14-05-2019

Blog Marika Murto: Wat kan ík doen?

Marika Murto Amgen

Marika Murto

Amgen

In gedachten zie ik nog steeds mijn oma en haar drie zussen als tachtigers, in Finland. Zij werden elk jaar iets korter en fragieler vanwege osteoporose, een veel voorkomende chronische aandoening onder ouderen. Een half miljoen Nederlanders lijdt eraan.

Goed nieuws brengt soms ook problemen met zich mee. De gemiddelde Nederlander leeft in 2050 ongeveer zeven jaar langer dan in 2014. Het is natuurlijk fantastisch dat we steeds ouder worden. Dat heeft veel te maken met betere gezondheidszorg. Denk aan betere diagnostiek, medicijnen en medische hulpmiddelen. Maar door dat langere leven hebben we ook meer langdurige zorg nodig.

Zo stijgt het aantal Nederlanders met osteoporose de komende decennia naar 700.000. De prognose is dat het aantal botbreuken daardoor zal verdubbelen, wat neerkomt op 54.000 breuken in 2030. Bedenk eens wat dit betekent voor bijvoorbeeld ziekenhuis- en thuiszorg. En dan hebben we het nog maar over één aandoening! Ook bij ziektes als kanker, hart- en vaatziekten en diabetes stijgt het aantal patiënten door de hogere levensverwachting.

Hoe zorgen we ervoor dat ouderen ook in de toekomst goede zorg krijgen, zodat hun langere leven ook een goede kwaliteit heeft? En hoe zorgen we ervoor dat dit betaalbaar blijft? De totale zorgkosten beslaan momenteel al 13 procent van ons Bruto Nationaal Product, en dit is een snel groeiende uitgavenpost. We moeten onze zorg anders organiseren en financieren. Niet meer focussen op het aantal ingrepen – zoals operaties, therapieën en medicijnen – maar op het resultaat daarvan. Wat helpt de patiënt het meest? Met andere woorden: laten we serieus werk maken van uitkomstgerichte zorg.

Deze aanpak is eerst en vooral in het belang van de patiënt. Het is essentieel om de patiënt en zijn behoeften centraal te stellen, als we de beste behandelopties selecteren. Wat hebben we bijvoorbeeld aan een knieoperatie die in technisch opzicht succesvol is, maar er niet toe leidt dat de patiënt weer wandelingen kan maken, terwijl dát nu juist zijn grootste hobby is? Of misschien wel noodzakelijk voor zijn werk? Kiezen voor uitkomstgerichte zorg betekent soms dat we niet langer de vertrouwde behandeling geven, omdat die te weinig bijdraagt aan de behoeften van de patiënt. Uitkomstgerichte zorg leidt op termijn tot lagere zorgkosten, merkte Sjoerd Repping van het Zorginstituut onlangs nog terecht op in De Volkskrant. Ontzettend belangrijk natuurlijk, maar voor mij gaat het vooral om kwaliteit en waarde voor de patiënt.

Er zijn al diverse goede voorbeelden van deze benadering in Nederland, zoals te lezen is in de jongste uitgave van ‘Mens, Medicijn & Maatschappij’. Ziekenhuizen, verzekeraars, geneesmiddelenbedrijven, patiëntenorganisaties en veel zorgprofessionals zijn er enthousiast over. Maar om écht een verschil te kunnen maken, hebben we schaalvergroting nodig. Begin mei was er een inspirerende, internationale conferentie van ICHOM over uitkomstgerichte zorg, dat was weer een mooie stap in de goede richting.

Ik nodig alle zorgpartners uit om te bepalen wat zij kunnen bijdragen aan deze ontwikkeling. Of, om een variant te maken op John Kennedy: ‘Vraag niet wat de zorg voor u kan doen, vraag wat ú kunt doen voor de zorg.’ Niet later, in 2050, maar nu al.

Marika Murto,
bestuurslid Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen