In de beleidsbrieven van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Infrastructuur en Waterstaat (I&W), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) en Buitenlandse Zaken (BZ) komen belangrijke punten voor de innovatieve geneesmiddelensector terug, maar elk departement kijkt vooral naar het eigen deel waardoor keuzes over onderzoek, productie, toegang en vergoeding versnipperd worden gemaakt.
De ministeries van EZK en BZ zien innovatie als basis voor economische groei en weerbaarheid van de samenleving. De sector Life Sciences en Health, waar innovatieve geneesmiddelenbedrijven een prominent onderdeel van zijn, wordt binnen het Industriebeleid gepresenteerd als sleutel voor verdienvermogen en strategische autonomie. De minister van OCW onderstreept deze ambitie met een aangekondigde investering van €428 miljoen in onderzoek en wetenschap als impuls voor de publieke bijdrage voor het R&D-actieplan. Hiermee draait dit kabinet een eerder voorgenomen bezuiniging op wetenschap terug.
In het zorgbeleid wordt nadrukkelijk gestuurd op kostenbeheersing en passende zorg. De rol van het Zorginstituut Nederland wordt verder uitgebreid, met een zwaardere toetsing voordat zorg en medicijnen beschikbaar worden gemaakt voor patiënten (pakketwaardigheid) onder het mom van ‘doelmatig pakketbeheer’.
Deze beleidsinitiatieven rijmen niet met elkaar. Waar stimulerend economisch, buitenland- en wetenschapsbeleid inzet op versnelling en opschalen van innovatie leidt het voorgenomen zorgbeleid tot strengere en complexere toegang voor zorginnovaties. Voor de geneesmiddelensector ontstaat zo een tegenstelling in de thuismarkt: innovatie wordt gewenst, maar toegang wordt onzeker. Volgens het Wennink-rapport zijn juist snelle en voorspelbare vergoedingstrajecten voor nieuwe therapieën doorslaggevend als Nederland een internationale koppositie wil innemen in de life sciences en biotechnologie.
Passende zorg is een legitiem en noodzakelijk uitgangspunt. Niemand is uiteindelijk gebaat bij zorg die geen meerwaarde heeft. Maar passende zorg gaat gepaard met investeren in de maatschappelijke waarde van innovaties.
In de beleidsbrief geeft de minister van VWS aan dat naast kosteneffectiviteit ook de beschikbaarheid van mensen en middelen belangrijk worden voor het pakketbeheer. Dat is een positieve stap, mits wordt bedoeld dat er expliciet gekeken gaat worden naar de toegevoegde maatschappelijke waarde van geneesmiddelen. Denk bijvoorbeeld aan het efficiënter kunnen inzetten van personeel in het zorgsysteem en aan de participatie van patiënten in de maatschappij en op de arbeidsmarkt door passend gebruik van geneesmiddelen.
Zolang die maatschappelijke waarde niet explicieter wordt meegewogen en kostenbeheersing de dominante factor blijft in het pakketbeheer, verschraalt de toegang tot passende zorg.
De minister van VWS benoemt terecht de noodzaak om leveringszekerheid van geneesmiddelen te versterken en afhankelijkheden te verkleinen. Dat is essentieel voor onze weerbaarheid in een geopolitiek onzekere wereld.
Maar ook deze ambitie vraagt om consistent, stimulerend beleid. Het is moeilijk uit te leggen dat het kabinet aan de ene kant inzet op productie en beschikbaarheid van geneesmiddelen, terwijl aan de andere kant de betalingsbereidheid laag is, met geen of trage toegang tot de nieuwste behandelmogelijkheden als gevolg. Zolang de betalingsbereidheid niet verandert en leveringszekerheid niet geprioriteerd wordt, maken we onszelf afhankelijk en kwetsbaar in dit systeem.
Dat de minister van I&W erkent dat biotechnologie en nucleaire geneeskunde ruimte verdienen, is positief. Dit is essentieel voor innovatieve zorg. Maar ook hier ontbreekt samenhang. Vergunningverlening, toezicht, vergoeding en zorgtoegang worden vanuit verschillende beleidslogica’s ingericht.
Voor bedrijven en zorginstellingen betekent dit een stapeling van onzekerheden. Een innovatie kan technisch mogelijk zijn, milieutechnisch toegestaan, maar zorginhoudelijk moeilijk toegankelijk. Dat remt toepassing en ontmoedigt verdere ontwikkeling.
De beleidsbrieven spreken de ambitie uit van één overheid die samenwerkt. Voor de innovatieve geneesmiddelensector is dat noodzakelijk om in Nederland nieuwe behandelingen sneller bij patiënten te krijgen en om onderzoek, productie en innovatie te behouden.
De VIG pleit daarom voor meer samenhang in de keuzes voor een weerbaar geneesmiddelenbeleid. Als geneesmiddelen strategisch belangrijk zijn voor gezondheid, het zorgsysteem, de economie en de weerbaarheid van Nederland, dan moet de randvoorwaarde toegang worden gezien als beginpunt en niet als sluitstuk.