnenlandse markt beter geregeld. Dat zijn precies de factoren die bepalen waar studies plaatsvinden.
Diezelfde druk zien we binnen de Benelux. In Nederland zorgen een trage start van studies, hoge kosten en lange, onzekere vergoedingsprocedures ervoor dat het land steeds vaker achterblijft. Patiënten krijgen behandelingen later en de zorgstandaard dreigt verder af te wijken van die in andere ontwikkelde landen.
België laat zien dat het ook anders kan. Door een pragmatische aanpak, snellere start van studies en aansluiting bij internationale zorgstandaarden weet België studies aan te trekken. Tegelijk loopt ook België nog achter op de snelste Europese landen als het gaat om toegang en vergoeding. Juist dat wordt steeds belangrijker bij de keuze voor klinisch onderzoek.
Het goede nieuws is dat deze trend nog te keren is. Maar de richting is duidelijk: landen die zorgen voor tijdige toegang en die investeren in en belonen van farmaceutische innovatie, trekken meer studies aan. Landen die dat niet doen, raken langzaam uit beeld.
Onderzoek bloeit daar waar systemen de mensen ondersteunen die het werk doen: onderzoekspersoneel, onderzoekers en patiënten die hun vertrouwen in de wetenschap stellen.
Om concurrerend te blijven, moeten Nederland en België inzetten op:
In elk vakgebied – onderzoek, beleid en gezondheidszorg – komt steeds dezelfde les terug: vooruitgang bouwt zich stap voor stap op, maar gebeurt nooit vanzelf. Ze is het resultaat van de systemen die we inrichten en de keuzes die we maken.
Clinical Trials Day herinnert ons eraan dat als we willen dat onderzoek in de Benelux en in Europa groeit, we bewust moeten kiezen voor het wegnemen van obstakels en het belonen van innovatie. Want als onderzoek groeit, profiteren patiënten daar als eerste van en de samenleving groeit met hen mee.
#ClinicalTrialsDay #CTD2026 #ResearchRising
Bronnen:
[1] Clinical Trials Day. Association of Clinical Research Professionals. Published 2024. Geraadpleegd op 29 april 2026.