Het zogeheten Most Favored Nation-beleid (MFN) in de Verenigde Staten, waarbij de laagste prijzen uit landen met vergelijkbare welvaart als referentie worden gebruikt, kan consequenties hebben voor landen met relatief lage nettoprijzen. Nederland bijvoorbeeld: een kleine afzetmarkt met relatief complexe en langdurige toegangstrajecten. In een wereld waarin prijsbeleid en investeringsbeslissingen steeds internationaler worden, vergroot dat de kwetsbaarheid van het stelsel. Nederland dreigt minder aantrekkelijk te worden voor baanbrekend klinisch onderzoek en nieuwe geneesmiddelenintroducties.
De risico’s van geopolitieke afhankelijkheid en internationale prijsreferentie worden steeds vaker genoemd in beleidsstukken en debatten. Toch ontbreekt het vooralsnog aan een expliciete strategie om deze ontwikkelingen structureel te betrekken bij het Nederlandse geneesmiddelenbeleid.
In meerdere Europese landen is de geopolitieke realiteit inmiddels vertaald naar concreet beleid. Zo maakt België tijdelijke vergoeding van veelbelovende geneesmiddelen mogelijk. Daarmee krijgen patiënten eerder toegang, terwijl tegelijkertijd in de praktijk aanvullende gegevens worden verzameld over effectiviteit en doelmatigheid. Duitsland werkt aan een hervorming van zijn beoordelings- en prijsstellingssysteem, met als expliciet doel om toegankelijkheid te combineren met een aantrekkelijk klimaat voor onderzoek en ontwikkeling. Het Verenigd Koninkrijk zet in op meer voorspelbaarheid in toelatings- en vergoedingsprocedures, om investeringen in klinisch onderzoek en productie aan te trekken.
In Scandinavië analyseert Zweden actief de impact van mondiale ontwikkelingen op zijn zorgstelsel en versterkt de structurele dialoog met patiënten, zorgprofessionals en ontwikkelaars. Denemarken heeft een nationale taskforce ingericht waarin overheid, zorgpartijen en industrie gezamenlijk knelpunten rond toegang en innovatie in kaart brengen. Doel is om sneller besluiten te nemen en tegelijkertijd de aantrekkelijkheid van het land voor klinisch onderzoek te vergroten.
Zwitserland werkt aan versnelde en voorwaardelijke toelating van geneesmiddelen bij grote medische noodzaak, gekoppeld aan bredere maatregelen om het vestigingsklimaat voor innovatieve bedrijven te versterken.
Wat deze landen gemeen hebben, is dat zij erkennen dat toegang tot innovatieve geneesmiddelen niet los te zien is van geopolitiek en strategische autonomie. Zij maken expliciete keuzes om snelheid, voorspelbaarheid en maatschappelijke dialoog te verbeteren – zonder de kwaliteit van beoordeling uit het oog te verliezen. Daarmee laten zij zien dat weerbaarheid geen abstract begrip is, maar een kwestie van bestuurlijke prioriteit en concrete actie.
De VIG pleit voor drie concrete stappen, passend binnen de Nederlandse context:
De grote opgaven in de zorg, van vergrijzing tot personeelstekorten, vragen om samenwerking. Geopolitieke ontwikkelingen maken die noodzaak urgenter. Door nu gerichte keuzes te maken, kan Nederland de toegankelijkheid van zorg én het innovatieklimaat versterken.