05-11-2026

Phi-Ngan Phan (Amgen): ‘Innovatie is pas geslaagd als de patiënt er in de praktijk iets van merkt.’

Deel 1 uit de Zorgambassade interviewserie: ‘Jong talent in de geneesmiddelensector: ruimte om te groeien en impact te maken’

Scroll om meer te ontdekken
Hoe vinden innovatieve behandelingen hun weg van laboratorium naar de patiënt? Aan die vraag werkt Phi-Ngan Phan dagelijks, als Value Access & Policy Manager bij Amgen. Wat haar betreft ligt de kracht van de geneesmiddelensector in deze verbinding tussen wetenschap en patiëntenzorg.

 

Phi-Ngan zette haar kennis en ervaring in tijdens de vorige editie van de Zorgambassade. Zij stapte bewust buiten haar eigen werkgebied. Wat ze daar leerde, neemt ze nu weer mee in haar werk.

Waarde voor patiënten

Toen Phi-Ngan farmaceutische wetenschappen studeerde, merkte ze dat haar belangstelling verder ging dan de wetenschap achter een geneesmiddel. Ze vond de wetenschap interessant, maar was vooral benieuwd naar wat er daarna gebeurt. Hoe vertaal je wetenschappelijke vooruitgang naar waarde voor patiënten en naar zorg die in de dagelijkse praktijk werkt?

Phi-Ngan: ‘Op het snijvlak van wetenschap, beleid en praktijk kan ik een bijdrage leveren aan innovatie die daadwerkelijk bij patiënten terechtkomt.’

Toegang minder voorspelbaar

In haar huidige rol werkt ze aan de waarde en toegankelijkheid van geneesmiddelen. Hoe maak je uitkomsten in de praktijk inzichtelijk, waar is verbetering mogelijk en hoe vinden geneesmiddelen hun weg naar de patiënt? Een belangrijk onderdeel daarvan is vergoeding, ofwel opname van geneesmiddelen in het basispakket. Dat traject wordt volgens Phi-Ngan steeds uitdagender: ‘Je hebt natuurlijk een goed geneesmiddel nodig dat klinische meerwaarde laat zien. Maar daarmee ben je er nog niet. Het landschap voor toegang en vergoeding wordt kritischer en minder voorspelbaar.’

De discussies over kosteneffectiviteit worden scherper. Tegelijk zijn er op het moment van beoordelen nog niet altijd voldoende langetermijngegevens beschikbaar om de effectiviteit in de praktijk vast te stellen. Phi-Ngan ziet kansen om hierin samen te leren, bijvoorbeeld door praktijkgegevens te verzamelen en nieuwe vormen van samenwerking en vergoedingsafspraken te verkennen.

Passende zorg

‘Het gaat naast de uitkomsten en betaalbaarheid ook over de uitvoerbaarheid en de organisatie van zorg’, vertelt ze. Behalve bewijs voor de klinische meerwaarde van een geneesmiddel, is er ook aandacht nodig voor de omstandigheden waarin de behandeling wordt ingezet. Wat vraagt deze behandeling van een patiënt, een zorgprofessional en een ziekenhuis? Moet de patiënt naar het ziekenhuis toe? Is er voldoende capaciteit? Zijn de logistiek en financiering goed geregeld? En kunnen gegevens uit de praktijk helpen om beter te begrijpen wat werkt en voor wie?

Een concreet voorbeeld is een project om zorg dichter bij de patiënt thuis te organiseren. Samen met collega’s en stakeholders onderzocht Phi-Ngan of een geneesmiddel via een elastomeerpomp kan worden toegediend. Hierdoor hoeft een patiënt gedurende de volledige toediening niet op de dagbehandeling te blijven. De pomp wordt op de dagbehandeling aangesloten, waarna de patiënt even kan wandelen of zelfs naar huis kan terwijl de toediening doorgaat. Dat kan prettiger zijn voor de patiënt en ruimte vrijmaken op de dagbehandeling.

Zo’n concept is niet automatisch voor iedere patiënt of iedere zorgorganisatie een verbetering. Het werkt alleen als het aansluit op de dagelijkse praktijk van het zorgteam, en als veiligheid, logistiek, financiering en verantwoordelijkheden goed zijn geregeld.

Verschillende perspectieven

Samenwerken is volgens Phi-Ngan onmisbaar om goed aan te kunnen sluiten op de dagelijkse praktijk. Bovendien kan geen enkel individu of geen enkele partij complexe zorgvraagstukken alleen oplossen. Zorgprofessionals, patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, overheid en geneesmiddelenbedrijven hebben elk hun eigen kennis en verantwoordelijkheden.

Zij noemt samenwerken geen doel op zich, maar een manier om tot betere en uitvoerbare oplossingen te komen. Dat vraagt wel om openheid over ieders rollen en belangen. ‘Goede samenwerking vraagt niet dat iedereen hetzelfde belang heeft. Wel dat je duidelijk bent over je rol, luistert naar andere perspectieven en vanuit een gedeeld zorgprobleem samenwerkt. Het moment dat alles dan bij elkaar komt, dat is heel gaaf.’

Aantrekkelijke sector voor young professionals

Kijkt ze naar de rollen binnen haar eigen sector, de geneesmiddelenindustrie, dan merkt ze veelzijdigheid op. Er zijn veel verschillende rollen en specialismen te vinden. Van klinisch onderzoek en medische functies tot gezondheidseconomie, verkoop, marketing, productie en compliance en nog veel meer. Dat maakt de sector volgens haar aantrekkelijk voor jonge professionals. ‘Je kunt je ontwikkelen als specialist, maar ook als generalist. Er zijn zoveel verschillende rollen binnen een bedrijf. Als je je daarvoor openstelt, is het een plek waar je ontzettend veel kunt leren.’

Zelf begon ze na haar studie als accountmanager. Dat ziet zij als een waardevolle start, omdat ze daardoor direct in gesprek kwam met artsen, specialisten en apothekers. ‘Daarmee leg je een goede basis om het geneesmiddel te begrijpen, maar ook om te begrijpen hoe het is om in het veld te werken.’

Ook haar netwerk speelde een rol in haar verdere loopbaan. Tijdens haar afstudeeronderzoek had ze al verschillende mensen uit de sector gesproken. Eén van de bedrijven die ze voor haar scriptie had geïnterviewd, was Amgen. Toen daar later een passende functie beschikbaar kwam, wisten ze haar opnieuw te vinden. ‘Als je interesse toont en nieuwsgierig bent, zijn mensen in de sector vaak heel bereid om je verder te helpen.’

Buiten de eigen bubbel

Diezelfde nieuwsgierigheid bracht haar ertoe om mee te doen aan de Zorgambassade. ‘Ik wilde mezelf uitdagen en samenwerken met mensen buiten mijn standaardomgeving. Je bevindt je toch een beetje in een bubbel. Als Zorgambassadeur wilde ik ervaren hoe je vanuit een heel ander perspectief naar vraagstukken in de zorg kijkt.’

Het thema van haar jaar was duurzaamheid. Haar groep heeft gekozen voor het tegengaan van medicijnverspilling. Vooral de combinatie van denken en doen in het programma sprak haar aan. De ervaring gaf haar een breder beeld van het zorgstelsel en een netwerk. Minstens zo belangrijk waren de lessen over implementatie. ‘Een goed idee is pas echt een goed idee als het aansluit op de praktijk en als er duidelijk eigenaarschap is. Bedrijven en organisaties zijn vaak snel geneigd om naar oplossingen te gaan. Maar als die oplossing niet aansluit op wat een zorgverlener, verpleegkundige of patiënt dagelijks ervaart, blijft het een mooie theorie op papier.’

Eerst luisteren, dan oplossen

Die les neemt ze mee in haar dagelijkse werk: eerst luisteren en begrijpen hoe een probleem in de praktijk wordt ervaren en pas daarna samen een oplossing ontwikkelen. Ook persoonlijk heeft het Zorgambassadeurschap haar iets gebracht. Ze vindt het gemakkelijker geworden om niet altijd het antwoord te hebben. ‘We denken vaak dat we alles moeten weten. Maar het is ook oké om iets niet te weten. We hebben uiteindelijk allemaal niet overal het antwoord op. Je kunt dat gewoon zeggen, en dan vragen stellen, luisteren en meedoen.’

Wat Phi-Ngan jonge professionals wil meegeven: Je hoeft aan het begin van je loopbaan niet precies te weten waar je uit wil komen. Nieuwsgierigheid brengt je soms verder dan een uitgestippeld carrièrepad. ‘Doe mee als je wilt bijdragen aan verandering voor de patiënt. Niet alleen door erover te praten, maar het ook echt te doen!’

gerelateerde artikelen

Meer weten?

De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen is partner van de Zorgambassade. Contactpersoon vanuit de VIG is Annelies de Lange.