betaalbaarheid medicijnen prijs
Onze kijk op

Betaalbaarheid van de zorg

In 2022 besloegen de netto medicijnuitgaven 5,8% van de totale zorguitgaven. Medicijnen en vaccins zijn dus geen groot onderdeel van het financiële probleem in de zorg, maar ze kunnen wél veel bijdragen aan de oplossing, bijvoorbeeld doordat ze zorgpersoneel uitsparen.

Scroll om meer te ontdekken
De zorguitdagingen worden groter. Rond 2040 is een kwart van onze bevolking 65 jaar of ouder. Die vergrijzing kan grote gevolgen krijgen. Sommige mensen vrezen dat zij of hun naasten niet de hulp krijgen die zij nodig hebben, omdat er onvoldoende personeel of geld voor is. En dat terwijl nu het water zorgverleners soms al aan de lippen staat. Samen kunnen we voorkomen dat de zorg vastloopt.

 

In het kort:

  • De netto uitgaven (de totale kosten van geneesmiddelen na kortingen, vergoedingen en andere verrekeningen) aan geneesmiddelen vormden in 2024 4,2% van de totale zorguitgaven. In 2020 lag dat 0,8 procentpunt hoger: 5,0%.
  • Medicijnen zijn dus geen groot onderdeel van het financiële probleem in de zorg, maar ze kunnen wél veel bijdragen aan de oplossing, bijvoorbeeld doordat ze zorgpersoneel uitsparen;
  • Ook vaccins besparen veel inzet van zorgpersoneel en daarmee ook kosten.

Oplossing

Betere leefstijl, diagnostiek, behandelingen en medicijnen kunnen de zorg ontlasten. Daarom beschouwen wij medicijnen als een onderdeel van de oplossing. Daarvoor is natuurlijk goede samenwerking tussen overheid en zorgpartijen nodig, zoals beschreven in het Integraal Zorg Akkoord (IZA). Om dit te verbeteren, is het belangrijk dat de geneesmiddelensector bij deze samenwerkingsverbanden aan tafel zit. Dat is soms al het geval, maar bij IZA en het Landelijk Overleg Dure Geneesmiddelen (LODG) nog niet.

Vaccins

Hoeveel impact medicijnen of vaccins kunnen hebben op betaalbaarheid van de zorg, bleek heel duidelijk tijdens de coronacrisis. Alleen al in het eerste jaar van de vaccins voorkwamen ze 88.000 ziekenhuisopnames. In Europa hebben vaccins volgens de WHO 1,4 miljoen levens gered. Daarmee bespaarden ze veel leed, zorg en zorgpersoneelskosten. En dat terwijl de vaccins hooguit enkele tientjes per stuk kostten. Twee geneesmiddelenbedrijven boden ze zelfs zonder winstoogmerk aan.

De uitgaven van een medicijn zijn vaak makkelijker in kaart te brengen dan het geld dat ze besparen. Denk bijvoorbeeld ook aan cholesterolverlagers, hiv-medicijnen en gewichtsverlagende medicatie. Maar dat wil niet zeggen dat die besparingen er niet zijn!

Feiten

  • Hoewel er de laatste jaren steeds betere medicijnen op de markt gekomen zijn (denk aan kanker, reuma, hiv, migraine, hepatitis C) beslaan de netto medicijnuitgaven 4,2% van de totale zorguitgaven.
  • De netto uitgaven aan geneesmiddelen zijn ten opzichte van 2020 met 13% toegenomen naar €6,6 miljard. Maar de totale zorguitgaven stijgen aanmerkelijk sneller. Zij stegen in 2024 naar bijna €155 miljard, een stijging van 33% ten opzichte van 2020. Dat impliceert dat de uitgaven aan geneesmiddelen onder controle zijn.
  • Ook de uitgaven aan intramurale geneesmiddelen stijgen weliswaar in absolute zin, maar minder snel dan de totale uitgaven aan ziekenhuiszorg. In 2020 bedroegen de uitgaven aan intramurale geneesmiddelen 10,1% van de totale msz-uitgaven, in 2024 was dat percentage gedaald naar 8,8%.
  • De uitgaven aan intramurale geneesmiddelen per patiënt per jaar laten een dalende trend zien. In 2020 waren de gemiddelde uitgaven aan geneesmiddelen die in het ziekenhuis worden toegediend €7.670 per patiënt. Vier jaar later zijn die uitgaven met 20,0% gedaald naar €6.135 per patiënt per jaar.
  • Wel is het zo dat Nederland steeds meer inwoners krijgt. Vooral het aantal ouderen blijft toenemen. In 2040 is ongeveer een kwart van de bevolking 65 jaar of ouder. De vergrijzing is een belangrijke oorzaak voor de oplopende medicijnuitgaven. Niet als percentage van het zorgbudget, maar in absolute zin.
  • Nederland scoort internationaal goed, als het gaat om beheersing van de medicijnuitgaven ten opzichte van het totale zorgbudget (als percentage). In Europa heeft alleen Denemarken heeft een nóg lager percentage dan Nederland.
  • Gemiddeld is dat percentage in Oeso-landen 15,3% (bron: FD, Oeso).