Tweede kamer
31-03-2026

Tweede Kamer zet EU Biotech Act hoog op de agenda voor patiënten, welvaart en weerbaarheid

Scroll om meer te ontdekken
 De Tweede Kamer heeft vorige week vragen ingebracht over een relatief onbekend, maar zeer belangrijk Europees wetsvoorstel: de EU Biotech Act. Het wetsvoorstel is namelijk medebepalend voor de vraag of Europa, en daarmee Nederland, biotech‑innovatie kan vasthouden en omzetten in nieuwe behandelingen voor patiënten. Lukt dat niet, dan zullen investeringen, klinische studies en nieuwe behandelingen verder verschuiven richting de VS en China.

 

Uit de Kamervragen spreekt zorg. Europa is sterk in het ontwikkelen van biotechnologische producten, maar blijft achter in het daadwerkelijk op de markt brengen ervan. Amerikaanse en Chinese patiënten worden steeds sneller bediend met innovatieve behandelingen. En daarnaast loopt Europa fors achter in klinisch onderzoek. Nog maar 12% van de klinische onderzoeken wereldwijd vindt plaats op ons continent, terwijl de VS en China het merendeel voor hun rekening nemen.

Kamerleden vragen daarom terecht naar de oorzaken en mogelijke oplossingen. Zij richten zich daarbij op de samenhang tussen Europese en Nederlandse ambities, het intellectueel eigendom, meer vaart in klinisch onderzoek, het naar de markt brengen van innovaties en de geopolitieke context. Wanneer Europa de verordening op deze onderdelen goed inricht, profiteert de hele maatschappij daarvan.

Samengaan van Europese en Nederlandse ambities

De VIG vindt het positief dat in de Kamer wordt erkend dat de rode biotech in Nederland al een strategische plek heeft. Met sterke clusters in het land en door lopende initiatieven zoals de Kabinetsvisie Biotechnologie en de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat. Het is dan ook logisch dat vragen zijn gesteld over de manier waarop het Europees voorstel wordt verbonden met nationale trajecten en hoe ambitieus het Kabinet in Brussel wil zijn.

Deze vragen zijn een belangrijk signaal voor de sector. De Kamer ziet dat het niet gaat om één losse wet, maar om het slim verbinden van Europees beleid met nationale keuzes over innovatie, investeringen, uitvoering en patiëntentoegang. Het welslagen van de Kabinetsvisie Biotechnologie of de Ministeriële Taskforce zal dan ook mede bepaald worden door de EU Biotech Act.

Intellectueel eigendom randvoorwaarde voor investeringen

Kamerleden besteden veel aandacht aan intellectueel eigendom. Daarbij merken zij op dat een (volledige) impactanalyse nog ontbreekt en vragen zij naar een eventuele vervolganalyse. Dat is begrijpelijk, want maatregelen rond intellectueel eigendom kunnen grote invloed hebben op innovatie en investeringen.

Daarnaast is expliciet aandacht besteed aan het voorstel om het Aanvullend Beschermingscertificaat (ABC), een aanvulling op het basisoctrooi, te verlengen met één jaar. De Europese Commissie ziet dit namelijk als een essentiële aanvulling op de huidige bescherming van intellectueel eigendom om meer Europese innovatie mogelijk te maken. De Kamer constateert dat het kabinet nog geen definitief oordeel heeft over een mogelijke verlenging. Voorts wil de Kamer weten hoe wordt onderzocht of zo’n verlenging nodig is om biotech-ambities te realiseren en hoe de sector daarbij wordt betrokken.

Dat deze punten centraal staan, is logisch. Geneesmiddelenontwikkeling met biotechnologie kent lange doorlooptijden en hoge risico’s. Als Europa wil dat bedrijven hier investeren in onderzoek, klinische ontwikkeling en opschaling, dan hoort daar een voorspelbaar en stimulerend kader bij. De sector staat uiteraard klaar om daar een constructieve bijdrage aan te leveren.

Snel en voorspelbaar klinisch onderzoek

Ook is in de Kamer de Biotech Act nadrukkelijk gekoppeld aan klinisch onderzoek. Er is gewezen op het voornemen om Europese regels voor klinische studies aan te passen en de potentiële overlap met Nederlandse regels.

Achter deze vragen zit een duidelijke boodschap. Wie tempo wil maken met biotechnologie, moet zorgen dat klinische studies werkbaar, voorspelbaar en snel kunnen starten, zodat innovaties bij patiënten komen.

Van ontwikkelen en produceren naar “op de markt brengen”

Kamerbreed is ook nadruk gelegd op de hele keten. Het probleem is vaak niet het gebrek aan goede wetenschap, maar de stap van onderzoek naar marktintroductie. Kamerleden herhaalden de constatering van de Europese Commissie dat Europa daarin achterblijft, en vroegen wat er nodig is om die kloof te dichten.

Voor de sector is dat helder. Dat vraagt namelijk om een pakket van maatregelen. Denk aan betere voorwaarden voor klinische studies, snellere procedures, voldoende investeringskracht, slimme Europese samenwerking en een kader dat innovatie beloont en versnelt. En dat alles uiteraard zonder concessies aan kwaliteit en veiligheid.

Ook gezondheid vraagt om strategisch beleid

Tot slot ziet de VIG dat de Kamer het dossier ook (terecht) in de context van geopolitieke onzekerheid plaatst. China zet in haar nieuwste vijfjarenplan volop in op biotechnologie en de VS. Bovendien is de Chinese de regering heel actief en succesvol in het aantrekken van investeringen van nu al meer dan $ 100 miljard. Dat beleid zet veel druk op Europese bedrijven. Wat de precieze gevolgen zijn van dit beleid op prijzen, productie en beschikbaarheid van medische producten zal de toekomst uitwijzen

Daarmee onderstreept de Kamer dat dit Europees voorstel niet alleen een zorg- en economisch dossier is, maar ook een weerbaarheidsdossier. In instabiele tijden wil je minder afhankelijk zijn van andere machtsblokken en sneller kunnen opschalen. Dat is een les die het blok tijdens de Covid-19 pandemie geleert heeft.

Nederland moet nu doorpakken in Brussel

De kern uit de vragen is helder. De EU Biotech Act is cruciaal om de concurrentiepositie van Europa en Nederland te versterken zodat innovaties niet weglekken, maar hier worden ontwikkeld, getest en op de markt gebracht, met directe betekenis voor patiënten.

Daarom is de nadruk op intellectueel eigendom en het ABC logisch. Zonder sterke en voorspelbare bescherming wordt het nog lastiger om de investeringen los te krijgen die nodig zijn om biotechnologische innovaties naar de markt te brengen. En daarom is het ook logisch dat Kamerleden vragen om vaart in klinisch onderzoek: sneller en duidelijker organiseren betekent meer studies, meer kennis en snellere toegang tot nieuwe behandelingen.

Als Nederland deze signalen vertaalt naar een proactieve en ambitieuze inzet in Europa door de focus te leggen op een stevig en voorspelbaar innovatiekader en versnelling van klinisch onderzoek, dan kan de Biotech Act uitgroeien tot tastbare kansen voor patiënten, welvaart en onze weerbaarheid.

Lees de inbreng voor het schriftelijk overleg

Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie | Tweede Kamer der Staten-Generaal