19-04-2022

Conclusie VIG Talk over data: dat kan beter en sneller

We kunnen Real World Data veel beter verzamelen, analyseren in inzetten dan we nu doen. Dat is niet alleen belangrijk voor een gerichtere inzet van nieuwe medicijnen, maar kan ook de moeilijke discussies over betaalbaarheid meer richting geven.

Dat was – in een notendop – de conclusie van de VIG Talk over Real World Data op 14 april, met Herre Kingma en Joep Rijnierse als sprekers.

Nieuwe perspectieven

‘Betrek de prijs van een geneesmiddel eerder in het proces van registratie en toegang. Hervorm fase 4 tot fase Real World Data, in een robuust proces van klinische evaluatie; daarvoor is een samenhangend rationeel datalandschap nodig. En maak de geneesmiddelensector tot partner bij het ontwerp van een nieuwe datastructuur.’ Die drie kernachtige aanbevelingen deed Kingma in zijn presentatie.

Na een indrukwekkende loopbaan in de gezondheidszorg (als cardioloog, klinisch farmacoloog, inspecteur-generaal voor de gezondheidszorg en bestuursvoorzitter bij Medisch Spectrum Twente) is hij nog altijd actief in het zorgveld. Op verzoek van LSH-ambassadeur Clémence Ross inventariseerde Kingma het afgelopen jaar in 25 gesprekken hoe de geneesmiddelensector, de overheid, zorgverzekeraars, ziekenhuizen en artsen uit de ‘vechtstand’ kunnen komen, bij de zoektocht naar een goede balans tussen innovatie en betaalbaarheid. Die gesprekken onderstreepten nog eens dat de juiste, tijdig beschikbare data over het effect van een medicijn hierbij een belangrijke rol kunnen spelen.
‘Ze bieden echt nieuwe perspectieven’, aldus Kingma.

“Registratie is belangrijk, maar mag niet onnodig veel tijd kosten. Daarom pleit ik voor een minimal dataset.”

Emeritus prof. dr. Herre Kingma, cardioloog en farmacoloog

Optimale dataset

‘In de jaren zeventig deed elke algemeen chirurg wekelijks een paar maagoperaties’, herinnert Kingma zich. ‘Dat komt nu amper nog voor, dankzij maagzuurremmers. Ook in 2022 zijn er allerlei voorbeelden van nieuwe medicijnen die operaties of minder effectieve medicijnen overbodig maken. Dat zie ik bijvoorbeeld bij de kinderoncolytica in het Prinses Maxima Centrum, waar ik in de Raad van Commissarissen zit. Maar om te kunnen besluiten of je een nieuw geneesmiddel wel of niet inzet en vergoedt, moet je de effecten natuurlijk wél goed en eenduidig registreren.’

Kingma wees er op dat artsen en verpleegkundigen zo veel mogelijk aan het bed willen staan. ‘Registratie is belangrijk, maar mag niet onnodig veel tijd kosten. Daarom pleit ik voor een minimal dataset.’

Joep Rijnierse, medisch directeur bij Amgen en namens de sector zeer actief op het vlak van Real World Data, nuanceerde die ambitie, op een manier waarin ook Kingma zich kon vinden: ‘Ik ga voor een optimale dataset, waarbij je met minimale inspanning een maximaal resultaat haalt.’

Spoorboekje

Rijnierse memoreerde dat er in Nederland meer dan 200 registraties zijn waarin de praktijkeffecten van nieuwe geneesmiddelen worden bijgehouden. Dat gebeurt in separate registers, die doorgaans geen onderlinge connectie hebben. De data zijn door die versnippering niet goed te gebruiken om de werking van een geneesmiddel in de praktijk betrouwbaar vast te stellen. Rijnierse trok een vergelijking met onder meer de spoorwegen.
‘We werken nog steeds met het oude spoorboekje, terwijl er via internet al lang razendsnelle, accurate reisplanningen te maken zijn.’

“Ik ga voor een optimale dataset, waarbij je met minimale inspanning een maximaal resultaat haalt.”

Joep Rijnierse, medisch directeur bij Amgen en projectleider van de VIG projectgroep Value & Evidence

Krachtige regie nodig

‘We moeten een andere insteek kiezen’, aldus Rijnierse. ‘Allereerst is het nodig om vast te stellen welke data we nu precies nodig hebben voor landelijke registers per ziektebeeld, om hier dan ook de juiste conclusies uit te kunnen trekken. Dáár moet het proces op worden ingericht. Hiervoor hebben we een krachtige regiefunctie vanuit het ministerie van VWS nodig. Er moet onder de paraplu, maar ook op enige afstand van VWS een instantie komen met doorzettingsmacht.’
Kingma: ‘Een versterkt Zorginstituut kan die rol uitstekend vervullen.’
Rijnierse
: ‘Daar ben ik het mee eens, maar dan wel zelfstandig en los van pakketbeheer.’
Het is essentieel dat de data FAIR zijn, zei Rijnierse: Findable, Accessible, Interoperable en Reusable. Eenmalige invoer bij de bron – liefst aan het bed – is daarbij een belangrijk principe. Handmatig overtikken van data uit andere systemen is daarbij uit den boze.
Rijnierse gaf aan dat er in Nederland al wel goede registers zijn: ‘Het IKNL heeft bijvoorbeeld een prachtig register, maar voert de data nog steeds grotendeels handmatig opnieuw in. Het kan dus nog beter.’

Diverse deelnemers van de VIG Talk mengden zich via de chat in de discussie. Moeten we die dataregistratie niet Europees aanpakken, was een vraag.
‘Dat zou het mooiste zijn’, beaamde Kingma. ‘Maar het duurt lang om daar op te wachten. Dus laten we in Nederland alvast beginnen.’
Een andere chatvraag ging over de richtlijnen van medisch specialisten. Zou daarin niet meer aandacht moeten komen voor Real World Data?
Kingma: ‘Absoluut. Continue, efficiënte evaluatie van je behandeling is essentieel. Randomized clinical trials blijven belangrijk. Ze zijn krachtig, maar smal. Outcome studies zijn breder en geven daarmee vaak meer richting aan het klinische beleid.’

Privacy

Een van de knelpunten bij herinrichting van dataregisters is privacy, werd gemeld in de chat. Toch is dat goed op te lossen, stelt Rijnierse.
‘Kijk bijvoorbeeld naar Estland. Daar kan de patiënt op elk moment al zijn zorggegevens inzien. Als een arts er in kijkt, krijgt de patiënt automatisch een signaal. Patiënten kunnen artsen aanklagen voor onnodige inzage in hun data. Nadat dit een paar keer daadwerkelijk is gebeurd, gaat het nu goed in Estland.’
Rijnierse meldde trouwens dat ook Nederlandse patiënten over het algemeen geen bezwaar hebben tegen die inzage door artsen. Overigens ook niet als het gaat om analyseren van hun data in de dagelijkse praktijk, voor onderzoek of om de zorg te verbeteren. ‘Als je patiënten er rechtstreeks om vraagt, zegt circa 90% meteen dat het okay is’, zegt Rijnierse.

Meer informatie

Benieuwd naar een volledig overzicht van de aanbevelingen van Herre Kingma en Joep Rijnierse en hun ‘marsroute’? Kijk dan hieronder de volledige VIG Talk van exact één uur terug. Of klik op de hieronder ingevoegde presentaties van beide heren.

VIG Talk 19 mei

De volgende online VIG Talk is op donderdag 19 mei, zoals gebruikelijk van 16.00 tot 17.00 uur. Het onderwerp is dan: publiek-private samenwerking. Een van de sprekers is internist Teun van Gelder, de andere spreker wordt binnenkort bekend. Gratis aanmelden is al mogelijk!

Volledige VIG Talk Real World Data terugkijken

Aanmelden voor VIG Talk 19 mei