De VIG stelt, in lijn met Peter Wennink, dat de geneesmiddelensector (als onderdeel van de bredere life sciences-biotechsector) één van de groeimotoren is voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Om die waarde te kunnen verzilveren, is het nodig om de randvoorwaarden voor onderzoek, opschaling en toegang tot geneesmiddelen te verbeteren.
Nederland heeft een sterke positie in geneesmiddelenontwikkeling en medische innovatie, maar die positie staat onder druk. Nieuwe geneesmiddelen en vaccins komen later of soms helemaal niet beschikbaar en het aantal klinische studies daalt. In onze optiek is de Nederlandse thuismarkt dan ook de zwakke schakel. Verbetering daarvan is nodig om de Nederlandse concurrentiepositie te behouden en te laten groeien.
Wat de VIG betreft is het verdienvermogen van Nederland direct gekoppeld aan de mate waarin het land investeringen in geneesmiddeleninnovatie, productie en klinisch onderzoek kan aantrekken en behouden. Als Nederland innovaties laat weglekken naar het buitenland, gaat dat ten koste van zowel patiëntentoegang als economische waarde. Voor de VIG is verdienvermogen dus geen doel op zich, maar de economische basis voor innovatie, beschikbaarheid van geneesmiddelen en vaccins, werkgelegenheid en strategische weerbaarheid van Nederland.