Het beschermen van de volksgezondheid blijft volgens de auteurs het hoofddoel van het zorgbeleid. Maar zij vragen beleidsmakers om gezondheidsuitgaven daarnaast ook te zien als een strategische investering in de economie. De economische opbrengst is een extra reden om zorgstelsels te versterken.
Werknemers in goede gezondheid blijven vaker aan het werk, functioneren beter en verzuimen minder door ziekte. Slechte gezondheid en beperkingen in het dagelijks functioneren zijn in Europa belangrijke redenen voor vroegtijdige uitstroom uit de arbeidsmarkt.
In 2024 stond 44,5 procent van de EU-inwoners van 15 tot 64 jaar met enige of ernstige beperkingen in hun dagelijkse activiteiten buiten de beroepsbevolking. In Finland was dat 28 procent, in Bulgarije bijna 89 procent. Nederland zat met 35,6 procent onder het EU-gemiddelde. De cijfers laten grote verschillen in arbeidsdeelname zien.
In 2022 overleden in de EU ongeveer 424.000 mensen van 25 tot 64 jaar aan belangrijke niet-overdraagbare aandoeningen, zoals kanker en hart- en vaatziekten. Daardoor gingen naar schatting 2,4 miljoen potentiële arbeidsjaren vóór de pensioenleeftijd verloren.
Volgens een theoretische modelberekening zou het volledig voorkomen van de onderzochte sterfte tussen 2022 en 2040 ongeveer 1 procent extra potentiële arbeidsjaren opleveren. Daarmee zou circa 12 procent van de geraamde afname door vergrijzing worden gecompenseerd. De grootste bijdrage aan deze winst zou komen van minder overlijdens aan kanker.
De auteurs refereren ook aan het Draghi-rapport, dat geneesmiddelen, biotechnologie, medische technologie en digitale gezondheid strategische sectoren voor Europa beschrijft. Volgens de auteurs dreigt Europa daarin terrein te verliezen aan de Verenigde Staten en China. Ze wijzen op versnipperde markten, ingewikkelde regels en beperktere financiering om innovatieve bedrijven te laten doorgroeien.
De farmaceutische sector draagt daarnaast bij aan de Europese export. Volgens Eurostat exporteerde de EU in 2023 voor 277 miljard euro aan geneesmiddelen en farmaceutische producten naar landen buiten de EU.
De auteurs benoemen ook de keerzijde van innovatie. Nieuwe behandelmogelijkheden en grotere behandelvolumes verhogen vaak de zorguitgaven. Andere vernieuwingen kunnen de productiviteit verbeteren of de kosten per behandeling verlagen. Sommige innovaties kunnen daardoor geld besparen, maar dat geldt niet automatisch voor iedere vernieuwing.
De verantwoordelijkheid voor zorgstelsels ligt in de eerste plaats bij de lidstaten. Toch kan de EU volgens de auteurs bijdragen via sterkere zorgstelsels met meer preventie, beter beleid voor geneesmiddelen en medische hulpmiddelen en digitale samenwerking, onder andere via de European Health Data Space.
Voor geneesmiddelen zien ze een dubbele opdracht. Europa moet een aantrekkelijke plek blijven voor farmaceutisch onderzoek en innovatie. Tegelijk moeten patiënten tijdig en op rechtvaardige wijze toegang krijgen tot geneesmiddelen. De herziening van de Europese geneesmiddelenwetgeving en gezamenlijke inkoop moeten helpen die doelen te verenigen. Wel waarschuwen de auteurs dat nieuwe regels kleinere bedrijven onevenredig zwaar kunnen belasten. Dat kan concurrentie en innovatie remmen.
Het onderzoek toont hoe gezondheid, arbeidsdeelname, zorginnovatie en economische concurrentiekracht elkaar kunnen versterken.
De VIG herkent zich in de dubbele opdracht die de auteurs formuleren. Een goed klimaat voor onderzoek en tijdige, eerlijke toegang tot geneesmiddelen kunnen samengaan. Daarover gaat de VIG graag het gesprek aan met de overheid en andere zorgpartners.
Bron
Cylus J, Siciliani L, Van Ginneken E. (2026). How can the health sector be a driver of economic competitiveness in Europe? Eurohealth 32(2): 7–11.
Cylus en Van Ginneken werken bij het European Observatory on Health Systems and Policies. Siciliani is hoogleraar gezondheidseconomie aan de University of York. Hun artikel verscheen in een themanummer dat het Observatory samen met het Ierse ministerie van Volksgezondheid maakte, ter ondersteuning van de beleidsprioriteiten van het Ierse EU-voorzitterschap.