26-01-2026

Tussen prijsdruk en patiëntenbelang: toegang tot innovatie in de Benelux

Blog van Sabine Tews, general manager Gilead Sciences Benelux en bestuurslid bij de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen

Scroll om meer te ontdekken

Begin 2026 heeft Europa een belangrijke stap gezet met het zogeheten ‘Pharma Package’. Dit is de grootste hervorming van de Europese farmaceutische wetgeving in twintig jaar. Het doel is helder: patiënten in alle lidstaten sneller en eerlijker toegang geven tot geneesmiddelen, en tegelijkertijd innovatie stimuleren. In theorie is dit goed nieuws voor patiënten. In de praktijk hangt het succes af van hoe afzonderlijke landen deze hervorming uitvoeren.

Ik heb in meerdere Europese zorgstelsels gewerkt en gezien hoe verschillend landen omgaan met innovatie en toegang tot geneesmiddelen. Duitsland ziet innovatie vaak als een investering. Daar wordt langdurige toegang gekoppeld aan actieve ondersteuning van het ecosysteem voor nieuwe therapieën. In België en Nederland lijkt die koppeling te ontbreken.

Aanpassing aan belangrijke uitdagingen in België en Nederland

Voor België en Nederland betekent het Pharma Package een nieuwe fase in de toegang tot innovatieve geneesmiddelen. Het is cruciaal dat deze Europese hervorming de toch al complexe nationale systemen niet nóg ingewikkelder maakt of extra vertragingen veroorzaakt. Beide landen kampen al met lange doorlooptijden, complexe vergoedingsprocedures en sterke druk om zorguitgaven te beperken. Dat maakt vroege toegang tot nieuwe medicijnen lastig en kan ertoe leiden dat bedrijven deze markten minder prioriteit geven. Dat zet de Europese solidariteit onder druk.

Beoogde efficiëntiewinst blijft uit

Daar komt bij dat de EU-HTA-verordening over gezamenlijke klinische beoordeling (JCA), die een jaar geleden van kracht werd, op korte termijn de werkdruk voor nationale HTA-instanties heeft vergroot. Er zijn extra taken op EU-niveau bijgekomen, terwijl de beoogde efficiëntiewinst tot nu toe uitblijft. Dat komt doordat internationale en nationale werkprocessen nog niet altijd even goed op elkaar aansluiten. Nationale autoriteiten moeten er daarom voor zorgen dat de uitvoering blijft uitgaan van de waarde van innovatieve behandelingen en van een gedeelde verantwoordelijkheid om patiënten tijdig toegang te geven.

Extra druk in Nederland

In Nederland zijn deze uitdagingen nog groter. Ten opzichte van andere Europese landen geven we weinig uit aan geneesmiddelen.. Dat maakt Nederland minder aantrekkelijk voor een vroege marktintroductie. Het voorgestelde MAUG-model (maatschappelijk aanvaardbare uitgaven voor geneesmiddelen), ontwikkeld door een coalitie van Nederlandse zelfstandig bestuursorganen, zou de prijzen verder verlagen zonder stevige wetenschappelijke onderbouwing. Daarmee groeit het risico dat bedrijven Nederland lager op de prioriteitenlijst zetten en dat patiënten later toegang krijgen tot nieuwe geneesmiddelen.

De keuzes die Nederland in 2026 maakt, zijn daarom richtinggevend. In het adviesrapport ’De route naar toekomstige welvaart’ waarschuwt voormalig ASML-CEO Peter Wennink dat lange toelatingsprocedures, beperkte capaciteit voor geneesmiddelenonderzoek en onvoorspelbare vergoedingsprocessen het Nederlandse concurrentievermogen in biotechnologie ondermijnen. Juist deze sector is een belangrijke nationale kracht. Innovatie- en industriebeleid zouden moeten bijdragen aan een toekomstbestendig innovatie-ecosysteem, van onderzoek tot toepassing.

Een gedeelde geopolitieke verantwoordelijkheid

België, Nederland en Europa als geheel staan ook voor een bredere geopolitieke uitdaging. Als Europa blijft discussiëren over medicijnprijzen en zijn aandeel in investeringen in innovatie, terwijl de Verenigde Staten tegelijkertijd hun eigen uitgaven willen terugdringen, komt de wereldwijde financiering van baanbrekende wetenschap onder druk te staan. Geneesmiddelen kunnen niet steeds goedkoper worden zonder gevolgen. Innovatie vraagt om langetermijninvesteringen met risico’s, en die risico’s moeten ergens worden gedragen.

Evenwicht tussen toegang en innovatie

Laten we realistisch zijn. De wereld verandert snel, de druk neemt toe en het beleidslandschap is complex. Voor België en Nederland is dit een uitdagende periode voor ministeries, HTA-instanties, zorgverleners, de industrie en patiënten.

Toch blijf ik optimistisch. Deze veranderingen bieden kansen om beter samen te werken. Door gezamenlijk te werken aan betere systemen, zorgvuldige implementatie, sterkere nationale processen en gedeelde oplossingen kunnen toegang en innovatie beter in balans worden gebracht. Een manier van denken die uitgaat van spanningen die elkaar nodig hebben – vaak aangeduid als polariteit – laat zien dat betaalbaarheid en toegankelijkheid hand in hand moeten gaan met investeringen in innovatie en met de duurzaamheid van zorgstelsels.

Als we dat erkennen, ontstaat ruimte voor beter beleid, een betere dialoog en uiteindelijk betere resultaten voor patiënten.

Snellere en eerlijkere toegang

Bij Gilead zien we wat innovatie kan betekenen. Hiv is nu een chronische, goed behandelbare aandoening. Hepatitis C is te genezen. En ontwikkelingen in de oncologie bieden hoop waar die eerder ontbrak. Deze doorbraken zijn mogelijk gemaakt door gedurfde ideeën, langdurige investeringen, wetenschappelijke kwaliteit en nauwe samenwerking binnen het zorgveld.

België en Nederland beschikken over het talent, de infrastructuur en de ambitie om invulling te geven aan de Europese oproep tot snellere en eerlijkere toegang. Maar succes vraagt om intensievere samenwerking tussen alle betrokken partijen en om nationale systemen die duidelijker, sneller en meer op bewijs gebaseerd besluiten nemen. Alleen dan kunnen patiënten in beide landen net zo snel profiteren van medische doorbraken als elders in Europa.

Meer weten over Gilead Sciences?