Het onderwerp kwam niet uit het niets. ‘Er lag al wat op de plank bij Annelies’, aldus Op den Camp. Annelies de Lange, senior adviseur duurzaamheid had met lid bedrijf Chiesi al eens besproken om onderzoek te doen naar het recyclen van inhalatoren. ‘Toen ik op zoek was naar een stage vroeg ze of ik het leuk vond om daar een business case over te maken. De VIG had ook al eerder een pilot met insulinepennen gedaan, dus dat recyclen van medisch plastic lag al een beetje op het netvlies.’
Op den Camp studeert Farmakunde (een combinatie van farmacologie, bedrijfsvoering en projectmanagement) en heeft een sterke belangstelling voor duurzaamheid. Het project bracht haar studie en interesse mooi samen. ‘Ik was blij dat ik deze afstudeeropdracht kon uitvoeren.’ Kennis van het onderwerp had ze nog niet: ‘Ik wist eigenlijk alleen wat een inhalator was, verder niets over plastic recyclen of duurzaamheid.’ Haar nieuwe kennis deed ze onder meer op in gesprekken met vijftien organisaties, waaronder vier farmaceutische bedrijven (AstraZeneca, Boehringer Ingelheim, GSK en Chiesi) en kennisinstellingen zoals TNO.
Wat haar tijdens het onderzoek het meest verbaasde, was de strenge regelgeving rond recycling. ‘Het drijfgas in een deel van de inhalatoren (de zogeheten dosisaerosolen) is brandbaar en daar komen veel regels bij kijken. Daardoor is het bijna onmogelijk om te recyclen, terwijl andere landen dat al makkelijker hebben gemaakt. Nederland is best goed in plastic recyclen, dus waarom hebben we dit nog niet aangepast?’ Het drijfgas maakt recyclen dus lastig en daarnaast is het ook slecht voor het milieu. Zo’n 20% blijft achter in een inhalator nadat hij is opgebruikt. Volgens de business case zorgden dosisaerosolen in Nederland in 2020 voor 85,4 kiloton CO₂-equivalent aan uitstoot, vooral tijdens gebruik, omdat het gas dan vrijkomt in de lucht.
Een andere belangrijke reden waarom recycling zo lastig blijkt, zit in de regels rond het materiaal zelf. ‘Het plastic voor geneesmiddelen is ‘single use’: je mag de inhalator gebruiken, totdat hij op is. Je mag geen gerecycled plastic gebruiken voor een nieuwe inhalator. Daarvoor moeten primaire, nog nooit gebruikte grondstoffen worden ingezet. Dat zijn regels waar je nu niet omheen kunt.’ Bovendien bevat één inhalator vaak al meerdere soorten kunststof, wat hoogwaardig recyclen lastiger maakt. Hoe meer plastics gemengd worden, hoe lager de geschiktheid om te recyclen.
Waar het onderzoek het meest op vastliep, waren de kosten. ‘Bedrijven en recyclers kunnen weinig informatie delen over de kosten, ook in de pilots die ik vond. Begrijpelijk, want het is concurrentiegevoelig. Maar dat maakt het wel moeilijk om de haalbaarheid van recyclen te onderzoeken.’ De business case noemt enkele losse cijfers, maar een totaalplaatje van kosten en baten ontbreekt echter. ‘De baten zijn vooral maatschappelijk, namelijk minder CO₂-uitstoot, en dat is moeilijk te kwantificeren.
Toch ziet Op den Camp wel een route die kans van slagen heeft. Die route start bij de patiënt die haar gebruikte inhalator inlevert bij de apotheek. De apotheek slaat de inhalatoren vervolgens op. En daarna brengt een bevoegde vervoerder de inhalatoren naar de recycler. ‘Mensen komen toch al naar de apotheek voor hun medicatie, dus dat is het meest laagdrempelig.’ Uit een eerdere VIG-pilot met insulinepennen bleek dat ongeveer 77% van de patiënten bereid is om in te leveren, al ligt het werkelijke retourpercentage in de praktijk vaak lager.
‘Communicatie richting patiënten is een belangrijk onderdeel van dit proces’, vervolgt Op den Camp. ‘Apothekersassistenten, die de patiënt aan de balie zien, zijn hierbij een belangrijke schakel. Zij moeten goed worden geïnstrueerd over hoe zij de patiënt kunnen aanmoedigen om hun inhalator na gebruik terug te brengen naar de apotheek. Hoe meer patiënten hun inhalatoren inleveren, hoe groter het ingezamelde volume. Een groter volume maakt het mogelijk om een stabiele recyclestroom op te zetten, waardoor het recyclen van inhalatoren ook financieel aantrekkelijker wordt.’
Die onzekerheid over kosten en baten brengt Op den Camp tot een genuanceerde conclusie. ‘Mijn conclusie is dat het nu beperkt haalbaar is. Niet omdat het onmogelijk is, maar omdat er te weinig informatie is over kosten en baten.’ Toch ziet ze ook beweging. Een Europees initiatief, het Sustainable Markets Initiative, wil in 2028 in de Benelux starten met inhalatorrecycling. Daar wil ze met haar onderzoek graag op aansluiten. ‘Mijn aanbeveling is begin klein, in een paar apotheken in één regio, en zorg dat vooraf duidelijk is wie het gaat financieren.’
Ook heeft Op den Camp een specifieke aanbeveling voor geneesmiddelenbedrijven. ‘Ontwerp inhalatoren in de toekomst, in het kader van producentenverantwoordelijkheid, op zo’n manier dat ze eenvoudiger te recyclen zijn. Denk hierbij aan het gebruik van één type kunststof of een ontwerp dat makkelijker te demonteren is. Nog mooier zou het zijn als inhalatoren (gedeeltelijk) herbruikbaar kunnen worden gemaakt.’
Voor Op den Camp zelf paste dit onderzoek goed bij wat haar drijft. ‘Ik had al intrinsieke motivatie voor duurzaamheid en vond het heel leuk om hiermee bezig te zijn, ook al was het een uitdaging om de juiste mensen aan de telefoon te krijgen. Ik ben benieuwd wat de leden van mijn bevindingen vinden en wie weet speel ik in mijn tussenjaar nog een rolletje bij vervolgstappen.’