De terugval is ook zichtbaar in het aantal studies per inwoner. In 2021 werden in Nederland nog 37,8 klinische studies uitgevoerd per miljoen inwoners, in 2025 is dat gedaald naar 19,6. Daarmee behoort Nederland tot de landen met de scherpste dalingen in West-Europa.
Nederland verliest in rap tempo terrein in de internationale concurrentie om klinisch onderzoek. Concurrerende landen investeren gericht in snellere procedures, betere onderzoeksinfrastructuur en aantrekkelijkere randvoorwaarden. Intussen kent Nederland relatief trage en minder voorspelbare trajecten en een minder aantrekkelijke thuismarkt voor innovatieve geneesmiddelen. Daardoor verplaatst klinisch onderzoek zich steeds vaker naar andere regio’s.
‘Dit is een zorgwekkende ontwikkeling. Klinisch onderzoek is voor veel patiënten de eerste kans op toegang tot nieuwe behandelingen, en voor sommigen zelfs de enige behandelingsmogelijkheid’, zegt Dineke Amsing, directeur beleid en samenwerkingen van de VIG. ‘Als Nederland minder studies aantrekt, lopen patiënten die kansen mis en raakt ook onze kennispositie onder druk, want zorgprofessionals doen minder snel kennis en ervaring op met nieuwe therapieën. Juist in een tijd waarin andere landen versnellen, moet Nederland zorgen dat het aantrekkelijk blijft voor onderzoek.’
De daling past in een bredere trend. Het aandeel klinische studies in Europa neemt af, terwijl andere regio’s juist terrein winnen. Inmiddels wordt een groot deel van het klinisch onderzoek buiten Europa opgestart, vooral in Azië. Nederland verliest daarin sneller terrein dan veel andere West-Europese landen.
Een belangrijke oorzaak is de samenhang tussen toegang tot innovatieve geneesmiddelen en klinisch onderzoek. Nieuwe behandelingen worden in studies vaak vergeleken met de best beschikbare zorg. Als die innovatieve behandelingen in Nederland pas laat of beperkt beschikbaar zijn, is het moeilijker om vergelijkende studies uit te voeren. Landen met snellere en voorspelbare toegang trekken daardoor aantoonbaar meer klinisch onderzoek aan.
Volgens de VIG is het daarom nodig om de randvoorwaarden voor klinisch onderzoek in Nederland te verbeteren. Een mooie eerste stap is gezet door de DCRF met het nationaal actieplan klinisch onderzoek en de mogelijkheden die de EU Biotech Act biedt. ‘Deze plannen bieden een basis voor verbeteringen die we echt nodig zullen hebben om internationaal concurrerend te blijven’, zegt Amsing. ‘We zullen er echt ervoor moeten zorgen dat er snellere en beter voorspelbare pr1ocedures komen, efficiëntere samenwerking in onderzoek en een aantrekkelijker klimaat voor innovatieve behandelingen. Door toegang en klinisch onderzoek als één samenhangend systeem te benaderen, kan Nederland zijn positie als onderzoeksland versterken.’
De cijfers zijn in januari 2026 geraadpleegd in de Citeline Trialtrove-database: https://dcrfonline.nl/nationaal-actieplan-klinisch-onderzoek. De database wordt geregeld bijgewerkt, dus geactualiseerde data kunnen afwijken van de data die per januari 2026 zijn geraadpleegd.