01-03-2022

Wim de Haart: Sluisprocedure is wereld op zijn kop

In het artikel ‘Medicijnen goed beschikbaar tijdens sluisprocedure’ (Medische Oncologie 8, oktober 2021) wordt op basis van het door CZ en NVMO uitgevoerde onderzoek geconcludeerd dat de toegang voor patiënten niet nodeloos vertraagd wordt door de ‘sluisprocedure’. Dat patiënten hiervoor afhankelijk zijn van de vrijwillige, gratis en vaak langdurige beschikbaarstelling van medicijnen door geneesmiddelenbedrijven, is de wereld op zijn kop.

We zijn oplossingen aan het verzinnen omdat het systeem niet klopt. Maar een niet-werkend systeem is nooit duurzaam.

Door de lange en onvoorspelbare tijdslijnen in het sluistraject is er veel onzekerheid bij zowel patiënten en behandelaren als bij fabrikanten. Die onzekerheid en gebrek aan transparantie zorgen voor veel dichte deuren. Het ‘om niet’ (lees: gratis) verstrekken van innovatieve geneesmiddelen door patient access-programma’s gedurende het sluistraject neemt die onzekerheid niet weg. Niet iedere patiënt krijgt toegang tot geneesmiddelen via de patient-access-programma’s. Patiënten komen hier alleen voor in aanmerking op verzoek en initiatief van een behandelaar bij een ernstig ziektebeeld waarvoor geen alternatief is. Daarvoor is het noodzakelijk dat behandelaren van het bestaan afweten, maar fabrikanten mogen tijdens de sluisperiode niet actief over een programma communiceren. Hierdoor ontbreekt regie en ontstaat willekeur. Terwijl er juist wordt gestreefd naar een situatie waarbij artsen direct na EMA-toelating patiënten kunnen behandelen die baat hebben bij deze nieuwe therapieën en het niet moet uitmaken in welk ziekenhuis of door welke arts de patiënt wordt behandeld.

“We moeten onderkennen dat we op vele plekken pleisters aan het plakken zijn”

Het loket dat nu in het leven wordt geroepen om patient access-programma’s te harmoniseren vanuit het streven om de toegang te verbeteren, is geen duurzame oplossing. We moeten onderkennen dat we op vele plekken pleisters aan het plakken zijn. Het gratis verstrekken van medicijnen en een nieuw loket zijn op zich prima oplossingen, maar leiden af van de fundamentele weeffout in de sluis. Door het artikel ‘Medicijnen goed beschikbaar tijdens de sluisprocedure’ wordt de indruk gewekt dat er geen beschikbaarheidsprobleem voor patiënten is tijdens de sluis. Zolang geneesmiddelenbedrijven in de gaten blijven springen lijkt er ook geen probleem. Deze situatie ontstaat ondanks het systeem en niet dankzij het systeem. Meer duurzame oplossingen liggen voor de hand.

Het instellen van duidelijke tijdslijnen om de voorspelbaarheid van toegang tot medicijnen voor patiënten te vergroten is een voorbeeld van een meer duurzame oplossing. Dit zou al veel onzekerheid wegnemen. Er zijn goede voorbeelden dat dit kan, kijk maar naar de registratieprocedure voor extramurale geneesmiddelen. Op het gebied van vergoeding en prijsstelling zien we mooie voorbeelden in landen om ons heen zoals Engeland en Duitsland. Daar profiteren alle partijen van. Patiënten, behandelaren, fabrikanten en de overheid zijn allemaal gebaat bij meer zekerheid en snellere toegang. Met dit doel is de VIG in september een campagne gestart om de toegang tot nieuwe medicijnen ook in Nederland te versnellen. Patiënten in Nederland moeten net als in Duitsland, gelijk beschikking hebben tot innovatieve oplossingen of bypasses. Dit vergt een systeemverandering die wij met de #terugnaar100-campagne stapsgewijs in gang willen zetten, door de gemiddelde wachttijd van meer dan 500 dagen eerst terug te brengen naar maximaal 100 dagen.

Een andere meer structurele oplossing zou zijn om fabrikanten die middelen tijdens de sluis beschikbaar stellen, achteraf af te rekenen tegen de uitonderhandelde prijs. Dit geeft zekerheid voor de fabrikant, die altijd de wil heeft om eruit te komen, zekerheid voor de behandelaar en patiënt dat innovatieve geneesmiddelen snel beschikbaar zijn en zekerheid voor de overheid dat ze niet de lijstprijs betalen. Een duidelijke win-win-win.

Wim de Haart

(Manager Gezondheidseconomie en Vergoedingen)

Deze opiniebijdrage verscheen eerder in de rubriek Open Podium in Medische Oncologie februari 2022