15-02-2022

Conclusie VIG Talk: Horizonscan instrument voor gedeeld belang

VIG Talk 10 februari 2022 Horizonscan: regeren is vooruit zien
Wat betekent het aflopen van het huidige hoofdlijnenakkoord voor de beschikbaarheid van nieuwe geneesmiddelen? En zijn er ideeën over doorontwikkeling van de Horizonscan? Deze en andere vragen stelden deelnemers online tijdens de VIG Talk op 10 februari, met als onderwerp: ‘Horizonscan – regeren is vooruitzien’.

De antwoorden kwamen van Niels Speksnijder (coördinator Horizonscan Geneesmiddelen bij het Zorginstituut) en Wim de Haart (manager Gezondheidseconomie en Vergoedingen bij de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen).
Speksnijder: ‘De Horizonscan verschijnt elk half jaar en is bedoeld om tijdig de budgetimpact te schetsen van nieuwe geneesmiddelen die binnen twee jaar op de markt komen. Dit instrument is continu in ontwikkeling. Zo verlenen wij nu ook medewerking aan een internationale variant van de Horizonscan, dat gaat ook ónze scan verbeteren. Verder bekijken we of we biomarkers kunnen betrekken in de scan, omdat die het gepast gebruik kunnen bevorderen en daarmee invloed hebben op de budgetimpact. En we willen de informatie wat anders gaan presenteren, door bijvoorbeeld vergoedingsinformatie apart te vermelden en wat meer over de sluis te schrijven.’

Volop innovaties

Het aantal geneesmiddelen in de Horizonscan is vrij constant, momenteel zijn het er 531. Het traject van de Horizonscan begint bij de uitvraag bij fabrikanten. Ruim zestig fabrikanten hebben daartoe momenteel een account bij het Zorginstituut. Dat leidt tot aanvullende vragen en – kort voor publicatie – een laatste check van de gegevens door de fabrikanten. Speksnijder gaf aan grosso modo tevreden te zijn over de huidige samenwerking met de geneesmiddelensector.

‘Opvallend is dat het aantal ATMP’s, ofwel de gen- en celtherapieën, toeneemt’, zei Speksnijder. ‘De afgelopen vijf jaar ging het steeds om hooguit drie registraties per jaar, maar voor 2022 verwachten we er circa tien. Het is natuurlijk mooi om te zien dat de geneesmiddelenontwikkeling volop doorgaat.’
Speksnijder ging ook in op het aantal nieuwe medicijnen voor specifieke ziektes. Opvallend is bijvoorbeeld dat voor leverziekten, longkanker en borstkanker het aantal nieuwe geneesmiddelen toeneemt, met name dankzij de ontwikkeling van nieuwe targeted therapies, voor kleinere groepen. Anderzijds neemt het aantal innovaties bij eierstokkanker juist af.

Informatie versnelt toegang

‘We krijgen de laatste jaren minder informatie over de verwachte prijzen van de nieuwe medicijnen’, aldus Speksnijder. ‘Fabrikanten kunnen ons op drie manieren helpen, daar vestig ik graag de aandacht op. Ten eerste is het voor het bepalen van de budgetimpact natuurlijk heel belangrijk dat we informatie ontvangen over prijzen, al is het maar een prijsrange, en patiëntaantallen. Verder is het van belang dat we het van de fabrikant horen als een geregistreerd medicijn uiteindelijk niet op de markt komt, zodat we vervuiling van de Horizonscan voorkomen. En tot slot is het belangrijk dat de aangeleverde informatie zo goed mogelijk wordt onderbouwd, op basis van openbare bronnen.’

Goede informatie-uitwisseling is ook voor fabrikanten van belang, benadrukte Speksnijder. Het kan bijvoorbeeld sneller duidelijk maken of een medicijn in de sluis belandt voor prijsonderhandelingen. ‘Ook de lastige punten brengen we het liefst zo snel mogelijk in kaart, omdat het uiteindelijk de toegang voor de patiënt tot het medicijn kan versnellen.’
In de chat vroeg een deelnemer vervolgens of bedrijven minder transparant zijn geworden in hun informatieverstrekking richting Zorginstituut.
‘De contacten zijn nog steeds goed en veelvuldig, maar toch merken we dat soms niet alle informatie goed of tijdig doorkomt. Daar zit ruimte voor verbetering’, antwoordde Speksnijder daarop.
In reactie hierop gaf Wim de Haart aan daar zeker naar te zullen kijken, binnen de mogelijkheden.

Gereedschapskist vullen

De Haart noemde in zijn presentatie twee recente uitzendingen van het tv-programma Op1. Daarin werd afgelopen week de aandacht gevestigd op medische innovaties bij migraine en oncologie, die soms moeizaam en traag bij de Nederlandse patiënt komen, tot frustratie van artsen en patiënten. Prijsdiscussies spelen daarbij een belangrijke rol.
‘Toen ik enkele jaren geleden overstapte van VWS naar de VIG, viel me op dat er enorm veel gedrevenheid is bij de geneesmiddelensector om patiënten beter te maken. Dat raakte me echt’, zei De Haart. ‘Bij kanker is het effect van al die inspanningen heel goed zichtbaar. Vijf jaar na de diagnose leeft nu inmiddels nog 65% van de patiënten. Dat percentage neemt elk jaar nog een procent toe. Daar doen we het voor. Als sector willen we de gereedschapskist van de arts zo goed en snel mogelijk vullen, zodat hij of zij maatwerk kan leveren.’

Loskoppelen

Het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet baart De Haart zorgen, als het gaat om snelle toegang tot nieuwe geneesmiddelen. ‘Zoals ik het interpreteer, gaat het nóg drukker worden in de sluis, wat natuurlijk leidt tot oplopende doorlooptijden. Medicijnen met een verwachte jaarlijkse budgetimpact van meer dan 10 miljoen euro gaan naar de sluis. In weerwil van onze campagne #terugnaar100 zal dat betekenen dat de patiënt pas vele honderden dagen na registratie toegang krijgt tot nieuwe geneesmiddelen.’
In Duitsland is dat een stuk beter geregeld, stelde De Haart, die verwees naar een recent interview met Han Steutel en Josef Hecken. ‘Daar zeggen ze gewoon klip en klaar dat je beschikbaarheid en betaalbaarheid moet loskoppelen. Als het nieuwe medicijn toegevoegde waarde heeft, stel je het ter beschikking aan de patiënt. Daarná gaan ze dan pas de prijsdiscussie voeren.’

Bij weesgeneesmiddelen zie je, net als bij ATMP’s, dat er steeds meer innovaties komen. Dat vraagt om een nieuw beoordelingskader, aldus De Haart, die blij is dat de NVMO vorig jaar nieuwe PASKWIL criteria op basis van fase 2 onderzoek heeft goedgekeurd. Dat is echt een stap vooruit richting een nieuw beoordelingskader dat aansluit bij een Horizonscan met zoveel geneesmiddelen. Grote vraag is natuurlijk wel hoe de beslissende partijen zoals Zorginstituut en zorgverzekeraars hiermee omgaan.’

Beter samenwerken

Net als Speksnijder vindt De Haart dat het Zorginstituut en de geneesmiddelensector al heel goed samenwerken.
‘Maar ik denk dat er nog veel meer in zit’, zegt De Haart. ‘De Horizonscan is niet alleen een belangrijk instrument voor de partijen van de hoofdlijnakkoorden, denk aan ziekenhuizen en artsen, maar het kan die partijen en de geneesmiddelensector ook al vroegtijdig dichter bij elkaar brengen.’
De Haart stelde ook voor om te kijken naar betere beschikbaarheid van nieuwe medicijnen tijdens de sluisprocedure, zodat de patiënt niet onnodig lang hoeft te wachten.
‘Dan doel ik niet op de gratis early access programma’s, maar op betaalbare beschikbaarheid.’
De Haart omschreef real world data als de brug naar de toekomst.
‘Juist als er steeds meer middelen komen die moeilijk te beoordelen zijn, is het ongelooflijk belangrijk om met goede data te kunnen volgen hoe ze het in de praktijk doen.’

Zorgbreed akkoord nodig

Naar aanleiding van een chatvraag over het aflopende hoofdlijnenakkoord memoreerde De Haart dat het patiëntvolume in ziekenhuizen nog steeds stijgt, onder meer door de vergrijzing, maar ook doordat de substitutie van ziekenhuiszorg door eerstelijnszorg trager verloopt dan verwacht. Daardoor drukt het medicijnbudget in toenemende mate op de ziekenhuisuitgaven. De Haart:
‘Dit alles moeten we onder ogen zien en meenemen in een nieuw, zorgbreed hoofdlijnenakkoord.’

Antwoordend op een vraag van moderator Carla Vos zei De Haart dat vooroordelen een optimale samenwerking tussen de sector en beleidsmakers nog in de weg zitten.
‘Geneesmiddelenbedrijven willen gewoon patiënten beter maken, zo simpel is het. Andersom geloof ik dat beleidsmakers ook heel graag willen dat nieuwe medicijnen snel bij de patiënt komen.’
Speksnijder beaamde dit.
‘Het gaat dus echt om het vinden van het gemeenschappelijke belang en daar vanuit werken’, concludeerde Vos.

Meer info

De hele VIG Talk is hier terug te kijken.

De volgende VIG Talk is op donderdag 10 maart. Het onderwerp is dan: modulair richtlijnonderhoud. Een van de sprekers is Teus van Barneveld. Aanmelden

is al mogelijk!