19-10-2021

Mental health; meer mens, minder patiënt

Deze week gaan we hierover in gesprek met prof. dr. Philippe Delespaul en prof. dr. Jim van Os. Zij geloven in het versterken van de mentale kracht via ecosystemen, waarbij iemand met een hulpvraag laagdrempelig in verbinding kan komen met anderen. Dat vraagt om een andere rol van de geestelijke gezondheidszorg.

In het kader van World Mental Health Day vraagt de VIG in oktober aandacht voor het groeiende aantal Nederlanders dat kampt met psychische problemen. Eerder publiceerde de VIG al een factsheet met feiten en cijfers over mentale gezondheid in Nederland.

Philippe Delespaul is hoogleraar Innovatie in de Geestelijke Gezondheidszorg aan de Universiteit van Maastricht, en daarnaast werkzaam als klinisch psycholoog. Jim van Os is hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit Utrecht en voorzitter van de Divisie Hersenen van het UMC Utrecht. Wat is psychisch lijden en hoe organiseer je de zorg om daar het hoofd aan te bieden.

Begin bij de basis

De mentale gezondheid van Nederlanders bereikte in 2021 een dieptepunt. Een groeiende groep Nederlanders doet een beroep op de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en Jeugdzorg. ‘Dit is echt een probleem geworden. De zorg is niet duurzaam’, vertelt Delespaul. ‘Ons GGZ-systeem is zo ingericht dat mensen met psychisch lijden pas hulp krijgen als zij een diagnose hebben. Maar het stellen van die diagnose is moeilijk, omdat psychisch lijden sterk samenhangt met de context van het individu.’ Veel van deze contexten zijn existentieel, namelijk dat mensen last hebben van ‘niet-verbondenheid’ en zinloosheid. Deze psychische variabiliteit maakt de koppeling met een specialistische behandeling moeilijk, omdat problemen diffuus zijn, per persoon verschillen, en bovendien sterk afhangen van het moment.

Tussen wal en schip

Dit houdt volgens Delespaul in dat je in Nederland alleen geholpen wordt binnen de GGZ als je gekoppeld wordt aan één (en slechts één) van de in het DSM gedefinieerde psychische en psychiatrische stoornissen. Van Os vult aan: ‘Maar de ernst van psychisch lijden valt samen met comorbiditeit, waardoor een specialist van één diagnose tekort schiet. Hierdoor vallen veel patiënten tussen was en het schip. En juist de mensen met verschillende diagnoses hebben de hulp het hardst nodig. Zij lopen vast in het huidige systeem. En dat maakt de mentale hopeloosheid alleen maar groter en leidt tot grote wanhoop.’

Weerbaarheid

‘In plaats van mensen te behandelen voor een specifieke diagnose, moeten we ernaar streven om mensen weerbaar te maken voor psychisch lijden’, vervolgt Van Os. ‘Dat betekent dat we mentale gezondheid moeten gaan beschouwen als een samenloop van hoe een persoon zich voelt, in relatie tot wat in de directe omgeving van die persoon gebeurt. Hierdoor worden we ook beter in staat om complexe situaties waarbij meerdere aandoeningen door elkaar lopen, te behandelen.’

Andere bril

Deze manier van omgaan met mentale gezondheid vergt ook een andere manier van samenwerken. ‘Als eerste moeten we een andere bril opzetten; meer mens, minder patiënt. In het behandelproces moet meer aandacht zijn voor het verkennen van verschillende behandelopties en het effect op de individuele persoon. Delespaul en Van Os willen veel meer inzetten op het ontwikkelen van de weerbaarheid. Dat kan op verschillende manieren: psychotherapie, participatie, of via zingeving. ‘We moeten veel meer naar een vorm waarin we de hulpverlening diversifiëren, want er zijn ook oplossingen in het maatschappelijk domein, voor niet-gediagnosticeerde aard, zoals eenzaamheid, maar ook voor depressie of psychose’, zegt Delespaul.

Co-creatie

Delespaul en Van Os geloven in een ecosysteem voor geestelijke gezondheid waarin verschillende partijen samenwerken. In feite participeert de hele maatschappij daarin mee, legt Delespaul uit. ‘In plaats van afhankelijk te zijn van de psychiatrie, kunnen mensen leren weerbaarder te worden, vaardigheden te ontwikkelen en eigen regie te nemen in de zoektocht naar wat voor hen werkt. Dat is een langzamer proces - meer existentieel dan medisch - waar je de hele gemeenschap bij nodig hebt. Dus dat doe je bij voorkeur in groepen. Met elkaar ontwarren en richting vinden. Hoe ga ik mijn leven zin geven.’

Van Os vult aan: ‘Hoe ga ik me thuis voelen in deze samenleving met sociale ongelijkheid en klimaatproblematiek. Vooral jongeren hebben daar last van, naast de maatschappelijke context van moeten presteren; meten en maken op de vierkante millimeter. En erbij horen. Dat is een gigantische factor die massaal impact heeft op jonge mensen. En daardoor heen hoe ze met hun lichaam omgaan. Deze zaken komen echt niet in DSM voor, maar zijn wel massale bronnen zijn voor psychisch lijden.’

Deze problemen kunnen wel in een ecosysteem aan bod komen, stellen Delespaul en Van Os. Hulpverleners hebben daarbij een ondersteunende rol, maar bovenal is het een traject van co-creatie. Van Os: ‘Dus niet de oplossing opleggen, want daarmee sla je het zelflerend vermogen dood.’


“Juist mensen met verschillende diagnoses hebben het hardst hulp nodig. Zij lopen vast in het huidige systeem. En dat maakt de mentale hopeloosheid alleen maar groter.”

Jim van Os

Geneesmiddelen

Ook medicatie kan een deel van de oplossing zijn, maar dan binnen een bredere aanpak gericht op het versterken van weerbaarheid. Van Os en Delespaul zien medicatie vooral als een tijdelijke interventie. ‘In sommige fasen van je leven kan medicatie een belangrijke ondersteuning zijn, maar de behoefte kan per fase verschillen. Een geneesmiddel is geen wonderpil. Daar hoort context bij, in de vorm van bijvoorbeeld therapie.’

Vóór de introductie van de DSM, werden pillen niet per diagnose voorgeschreven, maar per dimensie. De farmacologische praktijk was veel dynamischer en gedragsmatiger. Daarna werd men gedwongen om in diagnostische hokjes te gaan denken. In registratieonderzoek voor een nieuw medicijn moet worden aangetoond dat het werkt voor een specifieke aandoening, bijvoorbeeld schizofrenie. Maar je moet in een aparte trial aantonen dat het ook werkt bij een bipolaire stoornis. Dat is natuurlijk bijzonder, omdat die twee in elkaar over gaan.’ Van Os is voorstander om veel breder te gaan toetsen. Wat doet een molecuul nou eigenlijk in de verschillende dimensies van psychisch functioneren?

Som der delen

Geneesmiddelen op zichzelf zijn veel minder effectief dan in combinatie met een activerende strategie zoals therapie, meditatie of fysieke inspanning, is de overtuiging van Van Os en Delespaul. ‘Het idee dat je een pil alleen geeft voor een diagnose in de psychiatrie, werkt niet. Er is sterk wetenschappelijk bewijs dat farmacologisch én niet-farmacologisch samen beter werkt en meer waarde heeft dan de som van beide apart.’ Van Os en Delespaul vinden dat daar veel te weinig mee wordt gedaan. Waarom? Delespaul: ‘Geneesmiddelenontwikkeling steekt zo niet in elkaar. Medicatie moet bijdragen aan het zelflerend vermogen van mensen. Medicatie heeft een partieel effect in plaats van een totaaleffect.’

Oproep

Goede therapie is mensen helpen de motivatie te vinden om aan zichzelf te werken, hun zelfherstellend vermogen aan te spreken. Dat vergt een cultuurverandering in de manier waarop we denken, aldus Van Os en Delespaul: ‘Om deze cultuurverandering in beweging te krijgen, starten we binnenkort met een groot publiek-privaat samenwerkingsverband. We bootsen de principes van het ecosysteem dan op kleine schaal na door initiatieven te bundelen en op te schalen. Het ecosysteem is gericht op het draagbaar maken van psychische klachten, het bevorderen van mentale kracht in sociale gezondheidsnetwerken en het versterken van ‘sociale holding’ in de samenleving, zowel in de wijken als digitaal in e-Communities. Om dit te bereiken wordt de formele GGZ verbonden met informele sociale gezondheidsnetwerken. We doen een open oproep aan iedereen die enthousiast is geworden om zich hierbij aan te sluiten.’

Meer weten over het Ecosysteem Mentale Gezondheid? Bekijk hier een korte video.

Factsheet Mentale gezondheid in Nederland [PDF]