Het kabinet stelt terecht dat Europa geen afhankelijke afnemer, maar een strategische economische speler moet zijn. Dat geldt bij uitstek voor middelen die van levensbelang zijn, zoals geneesmiddelen en vaccins. Wennink adviseert maatregelen als het versterken van innovatieclusters, het stimuleren van onderzoek en ontwikkeling en het beter vermarkten van kennis.
Dat vergt een omslag in de risicomijdende reflex van de overheid. Die levert namelijk een spanning op tussen ambitie en praktijk. Door risicoaversie is Nederland een van de minst toegankelijke geneesmiddelenmarkten van Europa. Als de overheid valorisatie in Nederland wil versnellen, moet ze ervoor zorgen dat innovaties de patiënt daadwerkelijk bereiken.
Dat is nu niet het geval: het huidige toelatings- en vergoedingsbeleid ondermijnt juist de aantrekkelijkheid om innovaties in Nederland te ontwikkelen en te introduceren. Wennink onderstreept daarom het belang van consistentie in het beleid over verschillende departementen heen: strategisch industriebeleid en geneesmiddelenbeleid moeten uit dezelfde pen komen.
Met gericht beleid kan Nederland de vruchten plukken van zijn sterke positie in life sciences en biotechnologie. Maar die positie kan alleen behouden blijven wanneer innovatie ook daadwerkelijk wordt omgezet in maatschappelijke én economische waarde. Dat vraagt om een omgeving waarin bedrijven, onderzoekers en overheid gezamenlijk kunnen investeren in nieuwe oplossingen, en een goed functionerende thuismarkt waar die oplossingen daadwerkelijk worden afgenomen.
De VIG ziet kansen in de ambitie van het kabinet om de overheid een actievere rol te geven als eerste afnemer om innovaties de markt op te helpen. Juist in sectoren met hoge ontwikkelkosten, lange investeringshorizons en grote maatschappelijke waarde is het belangrijk dat overheid en bedrijfsleven gezamenlijk optrekken. Meer zekerheid en vertrouwen voor de sector, en een overheid die risico’s beter kan delen, bieden ruimte voor samenwerking tussen industrie en overheid.
De innovatieve geneesmiddelensector staat klaar om hieraan bij te dragen. Samen met overheid, kennisinstellingen, zorgverleners en patiëntenorganisaties wil de sector werken aan een sterk Nederlands innovatie-ecosysteem waarin nieuwe kennis sneller wordt omgezet in onderzoek, bedrijvigheid en innovatieve geneesmiddelen die patiënten bereiken.