DIneke Amsing
20-05-2026

‘Goede zorg vraagt om een sterk klimaat voor klinisch onderzoek’

Scroll om meer te ontdekken
Voor veel mensen is klinisch onderzoek iets abstracts. Iets dat zich afspeelt achter de deuren van ziekenhuizen en onderzoekscentra. Voor patiënten betekent deelname aan onderzoek vaak vijf tot tien jaar eerder toegang tot nieuwe behandelingen. Voor zorgprofessionals is het de manier om ervaring op te doen met de nieuwste therapieën. En voor het zorgstelsel als geheel is het een graadmeter voor kwaliteit en toekomstbestendigheid. Daarom is het zorgelijk dat steeds meer klinisch onderzoek verschuift naar andere delen van de wereld. Clinical Trials Day nodigt uit om daarop te reflecteren.

 

Landen beconcurrerend elkaar steeds actiever om klinisch onderzoek. Azië trekt studies en investeringen aan met snelheid, schaal en duidelijke keuzes. Europa, en Nederland in het bijzonder, verliest terrein. Dat ligt niet aan een gebrek aan kennis of de benodigde infrastructuur. Integendeel, Nederland heeft alles in huis om een koploper te zijn voor wat betreft klinisch onderzoek.

Dat we terrein verliezen, komt door trage procedures en het ontbreken van een goed functionerende thuismarkt voor innovatieve geneesmiddelen. Dat zien we terug in de data: klinisch onderzoek verschuift van West naar oost. Minder klinisch onderzoek betekent minder vroege toegang, een groeiende afstand tot internationale standaarden en uiteindelijk een minder wendbare zorg.
Wat er nodig is om klinisch onderzoek in Nederland te versterken en behouden? Dat laten we vandaag vanuit verschillende perspectieven zien met een aantal verhalen en artikelen.

Het interview met Astrid Schut, directeur van de Werkgroep Cardiologische centra Nederland (WCN) illustreert hoe belangrijk onderzoeksnetwerken zijn voor het behoud van klinisch onderzoek. Sterke netwerken zorgen ervoor dat kennis sneller wordt gedeeld, studies efficiënter worden opgezet en patiënten beter worden bereikt. Ze maken Nederland interessant als onderzoeksland, juist omdat ze overzicht en continuïteit bieden. Zonder deze netwerken raakt onderzoek versnipperd en wordt het moeilijker om internationaal mee te doen.

Maar samenwerking alleen is niet genoeg als de randvoorwaarden niet kloppen. Stan van Belkum, voorzitter van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) vertelt hoe het Nederlandse poldermodel de opstart van klinisch onderzoek vertraagt. Goede bedoelingen, veel overleg, maar uiteindelijk lange doorlooptijden en onduidelijke verantwoordelijkheden. In een internationale onderzoekswereld waarin snelheid en voorspelbaarheid doorslaggevend zijn, is dat een structureel nadeel. Studies kiezen dan simpelweg voor landen waar het sneller kan.

Dat beeld wordt bevestigd in de bredere analyse van Anne Sinke, medisch directeur bij Gilead Sciences Benelux. Hij stelt in zijn blog dat onderzoek bloeit waar landen duidelijke keuzes maken. Landen die investeren in infrastructuur, heldere procedures en een aantrekkelijk innovatieklimaat, zien klinisch onderzoek groeien. Het gaat niet om één maatregel, maar om een samenhangend geheel: van vergunningverlening tot datakwaliteit en van kostenstructuur tot markttoegang. Waar die puzzel klopt, volgt onderzoek vanzelf.

Om het gesprek over het behoud van klinisch onderzoek te voeden, hebben we ook een geactualiseerde factsheet over klinisch onderzoek in Nederland gepubliceerd. Die brengt feiten en cijfers samen en laat zien wat klinisch onderzoek concreet oplevert voor patiënten, voor zorgprofessionals en voor de kwaliteit van zorg. Het maakt inzichtelijk dat klinisch onderzoek een noodzakelijke voorwaarde is voor goede zorg.

De rode draad is wat mij betreft duidelijk. Als we klinisch onderzoek willen behouden en versterken, moeten we tempo maken. Dat vraagt om snellere en beter afgestemde procedures, voorspelbaarheid voor onderzoekers, concurrerende kosten en een goede data- en onderzoeksinfrastructuur. En het vraagt om tijdige en voorspelbare toegang tot innovatieve geneesmiddelen in Nederland. Klinisch onderzoek vindt immers bij voorkeur plaats waar innovaties ook daadwerkelijk worden toegepast.

Als Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen zetten we ons ook in van Nederland opnieuw een koploper te maken. Dat doen we binnen de Dutch Clinical Research Foundation (DCRF), door samen met andere partijen te werken aan de uitvoering van het Nationaal Actieplan Klinisch Onderzoek. Alle partijen zijn nodig om klinisch onderzoek zo goed mogelijk te organiseren. Want hoe beter we klinisch onderzoek organiseren, hoe sneller patiënten toegang krijgen tot deze geneesmiddelen.

Meer over klinisch onderzoek