30-10-2026

VIG: ‘Houd bij herziening Wgp rekening met MFN-beleid’

Scroll om meer te ontdekken

Het ministerie van VWS werkt aan een herziening van de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp). Intussen voeren de Verenigde Staten gaandeweg diverse nieuwe beleidsmaatregelen in die grote invloed kunnen hebben op de uitwerking van de herziene Wgp. De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen roept daarom het ministerie op om de gevolgen van het Amerikaanse prijsbeleid tijdig mee te wegen bij het ontwerp van de wetsherziening.

 

De Wgp schrijft onder meer voor hoe hoog de catalogusprijzen (ook wel lijstprijzen genoemd) voor afzonderlijke geneesmiddelen maximaal mogen zijn. De wet gebruikt daarvoor prijzen in België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen als referentie. Twee keer per jaar volgt een herijking. Nederland werkt al enkele decennia met deze prijsreferenties.

Nederlandse prijs werkt internationaal door

In het nieuwe geneesmiddelenbeleid gebruiken de VS nu voor het eerst ook prijzen in andere landen als referentie. Daarbij willen de VS onder andere weten welke nettoprijzen landen voor zo’n geneesmiddel betalen, oftewel: na aftrek van eventuele kortingen.

‘Refereren aan nettoprijzen is nieuw’, zegt Ramon van Aert, senior adviseur geneesmiddelenbeleid bij de VIG. ‘Volgens OECD-gegevens over 2024 gebruiken twaalf landen de Nederlandse lijstprijzen voor geneesmiddelen als referentie. Met de VS erbij werkt een prijsbesluit in Den Haag door tot in Washington. En via Washington komt het effect direct of indirect weer terug in Nederland. Daarom is het nodig om de Wgp met een geopolitieke bril op te herzien, zeker vanwege het feit dat nettoprijzen ook afhankelijk kunnen zijn van lijstprijzen.’

Dit zogeheten Most Favored Nation-beleid (MFN) kent drie mechanismen. Twee daarvan hebben Nederland direct in hun referentiemandje van negentien landen. Deze twee heten GLOBE en GUARD. Aanvankelijk zou GLOBE op 1 oktober ingaan, maar dat is onlangs uitgesteld. Voor beide mechanismen is nu de beoogde ingangsdatum 1 januari 2027.

Een ander mechanisme is al actief: het model GENEROUS kijkt onder meer naar Canada en Zwitserland. ‘Die twee landen gebruiken Nederland zelf als referentieland. Zo tellen de referentieprijzen in Nederland indirect ook in dat mechanisme mee’, licht Van Aert toe.

Prijsreferentie is basis Wgp

Zowel de vier Wgp-landen als Nederland zitten in het referentiemandje van GLOBE en GUARD. ‘Daardoor staan de Amerikaanse en de Nederlandse prijzen niet langer los van elkaar’, legt Van Aert uit. ‘Nederland heeft maar 0,5 tot 1 procent van de wereldmarkt voor geneesmiddelen in handen. We spelen op omzetniveau dus een relatief bescheiden rol. Toch heeft een Nederlands prijsbesluit grote invloed op internationale prijsbesluiten en daarmee wereldwijde omzetten.’

Rekenvoorbeeld

Laten we met een rekenvoorbeeld uitleggen hoe de twee systemen op elkaar inwerken. Stel dat voor een geneesmiddel in de VS $100 wordt betaald. De VS willen met het MFN-beleid voorkomen dat ze meer betalen dan de nettoprijzen in referentielanden. Wel wordt dat bedrag gecorrigeerd op basis van het bbp per inwoner, wat in Nederland uitkomt op $93,90. De VS willen dus dat Nederland minstens $93,90 betaalt voor dat geneesmiddel.

Maar in de landen die Nederland als referentie hanteert, is dat bedrag na bbp-correctie lager: gemiddeld $81,17. En volgens de Wgp is dat de maximale catalogusprijs die in Nederland wettelijk is toegestaan. Die maximumprijs is dan echter $12,73 te laag voor wat de VS in Nederland als minimale nettoprijs willen zien.

Dat illustreert de spanning tussen beide systemen: de maximale lijstprijs die volgens de Wgp is toegestaan, is in dit voorbeeld lager dan de minimale nettoprijs die volgens het Amerikaanse MFN-beleid voor Nederland geldt.

Overigens is dit een vereenvoudigd rekenvoorbeeld. Daarin zijn veranderende prijzen en landspecifieke factoren buiten beschouwing gelaten. Het voorbeeld is dus geen voorspelling van toekomstige prijzen en dus ook geen voorspelling van de Wgp-maximumprijzen. Het voorbeeld is bedoeld om de dynamiek en afhankelijkheden te laten zien in een internationale context.

Zo zie je dat een mondiaal en een nationaal systeem met elkaar in botsing kunnen komen’, zegt Van Aert. ‘Bedrijven wegen nationale lijstprijzen, waaronder de Nederlandse, mee als ze bepalen waar en wanneer ze een nieuw geneesmiddel introduceren. Hoe zwaarder een (potentieel lage) prijs internationaal meetelt, hoe groter het risico dat een nieuw geneesmiddel Nederland later of helemaal niet bereikt.’

Oproep aan ministerie VWS

De internetconsultatie over de herziene Wgp staat gepland voor begin 2027. Het ministerie gaat ervan uit dat de herziene Wgp niet vóór 2029 in werking treedt en ontwerpt de wet dus in dezelfde periode waarin GENEROUS, GLOBE en GUARD ingaan. ‘De keuzes die het ministerie nu maakt, liggen straks jarenlang vast’, zegt Van Aert. ‘Het is daarom belangrijk om de herziening zorgvuldig en strategisch aan te pakken, met oog voor geopolitieke verschuivingen.’

De VIG deelt met VWS het doel om geneesmiddelen betaalbaar en beschikbaar te houden. Dat lukt beter als de herziene Wgp rekening houdt met de internationale doorwerking van prijzen. Daarom roept de VIG het ministerie van VWS op om:

  • mee te wegen dat de Nederlandse prijzen direct en indirect doorwerken in de VS
  • de MFN-systematiek en -impact op te nemen als relevante context in het ontwerp van de herziene Wgp
  • de nieuwe systematiek vooraf te toetsen op samenhang met GENEROUS, GLOBE en GUARD
  • een vast evaluatiemoment op te nemen en met een herzieningsclausule ruimte te bieden om de systematiek bij te stellen als de verwevenheid met het Amerikaanse prijsbeleid onbedoelde gevolgen heeft voor de beschikbaarheid van geneesmiddelen in Nederland.

‘We denken graag mee met VWS, zowel tijdens als voorafgaand aan de internetconsultatie’, biedt Van Aert aan. ‘Zo kunnen we voorkomen dat de herziene Wgp de toegang tot nieuwe geneesmiddelen in Nederland onbedoeld verder vertraagt.’

Meer achtergrondinformatie