20-05-2026

'Onderzoekersnetwerken essentieel voor behoud klinisch onderzoek'

Astrid Schut, directeur WCN, over klinisch onderzoek

Scroll om meer te ontdekken
Onderzoekersnetwerken zijn essentieel als brug tussen onderzoekers en geneesmiddelenbedrijven, stelt Astrid Schut, managing director van de WCN. ‘We hebben in meerdere ziektedomeinen netwerken nodig om zo internationaal sterker te staan.’ Maar waarom is dat belangrijk voor het behoud van klinisch onderzoek?

 

‘In Nederland zijn we sterk in het koppelen van de wetenschappelijke innovatie met de dagelijkse zorg van dokters voor patiënten,’ zegt Astrid Schut. Zij is sinds 2014 managing director van de WCN; het onderzoekersnetwerk van cardiologen. De WCN is actief in klinisch (geneesmiddelen)onderzoek en vaste partner voor farmaceutische bedrijven.

‘Ons onderzoek staat dicht bij de patiëntenzorg. Samen met geneesmiddelenbedrijven hebben we vele innovatieve medicijnen ontwikkeld voor die patiënt. Daar mogen wij Nederlanders best wat trotser op zijn.’

Ziekenhuizen zijn autonoom

Maar klinisch onderzoek heeft een ‘global’ speelveld, vervolgt ze. ‘En het spel is veranderd. Ons kleine Nederland heeft het historisch goed gedaan, en er is nog volop kans om er een plek in te behouden. Maar we kijken nog te veel naar “binnen’; Nederlandse ziekenhuizen zijn autonoom met veel eigen procedures, vanwege veiligheid en voorzichtigheid. Dat is begrijpelijk, maar niet altijd proportioneel. Dankzij Europese regelgeving en centrale medisch-ethische toetsing is alles goed geregeld. Helaas maakt die versnippering van lokale ziekenhuisprocessen onderzoekstrajecten onnodig langzaam en complex. Terwijl we voor global deelname aan onderzoek juist snel en voorspelbaar willen zijn. We kunnen nog meer centraal en parallel samenwerken.’

En daar komt de waarde van netwerken als de WCN naar voren. ‘Als vereniging van cardiologen, onderzoekers en hun teams zetten we ons in voor betere data, patiëntveiligheid en positionering van Nederland en Europa. We doen portfoliobeheer, we spannen ons in om onderzoek naar Nederland te halen, en we faciliteren de onderzoekers en sponsoren. Onderzoekersnetwerken kunnen als gids helpen met stroomlijnen en versnellen waar internationale partijen verdwalen.’

We kennen elkaar

Want als ‘we’ niet sneller worden, dreigt er snel meer verschuiving van onderzoek naar landen als China en India. Astrid Schut verklaart: ‘Nou hebben die landen ook een enorme afzetmarkt, dus dat is sowieso aantrekkelijk voor bedrijven. Maar wij als westen blijven een belangrijke populatie met een hoge kwaliteit van zorg en onderzoek.’

En er is meer wat ons land krachtig maakt, volgens haar. ‘We werken goed samen, kennen elkaar en praten met elkaar. De veldpartijen in de DCRF dragen het Nationaal Actieplan Klinisch Onderzoek. En we hebben publiek-private allianties zoals de Dutch CardioVascular Alliance (DCVA) waarin multidisciplinair clinici, onderzoekers en financiers samenkomen. Als ik met grote landen hierover praat, vertel ik dat wij gewoon in de trein stappen na een werkdag, samen praten en zo ook knelpunten oplossen. Dat gaat daar echt anders.’

De rol van AI

Toch speelt de veranderde wereld ons land ook parten. ‘Neem de toenemende rol van AI. Vroeger beoordeelde een global onderzoeksteam de keuze voor deelnemende landen op basis van vertrouwen. Vaak waren dat bekenden met wie ze vaker werkten. AI neemt dat niet mee en gooit je eruit als je data te langzaam zijn of bij tekortschietende prestatie. En dan is het tij niet meer te keren, want AI kijkt achteruit en de voorkeur gaat vervolgens uit naar de opkomende continenten die sneller zijn en voldoende aantallen leveren.’

Naast AI speelt ook de lage prijsstelling in Nederland ten opzichte van andere landen mee. ‘Dat maakt ons land weer minder interessant voor farma om onderzoek te doen.’

Aandacht vanuit ministeries

Er moet dus wel iets gebeuren. Gelukkig voelen de ministeries VWS en EZ urgentie voor clinical research, weet Schut. ‘Die zien ook dat het veel oplevert voor de zorg en de economie. De tijd is dan ook rijp voor sturing vanuit de overheid om in Nederland de klinische onderzoeksprocessen meer te faciliteren.’

Ook vindt ze dat er vanuit de overheid meer support – financieel en organisatorisch – kan komen voor (startende) netwerken in ondervertegenwoordigde domeinen. ‘Want overbruggende partijen tussen arts-onderzoekers en de grote farmaceuten zijn echt nodig. En ja, de WCN is al zelfvoorzienend, omdat cardiologie van oudsher de aandacht heeft. Maar duurzame netwerken zijn ook essentieel voor andere vakgebieden. Denk aan nefrologie, longgeneeskunde en neurologie. Met meerdere, goed georganiseerde domeinen staan we internationaal sterker.’

Research motiveert zorgmedewerkers

We blijven nog even in eigen land. Nederland komt komende jaren voor gezondheidsuitdagingen te staan, waarvoor veel zorgmedewerkers nodig zijn. Maar die moeten we wel hebben en houden. Ook daar kan research een rol spelen, denkt Schut. ‘Ik weet nog uit mijn eigen tijd in het ziekenhuis dat innoverend onderzoek motiverend werkt voor zorgmedewerkers. Het houdt je vak levendig en vergroot je betrokkenheid.’
En die innovatie is uiteindelijk voor patiënten het belangrijkst. ‘Onderzoek in eigen land geeft gezondheidsperspectief en betere toegang tot de nieuwste geneesmiddelen. Bovendien is, zoals gezegd voor iedereen het economisch en maatschappelijk belang groot, bijvoorbeeld gezien de werkgelegenheid die research biedt, en voor het behoud van ons mooie academische klimaat.’

International Clinical Trials Day

In dat kader ziet Astrid Schut dan ook de toegevoegde waarde van International Clinical Trials Day op 20 mei. ‘We mogen samen trots zijn en het is de moeite waard om ons op zo’n dag uit te spreken over de waarde van klinische onderzoek. Ook binnen de WCN gaan we er op een positieve manier aandacht aan besteden.’

Meer over klinisch onderzoek