‘Mensen die geregeld bij de nefroloog op consult komen, zijn goed in beeld. Maar er zijn ook mensen met een verminderde nierfunctie die niet onder behandeling zijn bij een specialist. Deze groep moeten we proactief opvolgen in de huisartsenpraktijk’, zegt apotheker Evelyne Verhofstede.
Verhofstede werkt in een openbare apotheek en daarnaast twee dagen per week in een huisartsenpraktijk als apotheker‑behandelaar. ‘Dat houdt in dat ik medicatiegerelateerde consulten voer en meekijk bij medicatie‑optimalisatie’, legt ze uit.
In de huisartsenpraktijk ontstond het vermoeden dat een deel van de patiënten met chronische nierschade niet volledig in beeld was. Verhofstede pakte dit signaal op en startte een project waarin zij alle patiënten met een verminderde nierfunctie systematisch controleerde in het huisartsinformatiesysteem.
Het project begon met de vraag of patiënten wel met de juiste codering waren geregistreerd. Om dit te onderzoeken maakte ze een overzicht van patiënten met een lage eGFR‑waarde. Die waarde is een belangrijke maat voor de nierfilterfunctie.
Daarna keek ze of zij in het systeem ook daadwerkelijk als patiënten met chronische nierschade stonden geregistreerd. ‘Dat is belangrijk omdat een zorgverlener moet weten dat iemand een nieraandoening heeft. Sommige medicatie of doseringen kunnen simpelweg niet bij een verlaagde nierfunctie’, licht Verhofstede toe.
Naast de codering bekeek Verhofstede de medicatie van elke patiënt. ‘Als iemand een te hoge dosering krijgt terwijl de nieren minder goed werken, kan een medicijn zich opstapelen in het bloed. Dat kan toxisch worden’, vertelt ze. Daarom beoordeelde ze doseringen, interacties en eventuele alternatieven.
Ook keek ze naar de vraag of patiënten de best passende medicatie kregen. ‘Mensen met aandoeningen zoals diabetes, hoge bloeddruk of hart‑ en vaatziekten lopen meer risico op chronische nierschade. Voor een deel van hen kunnen SGLT2‑remmers helpen om verdere achteruitgang van de nierfunctie af te remmen’, zegt ze. Daarbij benadrukt ze dat het niet om promotie gaat, maar om passende zorg: de juiste behandeling voor de juiste patiënt.
Voor de patiëntengroep met lagere nierfunctiewaarden leverde de analyse de volgende inzichten op:
‘Dit project heeft ons echt geholpen om risico’s eerder te signaleren’, concludeert Verhofstede. Om de resultaten blijvend te borgen, houdt ze de registraties structureel bij. ‘Elk labverslag komt nu bij mij langs. Zo houden we de medicatie up‑to‑date. Uiteindelijk gaat het erom dat we patiënten zo lang mogelijk beschermen tegen verdere achteruitgang.’
Volgens Verhofstede laat het project ook zien hoe verschillende zorgverleners elkaar kunnen versterken. ‘De huisarts, praktijkondersteuner en apotheker-behandelaar hebben ieder hun eigen expertise. Medicatie‑optimalisatie is echt mijn domein. Samen komen we tot de best passende zorg voor de patiënt.’
Die samenwerking helpt niet alleen bij het signaleren van risico’s, maar geeft patiënten ook het vertrouwen dat alle aspecten van de zorg de juiste aandacht krijgen.
Op Wereld Nierendag, 12 maart, wordt wereldwijd stilgestaan bij niergezondheid en het belang van preventie. Voor Verhofstede is dit een logisch moment om het belang van medicatiebewaking extra te benadrukken.
‘Als patiënten met chronische nierschade hun medicatie regelmatig laten beoordelen, kunnen we veel problemen voorkomen voordat ze ontstaan’, licht zij toe. Een systematische medicatiereview, gekoppeld aan goede registratie, blijkt een krachtige manier om patiënten te beschermen. ‘Heel belangrijk, juist omdat chronische nierschade vaak onzichtbaar begint’, rondt Verhofstede af.